'Modern gezinsbeleid kan niet zonder modern werkgeverschap'

Minister Rouvoet was aanwezig bij de Herfstsalon van Meines & Partners, adviesbureau in in lobbying, public affairs en strategische communicatie. Hij sprak de aanwezigen toe over gezinsvriendelijk werkgeverschap.

Dames en heren,

Het is mij een groot genoegen om in deze Herfstsalon te mogen spreken. Ik neem vanmiddag maar even voor lief dat een kerkgebouw in een salon kan veranderen.

Het is herfst. En herfsten heten ‘stormachtig’ te zijn en soms heten herfsten zelfs ‘heet’. In de klassieke zin betekent dit laatste dat werkgevers, werknemers en kabinet tegenover elkaar stelling hebben genomen.
Dit jaar is het geheel anders. Geen hete herfst: een paar weken geleden lieten werkgevers, werknemers en kabinet zich van hun beste kant zien. In stormachtige tijden zochten en vonden deze drie partijen elkaar. Dat is pure winst en iets waar we als Nederland met recht trots op mogen zijn.
Polders zijn blijkbaar bestand tegen stormen.

Het gaat vanmiddag over bedrijven, gezinsvriendelijke bedrijven of werkgevers. Een belangrijk onderwerp, maar het valt qua betekenis ogenschijnlijk wat weg tegen de achtergrond van veel turbulentie.
Begonnen in Amerika is de financiële crisis ook in de rest van de wereld aangekomen. En duidelijk is al wel dat ook de reële economie er gevolgen van ondervindt.

In welke mate is echt niet te voorspellen. Alertheid is meer dan op haar plaats, bezorgdheid op onderdelen ook. Maar ik wijs u erop dat Nederland er echt relatief goed voor staat. Internationaal wordt dat breed erkend.
We kunnen er trots op zijn dat we door daadkrachtig en adequaat ingrijpen ergere dingen helpen voorkomen.
Ook is positief dat er bewegingen zijn om in internationaal verband deze financiele crisis collectief te bestrijden. Om zo grote gevolgen voor de reele economie zoveel mogelijk te voorkomen.

Ik grijp toch nog maar even de kerk-setting aan. De kredietcrisis heeft elementen in zich die duiden op een van de oude wijsheden van het bijbelboek 1 Timotheus: geldzucht is de wortel van alle kwaad. Ook dit bijbelvers wordt vaak misbruikt. Want met geld op zich is niet veel mis. Met geldzucht is wel van alles mis. Het zou “winst” zijn als we de excessen op dit gebied door deze crisis kunnen uitbannen.

Dames en heren, van de kredietcrisis naar gezinsbeleid en naar een gezinsvriendelijk bedrijfsleven, het onderwerp van deze bijeenkomst, lijkt inderdaad een grote stap. Van de macro- naar de microwereld. Maar volgens mij valt dat mee.

Wij lossen de grote problemen van de wereld namelijk niet op, als we niet in onze eigen micro-wereld beginnen. U en ik. In het bedrijfsleven, in maatschappelijke organisaties, in de politiek en bij de overheid, maar ook in ons privé-leven als echtgenoot, partner, ouder, familielid of vriend.
De kwaliteit van onze samenleving wordt namelijk mede bepaald door de kwaliteit van de samenstellende verbanden en in de waarden waar een mens als persoon voor staat. Verbeter de wereld, begin bij jezelf.

Een van die kleinere verbanden is het gezin. Gezinnen hebben een grote waarde, in zichzelf, en ook voor de maatschappij. Dat is mijn overtuiging en ook die van het kabinet.
Bovendien vormen gezinnen de plek waar toekomstige generaties worden gevormd. Sterke en goed functionerende gezinnen vormen zo een belangrijke bron voor het kweken van betrokkenheid bij de samenleving en voor het overdragen van essentiële normen en waarden.
In een gezin leren kinderen idealiter het goede spoor te vinden, zodat ze als ze volwassen zijn, verantwoordelijkheid kunnen nemen voor zichzelf, hun werk, en hun plaats in de maatschappij.
Als gezinnen bloeien, bloeit de samenleving.
Dit kabinet wil daarom vanuit een vooruitziende blik investeren in gezinsvriendelijk beleid.
Het is geen hang naar vroeger die ons hierin drijft, het is een drang tot sociale innovatie.

