Hoogleraren in gesprek over een betere overheid

reuring.jpg

Presentator Mark Frequin hoopte op discussies en meningsverschillen, maar de aanwezigen in het Nutshuis bleken het vaak eens over de weg naar een betere overheid. Aan het debat namen de hoogleraren Valerie Frissen en Mark van Twist (Erasmus Universiteit Rotterdam), Mirko Noordegraaf (Universiteit Utrecht), Roel in 't Veld (Open Universiteit), Stavros Zouridis (Universiteit van Tilburg) en Roel Bekker (Universiteit Leiden) deel.

Bekker riep op tot samenwerking tussen ambtenaren en politici en het tegengaan van verkokering. Frissen opperde dat de overheid weliswaar moet weten wat er speelt, maar misschien een bescheidener rol moet aannemen. Noordegraaf pleitte voor het benadrukken van variëteit en een minder negatieve voorstelling van de maatschappelijke publieke dienstverlening. In 't Veld stak van wal met een aanval op de minister van BZK: 'Minister Ter Horst beschikt over het geld, maar wil het niet uitgeven aan mensen die kunnen bijdragen aan een betere overheid'. Zouridis riep de overheid op om ‘Meer vanuit de samenleving naar zichzelf te kijken in plaats van vanuit zichzelf naar de samenleving' en Van Twist tenslotte, constateerde dat de ‘zelfhaat' bij de overheid toeneemt, wat onder andere blijkt uit de drang om van alles af te schaffen.


Debiel

Nadat de standpunten van de professoren in stelling waren gebracht door Frequin, begon het debat met onder andere een aantal pittige uitspraken van oud-staatssecretaris In 't Veld die zei dat ‘de overheid moet ophouden de burger debiel te verklaren', refererend aan het referendum over de Europese grondwet. Bovendien bekritiseerde hij de reorganisatie: 'We zijn een deel van de overheid aan het uitkleden zodat die straks haar eigen taak niet kan doen'. Frissen beaamde dat de overheid meer vertrouwen in de burger moet hebben. Volgens haar verkeert de overheid in een ‘identiteitscrisis' over haar eigen rol. Bekker houdt het erop dat de landelijke politiek ‘een te grote magneet heeft' en alles naar zich toe trekt. Als voorbeeld noemt hij de recente problemen in
Gouda.

Interessantloos

Van Twist introduceerde het sleutelwoord van de avond door Bekkers pleidooi te interpreteren als een oproep tot ‘interessantloosheid': minder ad hoc inspelen op de waan van de dag, maar met analyses op zoek gaan naar verdieping. De ‘interessantloosheid' van Van Twist vond gretig aftrek bij de andere hoogleraren, die deze aanpak beter vinden dan die van het voormalige Programma Andere Overheid (PAO), waarbij de insteek leek te zijn om het ‘blijer en vrolijker' te gaan doen. Bekker benutte het momentum door te verklaren dat uit recente cijfers over de stand van de overheid blijkt dat de overheid in omvang daalt, conform plan.

Van Twist uitte zijn zorgen over de ‘ontkoppeling' die volgens hem plaatsvindt, door initiatieven als ‘één logo' en Rijksoverheid.nl. Door deze distantiëring tussen amtenaren en hun ministers en ministeries zouden ambtenaren ‘zoek raken'. Bovendien wordt er door alle uitbestedingen te weinig kennis opgebouwd: ingehuurde krachten nemen kennis bij vertrek weer mee. In 't Veld ziet ook graag meer of andere ambtenaren, ‘niet alleen mensen die zijn aangenomen om ervoor te zorgen dat de minister geen deuk oploopt'.

Aangeleerde authenticiteit

Tijdens de pauze pleitte columnist Frits van der Meer voor méér beleidsambtenaren, want, betoogde hij, er zijn weinig échte beleidsambtenaren. Daarna rondde gespreksleider Frequin de discussie af met de vraag aan de hoogleraren ‘wat zou jij doen als je de baas van het land was?' Helaas bleven de professoren hier veelal steken in algemeenheden als ‘ik zou mezelf de vraag stellen...', om vervolgens hun standpunten toch nog in soundbites voor het voetlicht te brengen.

Zo wil Van Twist af van ‘aangeleerde authenticiteit', refererend aan een minister die na zijn mediatraining opgelucht te berde bracht: ‘nu kan ik eindelijk mezelf zijn'. Frissen pleitte voor een ‘luie overheid' (maak keuzes en laat taken vallen) en Bekker constateerde tevreden dat er de afgelopen twee jaar aanzienlijk minder wetsontwerpen zijn ingediend: ‘het kabinet is rustig bezig' . Noordegraaf tenslotte, wilde een einde aan het gebruik van ‘lidwoorden', zoals dé overheid en dé ambtenaar die geen recht doen aan de variëteit in de ambtenarij.

Hiermee eindigde een discussie over een heikel thema. Dat het onderwerp leeft, bleek uit de hoge opkomst. Het was dan ook verrassend dat kritische vragen uit de zaal grotendeels achterwege bleven.

Bron: BZK-intranet/Evan Schaafsma