Antwoorden op kamervragen van Sterk over Bureau Jeugdzorg Amsterdam

De Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG

DBO-2890125

29 oktober 2008

Antwoorden van minister Rouvoet op de vragen van het Kamerlid Sterk (CDA) over Bureau Jeugdzorg Amsterdam (2080903620).

Vraag 1

Heeft u kennis genomen van de berichtgeving dat Bureau Jeugdzorg Amsterdam (BJZ) de veiligheid van kinderen die onder toezicht staan onvoldoende kan garanderen? 1)

Antwoord 1

Ja

Vraag 2

Deelt u de mening dat veiligheid van kinderen een eerste zorg is in de jeugdzorg en dat het onacceptabel is dat deze niet gegarandeerd is?

Antwoord 2

Zoals ik in mijn brief (5571489/08/DJJ) als reactie op de inspectierapporten “Risicomanagement in de jeugdbescherming bij Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam”, “Risicomanagement bij onder toezicht gestelde kinderen” en “De toetsende taak van de Raad voor de Kinderbescherming” heb aangegeven deel ik uw mening dat de veiligheid van kinderen van eerste zorg is in de jeugdbescherming. Het op een goede manier inschatten en beheersen van veiligheidsrisico’s is voor het vormgeven van deze zorg essentieel. Met het onderzoek bij Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam bevestigt de Inspectie mijn verwachting dat daar waar binnen de gezinsvoogdij gewerkt wordt met de Deltamethode al wél op een systematische en professionele manier invulling wordt gegeven aan het inschatten en beheersen van veiligheidsrisico’s. Tot het moment dat volledige implementatie van de Deltamethode heeft plaatsgevonden moet daarom het onderdeel “risicomanagement” van de Deltamethode met voorrang worden ingevoerd en gehanteerd door alle gezinsvoogdijwerkers. Ik verwacht van de provincies dat zij erop toezien dat in elk geval dit onderdeel per 1 januari 2009 bij alle bureaus is ingevoerd. In een gesprek dat ik vandaag met de provincies en grootstedelijke regio’s heb, wil ik hierover tot concrete afspraken komen. De bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de bureaus jeugdzorg ligt vanzelfsprekend bij deze bestuurlijke partners.
De door u gevraagde garantie voor de veiligheid van de kinderen is natuurlijk niet te geven. Wel mag u van de bureaus jeugdzorg verwachten dat eventuele risico’s tijdig worden onderkend, en dat vervolgens adequate maatregelen worden getroffen. De afspraken die zijn gemaakt zien hierop toe.

Vraag 3

Bent u voornemens nu eindelijk gebruik te gaan maken van uw aanwijzingsbevoegdheid als geregeld in de Wet op de Jeugdzorg, nu BJZ en de stadsregio Amsterdam er niet in slagen de veiligheid van deze kwetsbare kinderen te garanderen?

Antwoord 3

Ik ben niet voornemens op dit moment gebruik te maken van mijn aanwijzingsbevoegdheid richting de stadsregio Amsterdam. Niet omdat ik schroom om mijn bevoegdheid te gebruiken, maar omdat ik van mening ben dat een aanwijzing van mij op dit moment geen toegevoegde waarde heeft. De stadsregio heeft met het verzoek aan de Inspectie een onderzoek uit te voeren bij Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam en de acties die zij heeft genomen naar aanleiding van de resultaten van dit onderzoek laten zien dat zij haar verantwoordelijkheid serieus neemt. Ik heb dan ook vertrouwen in het feit dat de verantwoordelijke wethouder Asscher het bureau jeugdzorg houdt aan haar toezegging de maatregelen te treffen die nodig zijn om toe te zien op de veiligheid van kinderen .

Vraag 4

Op welke wijze zal er per direct gegarandeerd worden dat hulpverleners de juist methode (Deltamethode) gebruiken en informatie correct verzamelen en delen, zodat het risico op verwaarlozing, mishandeling of misbruik van deze kinderen afneemt?

Antwoord 4

Zoals ik in antwoord op vraag twee heb aangegeven houdt het hanteren van de Deltamethode in dat
op een systematische en professionele manier invulling wordt gegeven aan het inschatten en beheersen van veiligheidsrisico’s. De stadsregio Amsterdam zal erop toezien dat deze methode op
1-1-2009 integraal is ingevoerd.

Vraag 5

Hoe gaat u op korte termijn ervoor zorgen dat het belang van de kinderen die afhankelijk zijn van hulpverlening door BJZ Amsterdam niet de dupe worden van de onervarenheid van medewerkers? Hoe gaat u ervoor zorgen dat de werkdruk en het personeelsverloop bij BJZ Amsterdam afneemt?

Antwoord 5

Zoals ik al in het antwoord op vraag 2 aangaf ligt de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor bureau jeugdzorg Amsterdam bij de stadsregio. Tussen de bestuurlijk verantwoordelijke en het bureau jeugdzorg zijn afspraken gemaakt om zicht te krijgen en te houden op de risico’s van kinderen die aan de zorgen van het bureau jeugdzorg zijn toevertrouwd. Ik heb mijn vertrouwen in deze afspraken uitgesproken.