Reactie op brieven Stichting Bankrente Terug

Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA 'S-GRAVENHAGE

Uw brief (Kenmerk): Fin0800116/Fin0800147

Ons kenmerk: Fin 2008-00864 U

Geachte voorzitter,

Hieronder treft u mijn reactie aan op uw brief van 4 april 2008 met kenmerk Fin0800116/Fin0800147 inzake de brieven die u heeft ontvangen van Stichting Bankrente Terug (hierna: de Stichting) ten aanzien van valutering en de kosten van banken.

In de brieven en e-mails van de Stichting aan de Commissie voor Financiën wordt aangegeven dat banken volgens de Stichting ten onrechte valutering toepassen. Ook wordt gesproken over voorbeelden van excessieve valutering door banken. Daarnaast wordt aangegeven dat verschillende instanties met een controlerende functie geen verantwoordelijkheid hebben genomen toen de valutering daar werd geadresseerd.

Op de rechtsgeldigheid van individuele gevallen van valutering kan ik niet ingaan. Bovendien is in het bijgevoegde persbericht van de Stichting van 17 maart jl. aangegeven dat het geschil dat de Stichting had met ABN AMRO inmiddels is voorgelegd aan de rechter. Op dit specifieke geschil dat nu onder de rechter is kan ik dan ook niet ingaan.

Hieronder zal ik niettemin in het algemeen mijn visie geven op valutering door banken en zal ik ingaan op de rol van de verschillende instanties die door de Stichting zijn aangeschreven met betrekking tot dit onderwerp.

Aan de verwerking van betalingstransacties zijn kosten verbonden. Ik vind het van belang dat de tarifering van deze betalingstransacties op transparante wijze gebeurt. Als valutering wordt toegepast stelt een bank een dag vast waarop de renteberekening begint of eindigt. Dit kan een andere datum zijn dan de datum waarop de gelden daadwerkelijk worden bijgeboekt op de betaalrekening. Hoewel valutering een methode is voor banken om de kosten van het betalingsverkeer te dekken, is deze methode over het algemeen niet transparant voor betaaldienstgebruikers. Indien betaaldienstgebruikers niet goed op de hoogte zijn van de werkelijke kosten van een betaaldienst zullen zij geen bewuste keus kunnen maken voor een specifieke betaaldienst.

Om die reden is in de Europese richtlijn betaaldiensten1 opgenomen dat valutering niet is toegestaan. Deze richtlijn dient op 1 november 2009 geïmplementeerd te zijn in nationale regelgeving. Vanaf dat moment zullen banken die nu valutering toepassen dus een ander tariferingmodel voor betaaldiensten moeten gaan gebruiken. Op de naleving hiervan zal toezicht worden gehouden.

Overigens is het niet zo dat alle banken momenteel valutering toepassen. Er zijn immers ook andere manieren voor banken om de kosten van het betalingsverkeer te dekken.

De Stichting heeft bij haar e-mail van 5 maart jl. een aantal reacties gevoegd van instanties waar een klacht is neergelegd ten aanzien van valutering. De Stichting vraagt zich daarbij af wie de controleur controleert.

Het is ter beoordeling van het KiFiD of een individuele klacht in behandeling wordt genomen. Het KiFiD zal bij deze beoordeling onder andere bezien of er wel sprake is van een geschil tussen een consument en een financiële onderneming. Het KiFiD is namelijk uitsluitend bedoeld voor geschillen van consumenten met financiële ondernemingen en niet voor geschillen van ondernemers met financiële ondernemingen.

De Nederlandsche Bank NV (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) zijn aangeschreven met het oog op hun toezichthoudende taken op financiële ondernemingen. Zij kunnen geen mededelingen doen over individuele gevallen of specifieke klachten ten aanzien van financiële ondernemingen. Indien sprake is van een overtreding van de toezichtwetgeving zullen zij echter handhavend optreden.

Hoogachtend,

de minister van Financiën,

Wouter Bos

1: Richtlijn 2007/64/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 betreffende betalingsdiensten in de interne markt tot wijziging van de Richtlijnen 97/7/EG, 2002/65/EG, 2005/60/EG en 2006/48/EG, en tot intrekking van Richtlijn 97/5/EG.