Beantwoording kamervragen over short-selling

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA Den Haag

Uw brief (Kenmerk): 2070825920

Ons kenmerk: FM 2008-01832 U

Onderwerp: Vragen van de leden Omtzigt, De Nerée tot Babberich en Blanksma-van den Heuvel over short-selling.

Geachte voorzitter,

Bijgaand doe ik u de antwoorden toekomen op de vragen van de leden Omtzigt, De Nerée tot Babberich en Blanksma-van den Heuvel over short-selling.

Hoogachtend,

de minister van Financiën,

Wouter Bos

2070825920

Vragen van de leden Omtzigt, De Nerée tot Babberich en Blanksma-van den Heuvel aan de minister van Financiën over short-selling. (Ingezonden 22 juli 2008)

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van de strikte regels die de Amerikaanse toezichthouder SEC met onmiddellijke ingang plaatst op short-selling?

Antwoord

Ja.

Vraag 2

Welke vormen van short-selling zijn in Nederland en op Nederlandse aandelen toegestaan? Acht u het toezicht en de transparantie voldoende?

Antwoord

Beleggers kunnen short-sellen om te speculeren op een koersdaling of om het risico van andere posities af te dekken. Short-selling is een beleggingsactiviteit waarbij effecten worden verkocht die de verkoper nog niet bezit op het moment van verkoop. De verkoper leent de aandelen vervolgens tijdelijk van een andere, vaak institutionele, aandeelhouder om aan zijn leveringsverplichting te kunnen voldoen. Bij het lenen, ook wel securities lending genoemd, heeft de verkoper de verplichting om op later tijdstip terug te leveren tegen betaling van een leenvergoeding. Als de analyse van de verkoper omtrent een koersdaling juist is, kan de verkoper, om aan zijn leveringsverplichting jegens de uitlener te voldoen, de geleende aandelen later tegen een lager bedrag weer inkopen en terugleveren aan degene van wie hij ze geleend had. De heersende opvatting is dat short-selling kan bijdragen aan de efficiënte werking van de financiële markten. Een belegger kan proberen de markt te beïnvloeden in de hoop op een koersdaling, bijvoorbeeld door de verspreiding van negatieve berichten over een onderneming. Marktmisbruik is echter strafbaar op grond van de Wet op het financieel toezicht (Wft). De AFM houdt toezicht op marktmisbruik. Zij neemt alle meldingen van mogelijk marktmisbruik altijd zeer serieus en zoekt actief naar situaties van marktmisbruik. De AFM heeft met het huidige instrumentarium mijns inziens en volgens de AFM zelf voldoende middelen om marktmisbruik waarbij gebruik wordt gemaakt van short-selling te bestrijden.

Vraag 3

Hoe beoordeelt u de effecten van de Amerikaanse maatregel? Hoe beoordeelt u de effecten van de maatregel, waarmee de Britse toezichthouder FSA, meer transparantie op short-selling bracht?

Antwoord

De effecten van de tijdelijke Amerikaanse noodmaatregel met betrekking tot short-selling zijn op dit moment nog niet goed te overzien. De SEC is momenteel bezig met het analyseren van de effecten van haar maatregel om short-selling zonder leenovereenkomst, het zogeheten naked short selling, te verbieden. De effecten van de Amerikaanse maatregel kunnen niet worden beoordeeld tot die analyse is afgerond. In de tussentijd is het ook niet duidelijk of de maatregel de beoogde werking heeft gehad.

Op de effecten van de maatregel van de FSA ben ik eerder op ingegaan in beantwoording op de vragen van de leden Omtzigt, De Nerée tot Babberich en Blanksma-van den Heuvel van 11 juli 2008 (nr 2070824060).⊃1; Destijds heb ik aangekondigd dat het Ministerie van Financiën samen met de AFM naar de maatregel van de FSA zou kijken en dat u na het zomerreces nader bericht zal worden over de uitkomsten. De maatregel van de SEC zal hierin ook worden meegenomen. De voorlopige inzichten ten aanzien van short selling en de SEC-maatregel treft u aan onder vraag 4. Ik verwacht in het najaar een nadere analyse te kunnen presenteren. Hierbij past wel de kanttekening dat het ministerie van Financiën en de AFM voor de beoordeling van de effecten van de buitenlandse toezichtmaatregelen afhankelijk zijn van de informarie daarover van de SEC en FSA.

Vraag 4

Welke gevolgen heeft dit voor uw overwegingen om al dan niet maatregelen op het gebied van short-selling in Nederland te nemen?

Antwoord

Ik ben van mening dat de maatregel van de SEC kan worden aangemerkt als een tijdelijke noodmaatregel in een poging om te voorkomen dat de problemen in de Amerikaanse financiële sector verergeren. Het is niet aangetoond dat dit werkt. De Amerikaanse en Nederlandse situatie met betrekking tot (naked) short-selling zijn niet vergelijkbaar, onder andere door de verschillen in afwikkelregels, omvang van de markt en de verschillende marktomstandigheden. Om de hiervoor genoemde redenen zullen de Amerikaanse maatregelen op het gebied van (naked) short-selling in Nederland hoogstwaarschijnlijk niet hetzelfde effect sorteren. Gezien het belang van short posities voor de werking van de financiële markten dienen de voor- en nadelen van eventueel te treffen maatregelen over short posities zorgvuldig te worden afgewogen. Zoals ik in het antwoord op vraag 3 heb aangegeven kijkt het ministerie van Financiën samen met de AFM naar de uitkomsten van FSA en SEC en naar de vraag of in de Nederlandse situatie redenen besloten liggen om nadere maatregelen te nemen. Ik zal u later op de hoogte stellen van de uitkomsten daarvan. Indien deze aanleiding geeft om mijn afweging zoals geschetst in antwoord op vraag 2 te heroverwegen, zal ik u op dat moment daarover nader berichten.

Vraag 5

Kunt u daartoe de vragen van deze leden over short-selling binnen de geldende termijn en niet eerst na afloop van het zomerreces beantwoorden?

Antwoord

Ja.

⊃1;: Kamerstukken II 2007/08, nr 2946