Antwoorden op kamervragen van Agema over het bericht dat een ALS-patiënte in de laatste levenfase geen terminale zorg thuis kreeg

De Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG

DLZ-K-U-2960737

13 oktober 2009

Geachte voorzitter,

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het Kamerlid Agema (PVV) over het bericht dat een ALS-patiënte in de laatste levensfase geen terminale zorg thuis kreeg (2009Z17615).

Hoogachtend,
de Staatssecretaris van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,

mw. dr. J. Bussemaker

Vraag 1

Wat bedoelt u met uw reactie 1), dat zorg die thuis geleverd kan worden - zoals het thuis kunnen sterven - niet onbegrensd kan zijn? Kunt u deze grenzen definiëren? Zo nee, waarom niet?

Vraag 2

Waarom bent u van mening dat 24-uurszorg in een instelling wel goed en adequaat geboden kan worden, maar niet in de thuissituatie te verwezenlijken is?

Vraag 3

Zijn de kosten voor u een reden om de keuze om thuis te sterven te beperken? Zo nee, kunt u dat toelichten?

Vraag 4

Vindt u het niet bijzonder cru om de positie van de arbeidsmarkt bij dit vraagstuk te betrekken? Welke andere vormen van zorg gaat u om dezelfde arbitraire reden beperken?

Antwoord 1 t/m 4

Voor het antwoord op deze vragen wil ik u kortheidshalve verwijzen naar mijn brief aan de Tweede Kamer van 30 juni 2009 (Kamerstukken II 2008/09, 30 597, nr. 96). Daarin heb ik aangegeven dat wij de vraag onder ogen moeten zien of in alle situaties waarin sprake is van zeer complexe intensieve zorg het altijd verantwoord is om die zorg in de thuissituatie te bieden. In gemeen overleg met de Tweede Kamer wil ik een antwoord op die vraag formuleren. Ik heb u een notitie toegezegd aan de hand waarvan wij dat debat in het najaar kunnen voeren.

1) Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2009-2010, nr. 147
Netwerk, 10 september 2009