De overheid heeft daarbij vooral een voorwaardenscheppende taak: niet verantwoordelijkheden overnemen, maar voorwaarden scheppen, waaronder gezinnen zo goed mogelijk kunnen functioneren. Daar is dit kabinet hard mee bezig.
Wij werken aan een samenhangend jeugd- en gezinsbeleid, waarin alle wetten en regelingen die met gezinnen en jongeren te maken hebben, voor het eerst ook doelbewust op elkaar worden afgestemd, om op die manier een werkelijk gezinsvriendelijk klimaat te creëren.

Dat streven naar samenhangend jeugd- en gezinsbeleid brengt mij ook in gesprek met het bedrijfsleven.

Eén van de grote vraagstukken waar gezínnen mee te maken hebben, is de combinatie van gezin en werk.

Ik kan mij intussen voorstellen dat werkgevers zich hierbij afvragen: mooi, maar ‘what’s in it for me’?
Wel, één van de grote vraagstukken waar werkgevers mee te maken hebben, is het dreigend gebrek aan personeel. Als gevolg van de vergrijzing, maar ook doordat de arbeidsmarkt steeds hogere kwalitatieve eisen aan mensen stelt. Deze knelpunten zijn er, kredietcrisis of niet.

Wij moeten het in Nederland niet hebben van massaproductie, maar vooral van slimmer werken en van innovatie. Ook dat maakt het in de toekomst steeds moeilijker om goed opgeleid, geschikt personeel te vinden.

Het komt mij voor dat beide problemen zich laten oplossen door het streven naar gezinsvriendelijk werkgeverschap. En dat lijkt mij goed nieuws.

Het zou heel goed kunnen dat de talenten waar werkgevers hard naar op zoek zijn, in ruime mate aanwezig zijn. Sterker: we weten zeker dat die talenten aanwezig zijn, maar ze worden niet aangesproken.

Een grote groep mensen staat in onze samenleving aan de kant: vrouwen, allochtonen, gehandicapten en Wajongers, die graag meer kansen zouden krijgen op de arbeidsmarkt.

Vandaag wil ik mijn verhaal toespitsen op dat deel van het arbeidspotentieel dat goed opgeleid en goed gemotiveerd is, maar voor een belangrijk deel onbenut blijft.
Het gaat hierbij vooral om vrouwen.
Ik pleit er beslist niet voor om elke vrouw tegen haar zin de arbeidsmarkt op te jagen.
Maar aangezien veel van deze vrouwen – volgens RWI-onderzoek dat ook door de Commissie Bakker wordt geciteerd een kleine 300.000 – graag wíllen werken, is er veel winst te behalen. Maar dan moeten we de problematiek wel in samenhang bezien.
Modern gezinsbeleid kan niet zonder modern werkgeverschap.

Op zichzelf doen we het in Nederland wat betreft arbeidsparticipatie niet slecht. Steeds meer vrouwen blijven aan het werk nadat ze een kind hebben gekregen. Dat levert ons land een hoge participatie op in vergelijking met andere landen. Maar u weet het vermoedelijk ook: dit gaat vooral om kleine deeltijdbanen. Nergens in Europa werken zoveel vrouwen zo weinig als in ons land.

De reflex in het debat was tot op heden vaak: de kinderopvangvoorzieningen moeten beter. Maar in het effect van investeringen daarin is een zekere verzadiging opgetreden.
Daarover wil ik het vandaag niet zozeer hebben, want het gaat nou net om de ouders die naast hun werk zelf tijd voor hun kinderen willen hebben. Niets ten nadele van kinderopvang, maar daar gaat het nu niet om.

Die kleine deeltijdbanen hebben deels te maken met onze opvattingen over gezin en opvoeding, zo blijkt uit SCP-studies.
In onze cultuur vinden we opvoeding eerst en vooral een zaak van de ouders, en dat is een groot goed!
Maar het heeft zeker ook te maken met de moeilijkheden om gezin en werk te combineren. Veel vrouwen zouden best meer uren willen werken, of om überhaupt te gaan werken, als ze maar de gelegenheid zouden krijgen om een baan te combineren met hun zorgtaken.

Voor ons als kabinet is de keuzevrijheid van ouders eveneens een groot goed. Het is aan mensen zelf om te beslissen hoe zij de taken voor zorg en arbeid met elkaar verdelen of regelen.

