Kamervragen lespakket DNB

De voorzitter van de
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA Den Haag

Datum 16 maart 2009
Ons kenmerk: FM09-246
Betreft Vragen van de leden Vendrik en Dibi aan de ministers van Financiën en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het gebrek aan kritische zelfreflectie op toezicht in lesbrief


Geachte voorzitter,

In antwoord op de vragen van de leden Vendrik en Dibi inzake het gebrek aan kritische zelfreflexie op toezicht in een lesbrief van DNB, die mij is toegezonden per brief van 30 januari onder nummer 2080911500, deel ik u mede dat de vragen mede namens de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap worden beantwoord als aangegeven in de bijlage.


Hoogachtend,
de minister van Financiën,

Wouter Bos


2080911500

1
Heeft u kennisgenomen van het artikel "DNB legt scholieren de crisis uit, maar geen woord over het gebrek aan toezicht"?

Ja.

2
Herinnert u zich dat u in antwoord op eerdere Kamervragen heeft gesteld dat de overheid terughoudendheid in het aanbieden van lespakketten dient te betrachten en dat het aanbieden van lespakketten alleen gebeurt in specifieke gevallen, bijvoorbeeld omdat scholen er om vragen of op verzoek van de Kamer? Welk specifiek geval gaf voor het lespakket "Van kredietcrisis tot recessie" aanleiding om tot het aanbieden over te gaan?

Ja. Het kabinet vindt dat in elk geval vanuit de rijksoverheid terughoudendheid moet worden betracht bij het aanbieden of financieren van lespakketten.

DNB heeft als centrale bank een onafhankelijke positie en is als zodanig geen onderdeel van de rijksoverheid. DNB ziet kennisoverdracht en informatieverstrekking aan de maatschappij als een belangrijk onderdeel van haar takenpakket als centrale bank. Het onderwijs vormt daarbij een belangrijke doelgroep. Zo heeft DNB bijvoorbeeld al enkele decennia een bezoekerscentrum waar scholieren (maar ook andere groepen) worden rondgeleid. Daarnaast worden al sinds jaar en dag verschillende materialen aan het onderwijs aangeboden. Financiële educatie staat daarbij voorop. De lesbrief over de kredietcrisis is dus geen unicum.

De lesbrief die nu door DNB is opgesteld is niet aan alle scholen aangeboden, maar kan besteld worden. De keuze hiervoor ligt dus heel duidelijk bij de scholen zelf. Dit laatste geldt overigens ook voor lesmateriaal dat scholen wel wordt toegezonden. Ook dan staat voorop dat scholen niet verplicht zijn om gebruik te maken van dit materiaal.

De aanleiding voor de lesbrief was dat DNB vanuit het onderwijs steeds meer verzoeken krijgt om informatie en uitleg over de kredietcrisis. DNB heeft de lesbrief gepubliceerd tijdens de Nationale Onderwijstentoonstelling (NOT), die plaatsvond van 27 t/m 31 januari. De lesbrief wordt overigens ook aan geïnteresseerden verstrekt.

3
Herinnert u zich dat u in antwoord op die Kamervragen heeft gesteld dat in het geval van een politieke actualiteit waarvan de uitkomst ongewis is, context, tegenspraak en nuances uitgebreid aan de orde dienen te komen?

Ja. Echter, lesmateriaal wordt in verband met de vrijheid van onderwijs niet van tevoren door het ministerie van OCW of een ander ministerie, zoals in dit geval dat van Financiën, ingezien of beoordeeld. Gelet op die grondwettelijke vrijheid van inrichting, laat de overheid zich in principe niet in met de inhoud van lesmateriaal. Ik kan dus ook geen verantwoordelijkheid nemen voor de inhoud ervan. Dit is in het onderhavige geval de verantwoordelijkheid van DNB.