Antwoord op Kamervragen over kosten Koninklijk Huis

De minister-president heeft vragen beantwoord van Tweede Kamerleden Van Raak (SP) en Van Gent (GroenLinks) over de kosten van het Koninklijk Huis.

Graag bied ik u hierbij aan de antwoorden op de schriftelijke vragen gesteld door het lid Van Raak (SP) over de kosten van het Koninklijk Huis.

De vragen werden mij op 29 januari toegezonden onder nummer 2010Z01807.

DE MINISTER-PRESIDENT, Minister van Algemene Zaken,

mr.dr. J.P. Balkenende

-----------------------------------------------------------------

Vraag 1

Hoe verklaart u de verschillen in kosten tussen het Koninklijk Huis in Nederland, een kleine 40 miljoen euro, en de uitgaven aan het Koninklijk Huis in vergelijkbare landen als België, Denemarken en Zweden, die minder dan 15 miljoen euro zouden kosten? 1)

Vraag 2

Hebben deze verschillen in uitgaven vooral te maken met verschillen in personeelskosten?

Vraag 3

Deelt u de opvatting dat een beoordeling van de uitgaven aan het Koninklijk Huis alleen gemaakt kan worden in vergelijking met de kosten van vergelijkbare koningshuizen?

Vraag 4

Kloppen de cijfers in het onderzoek van de Belgische politicoloog Herman Mathijs? Zo nee, kunt u mij dan de juiste cijfers geven van de kosten van het Koninklijk Huis in België, Denemarken, Groot-Brittannië, Luxemburg, Noorwegen, Spanje en Zweden?

Antwoord 1 t/m 4

Het onderzoek van de Belgische hoogleraar Matthijs dat de basis vormt van het genoemde bericht in vraag 1 toont aan dat internationale vergelijking nauwelijks mogelijk is omdat de definities vaak verschillend zijn. Of zoals de Belgische hoogleraar Matthijs zelf aangeeft in zijn onderzoek: "alleen Nederland en het Verenigd Koninkrijk hanteren een transparant systeem om te weten wat de totale kost is van de leden van de Koninklijke familie. Dit geeft in de praktijk een veel groter bedrag als totale kost van de monarchie en maakt vergelijkingen erg moeilijk"2).

Vraag 5

Wanneer ontvangt de Kamer het eerste jaarverslag van het Koninklijk Huis? Bent u bereid dit jaarverslag op zodanige wijze in te richten dat de Kamer inzicht krijgt in de verschillende activiteiten die voor de verschillende soorten van uitgaven zijn verricht, inclusief beveiliging, staatsbezoeken en onderhoud van paleizen?

Antwoord

Het jaarverslag over de begroting 2010, dat op de derde dinsdag in mei van 2011 wordt aangeboden aan de Tweede Kamer, zal het eerste jaarverslag zijn dat conform de nieuwe opzet van de begroting de Koning zal plaatsvinden. Het jaarverslag zal daarbij één op één aansluiten bij de begroting. De opzet van de begroting de Koning is met de uitdrukkelijke goedkeuring van de Tweede Kamer tot stand gekomen en in navolging van mijn brief over de nieuwe opzet van begroting I van de Rijksbegroting (Tweede Kamer, vergaderjaar 2008-2009, 31 700 I, nr. 5), gebaseerd op de aanbevelingen van de Stuurgroep herziening stelsel kosten Koninklijk Huis onder voorzitterschap van de voormalige minister van Financiën dr. G. Zalm. Bij de aanbevelingen is toegelicht dat de uitgaven voor beveiliging, staatsbezoeken en instandhouding van monumenten (paleizen) niet op de begroting de Koning worden geraamd en verantwoord, maar binnen andere begrotingen worden verantwoord en toegelicht.

1) de Volkskrant, 27 januari 2010: "Koningin iets goedkoper geworden"

2) De kostprijs van de monarchie in Europa, Prof. dr. Herman Matthijs (VUB), januari 2010, pag. 14.

--------------------------------------------------------------------------

Graag bied ik u hierbij aan de antwoorden op de schriftelijke vragen gesteld door het lid Van Gent (Groen Links) over de kosten van het Koningshuis.

De vragen werden mij op 28 januari toegezonden onder nummer 2010Z01679.

DE MINISTER-PRESIDENT, Minister van Algemene Zaken,

mr.dr. J.P. Balkenende

--------------------------------------------------------------------

Vraag 1

Kent u het bericht 1) dat het Nederlands Koningshuis het op één na duurste Koningshuis van Europa is?

Antwoord

Ja.

Vraag 2

Herinnert u zich uw toezegging 2) dat u de kosten, verbonden aan het Koningshuis zult onderzoeken en meenemen in de brede heroverweging? Zo ja, bent u daar inmiddels, zoals toegezegd, persoonlijk mee bezig?

Vraag 3

Ziet u in deze berichten aanleiding om extra kritisch te kijken naar de aan het Koningshuis verbonden kosten?

Antwoord 2 en 3

In het debat naar aanleiding van de behandeling van de begroting van de Koning 2010 op 8 oktober 2009 heb ik aangegeven, dat net als alle andere begrotingen, ook begroting I in het kader van de heroverwegingen, kritisch zal worden bezien. De uitkomsten zullen worden betrokken bij het opstellen van de Voorjaarsnota 2010. Daarbij zal de Tweede Kamer worden geïnformeerd over de overwegingen die daarbij door het kabinet zijn gemaakt. Deze toezegging zal ik dan ook gestand doen.

Vraag 4

Deelt u de mening dat het wenselijk is om een kritische analyse uit te voeren waarom Koningshuizen elders in Europa, met uitzondering van Groot-Brittannië, veel voordeliger uitvallen?

Antwoord

Het onderzoek van de Belgische hoogleraar Matthijs dat de basis vormt van het genoemde bericht in vraag 1 toont aan dat internationale vergelijking nauwelijks mogelijk is omdat de definities vaak verschillend zijn. Of zoals de Belgische hoogleraar Matthijs zelf aangeeft in zijn onderzoek: "alleen Nederland en het Verenigd Koninkrijk hanteren een transparant systeem om te weten wat de totale kost is van de leden van de Koninklijke familie. Dit geeft in de praktijk een veel groter bedrag als totale kost van de monarchie en maakt vergelijkingen erg moeilijk" 3).

1) Nu.nl, 26 januari 2010: "Nederlands Koningshuis bijna duurste Europa" en RTL Nieuws, 26 januari 2010

2) Handelingen II, 2009-2010, nr. 12, blz. 933

3) De kostprijs van de monarchie in Europa, Prof. dr. Herman Matthijs (VUB), januari 2010, pag. 14.