Maar we hebben wel de taak om ouders in het spitsuur van hun leven, met kleine kinderen en beginnende carrières, zo goed mogelijk te ondersteunen, zodat zij een gezonde balans kunnen vinden tussen gezin en werk.

Wat mij betreft is dat een absolute voorwaarde bij alle inspanningen die wij doen om de arbeidsparticipatie te verhogen. Gezinnen moeten er wel bij varen! Als we dat loslaten, zullen we op termijn ook van een koude kermis thuiskomen.
Als karaktervorming ergens plaatsvindt, dan toch zeker in het gezin.

Wij moeten ouders de mogelijkheid bieden om gezin en werk op een goede manier te combineren. Dan krijgen veel vrouwen de gelegenheid om zich in een baan verder te ontwikkelen, en krijgen werkgevers het gewenste personeel, maar zonder dat de gezinnen in de knel komen. En dat is de sleutel voor succes.

Om dit te bevorderen, kan de politiek ook een bijdrage leveren.
Het Coalitie-akkoord is er duidelijk over, evenals de kabinetsreactie op het advies van de Commissie-Bakker.
Ook in het Najaarsoverleg zijn we overeengekomen om als kabinet en sociale partners dit punt gezamenlijk op te pakken.

De politiek kan bijvoorbeeld de regels rond het ouderschapsverlof aanpassen, zodat het zowel voor mannen als vrouwen gemakkelijker wordt om ouderschapsverlof op te nemen.
Dat gaan we dus ook doen.

Wat het bedrijfsleven kan doen, is arbeid flexibeler maken. Ik hoop u duidelijk te maken dat dat in het voordeel van de werknemers, maar ook van de werkgever zelf is.

Flexibilisering van arbeid is een weids begrip.
Het heeft te maken met de verruiming van het dagvenster, waarbij werknemers naar keuze vroeger of later kunnen beginnen.
Het heeft te maken met thuiswerken, flexibeler roosters, schooltijdbanen en deeltijdbanen – op álle niveaus, dus ook voor mannen.
En het heeft ook te maken met de mogelijkheid voor werknemers om hun eigen roosters te maken.
Duobanen? Ja zeker, ook voor leidinggevende functies!

In veel zorginstellingen in Scandinavië is dat systeem van zelfroosteren al enige tijd ingevoerd. Verpleegkundigen geven aan wanneer ze willen werken, en vooral wanneer niet, en op basis van die persoonlijke voorkeuren wordt een dienstrooster samengesteld.
Het komt in de praktijk heus wel eens voor dat mensen hun wensen moeten heroverwegen om het rooster rond te krijgen, maar over het algemeen is iedereen er heel tevreden over.

Doorgaans worden ploegendiensten als fysiek zwaar ervaren, vanwege de wisselende nacht-, avond- en dagdiensten. Maar een zelfgekozen rooster voelt een stuk lichter dan een voorgeschreven rooster.

In Nederland zijn er een paar bedrijven die met dat zelfroosteren experimenteren. Bij Schiphol en NS gebeurt het bijvoorbeeld, maar ik denk dat zelfroosteren voor veel bedrijven en zorginstellingen interessant kan zijn.

Er zijn mogelijkheden te over om arbeid flexibeler te maken. Want flexibilisering van arbeid is in feite: het slimmer organiseren van arbeid. Dat noem ik sociale innovatie.

Sociale innovatie is niet hárder, maar vooral slimmer werken. En daar moet Nederland het in de concurrentie met Oost-Europa, India, China en Brazilië juist van hebben.

Het vraagt alleen om een nieuwe manier van werken: een nieuwe arbeidscultuur, een andere manier van managen, moderne ict-voorzieningen en passende werkafspraken. Werknemers krijgen meer eigen verantwoordelijkheid, managers moeten hun mensen op een andere manier aansturen.

Veel werknemers zouden het graag willen. Ze zouden hun talenten in een baan verder willen ontplooien, maar dan wel op tijden en voorwaarden die aansluiten bij hun zorgtaken. Veel mannen zouden meer tijd willen besteden aan hun gezin, zonder dat hun carrière gelijk op het spel staat.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat nog veel werkgevers aarzelen over flexibel werken.
Zij houden de werktijden liever overzichtelijk en ze hebben hun bedenkingen bij thuiswerken. Want hoe weet je of iemand die thuis werkt wel hard genoeg werkt? Hoe kun je iemand aansturen die niet binnen handbereik is?
En hoe zorg je ervoor dat een team toch een team blijft, al werken de teamleden geregeld vanuit huis?

