Beantwoording vragen betreffende de begroting en de kredietcrisis

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA 'S-GRAVENHAGE

Uw brief (Kenmerk): 21 oktober 2008/2008Z04758
Ons kenmerk: AFEP/2008/0594 U

Onderwerp: Reactie verzoek mevrouw Koser Kaya

Geachte voorzitter,

Geachte afgevaardigde Koser Kaya heeft een aantal vragen gesteld over hoe om te gaan met de begroting gekoppeld aan de kredietcrisis. Via deze brief beantwoord ik haar vragen.

Om te beginnen wil ik er graag op wijzen dat onderscheid moet worden gemaakt naar de kredietcrisis (met als tweede orde-effect mogelijke directe gevolgen hiervan voor de financiering van (semi-)publieke instellingen) op zich, de doorwerking van de kredietcrisis naar de reële economie en het vraagstuk van doorwerking naar de begroting. Het kabinet blijft alert, op alle punten. Uiteraard binnen de u bekende spelregels van het trendmatig begrotingsbeleid. De ervaring heeft immers geleerd dat tussentijds ingrijpen in de reële economie via het voeren van conjunctuurbeleid weinig effectief is.

U refereert in uw vraag naar de uitzonderingssituatie wanneer afgeweken mag worden van het trendmatige begrotingsbeleid. Als uitzonderingssituatie is in de begrotingsregels inderdaad vastgelegd dat, als een EMU-tekort van 2% of meer dreigt te ontstaan, het kabinet maatregelen zal nemen. Dit alles is echter nu dus niet aan de orde: het CPB komt in december met een update van het economisch beeld, dat als basis zal dienen voor het Centraal Economisch Plan in het voorjaar bij het gebruikelijke hoofdbesluitvormingsmoment.

Hoogachtend,
de Minister van Financiën,

Wouter Bos