Antwoord op vragen van de Tweede Kamerleden Omtzigt, De Nerée tot Babberich en Blanksma - van den Heuvel

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA Den Haag

Datum 16 maart 2009
Ons kenmerk: FM09-428
Betreft Vragen van de leden Omtzigt, De Nerée tot Babberich en Blanksma-van den Heuvel

Geachte voorzitter,

Bijgaand doe ik u de antwoorden toekomen op de vragen van de leden Omtzigt, De Nerée tot Babberich en Blanksma-van den Heuvel over het verbod op short-selling.

Hoogachtend,
de minister van Financiën,


Wouter Bos

2009Z03424
Vragen van de leden Omtzigt, De Nerée tot Babberich en Blanksma-van den Heuvel aan de minister van Financiën over short-selling. (Ingezonden 25 februari 2009)

Vraag 1
Is het waar dat door de AFM overwogen wordt om het verbod op short selling (zowel gedekte als niet gedekte short selling in financiële ondernemingen) op te heffen per 28 februari as?

Antwoord
De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft van 16 tot en met 23 februari jl. het voornemen tot wijziging van haar maatregelen inzake short selling geconsulteerd. Dit voornemen bestond uit het afschaffen van het verbod en het in stand houden van een meldingsplicht voor significante short posities. Sommige partijen erkennen het belang van short selling voor de handel en spreken zich uit voor afschaffing van het verbod. Echter enkele partijen hebben gewezen op de uitzonderlijke marktomstandigheden en hebben gevraagd om verlenging van de maatregelen. Uit voorzorg heeft de AFM haar maatregelen inzake short selling daarom verlengd.

Vraag 2
Is er niet nog alle aanleiding dit verbod te handhaven gelet op de aanhoudende uitzonderlijke volatiliteit op de beurzen, zeker wat betreft de handel in financiële ondernemingen?

Antwoord
Zie antwoord bij vraag 1.

Vraag 3
Zijn er gegevens bekend in welke mate er, sinds het verbod werd ingesteld op 5 oktober 2008, toch nog gebruik is gemaakt van bovengenoemde vormen van short selling?

Antwoord
De AFM houdt toezicht op de naleving van de tijdelijke regeling inzake short selling. Op grond van de Wet op het financieel toezicht (Wft) kan de AFM in het kader van haar toezichtstaak informatie opvragen bij marktpartijen. De AFM heeft verscheidene keren van deze bevoegdheid gebruik gemaakt. De AFM heeft tot op heden geen signalen uit de markt ontvangen dat getracht wordt het verbod te ontduiken. De AFM kan echter niet alles zien.

Vraag 4
Vindt er internationaal overleg plaats met andere toezichthouders (zoals de SEC, de FSA en de Duitse en Franse toezichthouders) ten aan zien van maatregelen tegen short selling?

Antwoord
Ja, de AFM heeft in CESR-verband regelmatig overleg met andere toezichthouders ten aanzien van maatregelen tegen short selling. De Europese toezichthouders informeren elkaar over hun tijdelijke maatregelen en werken in een task force aan voorstellen voor de toekomst ten aanzien van short selling: ondermeer op het gebied van de transparantie van short posities en het verbeteren van toepasselijke settlement regels in de toekomst.

Vraag 5
Hoe verhoudt het besluit van afgelopen weekeinde in Berlijn, op de top ter voorbereiding van de volgende G-20, om hedge funds en privaty equity partijen onder (verscherpt) toezicht te stellen, zich tot de intentie om het verbod op short selling op te heffen?

Antwoord