In het algemeen acht ik werkgevers hoog. Maar op het punt van flexibiliteit en gezinsvriendelijkheid is er nog veel te winnen.

De werkgevers van Nederland, positieve uitzonderingen daargelaten, zouden de kansen moeten benutten om zich op een steeds krapper wordende arbeidsmarkt – ondanks de economische situatie - te onderscheiden als een modern, gezinsvriendelijk bedrijf.

Werkgevers zouden er goed aan doen om binnen hun bedrijf de mogelijkheden te bekijken om werknemers tegemoet te komen in hun persoonlijke mogelijkheden en wensen.
Ze zouden hun medewerkers ook wat meer vertrouwen moeten geven, bijvoorbeeld als het gaat om thuiswerken of om het toedelen van meer verantwoordelijkheid.

Flexibilisering van arbeid is namelijk ook in het belang van werkgevers. Bijvoorbeeld omdat het een stuk gemakkelijker wordt om aan geschikt en gemotiveerd personeel te komen én om dat personeel vast te houden.
En ook omdat goed gemotiveerd personeel een bedrijf of organisatie tot grote hoogte kan brengen. Want tevreden personeel presteert het best.
Vergeet overigens ook niet dat meer gespreide werktijden een positief effect kunnen hebben op de files.

Nogmaals, kinderopvang is een ander dossier. Het gaat mij nu om ouders die zelf meer tijd voor hun kinderen willen hebben. Maar: laatst raakte ik wel geboeid door een bedrijf in het buitenland dat in de schoolvakanties activiteiten organiseert voor zijn werknemers.
Daar komt wat bij kijken, maar het neemt veel stress bij ouders weg.

Ik ben het bij voorbaat met u eens, dat als het gaat om meer gezinsvriendelijkheid van werkgevers de liefde van twee kanten moet komen.

Werknemers moeten van hun kant ook flexibel omgaan met de eisen die een bedrijf stelt, bijvoorbeeld vanwege pieken of dalen in de productie.


Ook denk ik dat van werknemers verwacht mag worden dat ze als tegenprestatie voor flexibiliteit van hun werkgever, bereid zijn om bijvoorbeeld ’s avonds via de mail of op vrije dag collega’s te informeren of terug te koppelen.
Maar er zijn inmiddels veel voorbeelden van bedrijven die in goed overleg met ondernemingsraden en vakbonden tot CAO-afspraken zijn gekomen, waarbij werknemers flexibeler roosters en meer verantwoordelijkheid hebben gekregen.

Bedenk daarbij dat flexibeler werken ook de gelegenheid geeft om personeel in slappe tijden meer vrije tijd te bieden, en in piektijden juist meer in te schakelen, zonder dat het overuren en dus extra geld kost.

Als overheid zitten we ook niet stil. Als minister voor Jeugd en Gezin zet ik een kosten/baten-analyse uit. Welke kosten zijn er verbonden voor bedrijven voor gezinsvriendelijk beleid?
Welke baten staan daar naar verwachting tegenover? Wat zijn vervolgens de meest kansrijke en succesvolle maatregelen?
Nogmaals, ik doe dit omdat er een wereld te winnen valt.

Nieuwe tijden vragen nieuwe oplossingen. Die oplossingen kunnen we alleen met gezamenlijke inspanningen tot stand brengen. Ik doe een dringend appèl op bedrijven, op werkgevers en werknemers op landelijk en organisatieniveau, om gebruik te maken van wat kan en om creatief nieuwe oplossingen te vinden.
Op een conferentie begin maart 2009 willen we goede voorbeelden van gezinsvriendelijke bedrijven presenteren.

Wees niet te bang voor arrangementen die per medewerker verschillen.
Schooltijdbanen, flexibele begin- en eindtijden, thuiswerken, telewerken, zelfroosteren. Heb het erover en probeer het uit.
Zie de voordelen: werknemers ontwikkelen hun talenten en gaan er financieel op vooruit, werkgevers krijgen goed opgeleid en gemotiveerd personeel.
Het is goed voor de economie. Stress en ziekteverzuim nemen af. De arbeidsproductiviteit gaat omhoog en het is goed voor het imago van het bedrijf, ook op de arbeidsmarkt.

Gezins- en bedrijfsbelangen komen echt veel meer overeen dan u misschien nu denkt.