Brief aan de Tweede Kamer over planning van behandeling wetgeving nieuwe staatkundige verhoudingen van het Koninkrijk

In haar procedurevergadering van 27 januari 2010 heeft de vaste kamercommissie voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken (NAAZ) een planning vastgesteld voor de behandeling door de Tweede Kamer van de wetsvoorstellen die verband houden met de nieuwe staatkundige verhoudingen van het Koninkrijk. Naar aanleiding van deze procedurevergadering bericht ik u als volgt.

Eerste pakket BES-wetgeving

Vanzelfsprekend heb ik begrip voor het feit dat de vaste kamercommissie voor NAAZ eerst de gelegenheid wil hebben ter plaatse met de eilandsbesturen en eilandsraden te overleggen alvorens de afrondende plenaire behandeling plaatsvindt van het eerste pakket BES-wetgeving (Wet openbare lichamen BES, Wet financiën BES, Wijziging Kieswet i.v.m. BES, Invoeringswet BES, Wet goedkeuring verdragen BES en Wet bescherming persoonsgegevens BES). Om de Eerste Kamer zo snel mogelijk in staat te stellen aan te vangen met de behandeling van dit pakket, hecht ik echter zeer aan plenaire afhandeling, inclusief stemming, in de eerste week van maart.

Aanpassingswet BES I

Uit uw planning blijkt voorts dat u voornemens bent de Aanpassingswet BES I (wetsvoorstel 31 959) gelijktijdig met de fiscale wetsvoorstellen te behandelen. Deze behandeling zal volgens de planning in april plaatsvinden. Naar ik heb begrepen hangt dit samen met het feit dat de Aanpassingswet BES I wijzigingen op het punt van de Wet op de Loonbelasting BES en de Wet op de Inkomstenbelasting BES bevat en de Kamer deze onderdelen in samenhang met de andere fiscale wetgeving wenst te behandelen.

Gezien de samenhang tussen de Invoeringswet BES en de Aanpassingswet BES I én het belang dat dit omvangrijke wetsvoorstel op korte termijn bij de Eerste Kamer aanhangig wordt gemaakt, ben ik voornemens om de onderdelen van de Aanpassingswet BES I die zien op de Wet op de Loonbelasting BES en Wet op de Inkomstenbelasting BES bij nota van wijziging uit de Aanpassingwet BES I te lichten. Deze onderdelen zullen vervolgens bij nota van wijziging in de Invoeringswet fiscaal stelsel BES worden gevoegd. Ik meen dat hierdoor niets meer in de weg staat dat de plenaire behandeling van de Aanpassingswet BES I eveneens in de eerste week van maart plaatsvindt. De voorstellen op het terrein van de fiscaliteit kunnen op deze manier in april in samenhang worden behandeld.

Rijkswetgeving

Half januari 2010 heb ik de nota's naar aanleiding van de verslagen voor de rijkswetgeving inclusief de wijziging van het Statuut bij u ingediend. Voor zover de nota’s naar aanleiding van de verslagen van de Staten van de Nederlandse Antillen en, indien van toepassing, de Staten van Aruba nog niet zijn uitgebracht, zal dit op korte termijn geschieden. Daarmee is het pakket voor plenaire behandeling gereed. U heeft voorgesteld de rijkswetgeving in twee pakketten te behandelen. Op 26 maart a.s. treden echter de nieuwe Staten van de Nederlandse Antillen aan. Het is ongewenst indien bij de Tweede Kamerbehandeling van pakket I 'oude' Statenleden aanwezig zijn en bij pakket II ' nieuwe’ Statenleden. Gelet op de verkiezingsuitslag ontmoet het geen bezwaar indien de rijkswetgeving in aanwezigheid van 'oude’ Statenleden wordt behandeld, dus vóór 26 maart 2010. Deze Staten hebben de wetgeving ook voorbereid en de verslagen uitgebracht.

Gelet op de wisseling van de samenstelling van de Staten van de Nederlandse Antillen met ingang van 26 maart 2010, het belang van de spoedige behandeling, het feit dat gedelegeerden van de Staten van de Nederlandse Antillen en Aruba in de gelegenheid moeten zijn om bij de behandeling aanwezig te zijn én het feit dat het gewenst is dat er tussen eerste termijn Kamer en eerste termijn regering een Rijksministerraad kan worden ingepland, dring ik er bij u op aan om de rijkswetgeving inclusief de wijziging van het Statuut in één pakket in de tweede en derde week of de derde en vierde week van maart te behandelen.

Dit geldt temeer omdat het voorstel van rijkswet tot wijziging van het Statuut tevens bij landsverordening aanvaard dient te worden door de Staten van de Nederlandse Antillen en van Aruba. Het is hierdoor het wetsvoorstel dat de langste procedure dient te doorlopen. Het is daarom van belang dat juist aan de behandeling van dit wetsvoorstel voorrang wordt gegeven. Ik wijs u in dit verband op mijn toezegging die ik heb gedaan tijdens het wetgevingsoverleg over de BES-wetgeving op 15 en 18 januari jl. dat het koninklijk besluit tot inwerkingtreding van de Statuutswijziging bij Uw Kamer zal worden voorgehangen. Dit betekent dat u in de eindfase ten volste betrokken bent bij de definitieve besluitvorming omtrent de invoering van de wetgeving. Indien u toch kiest voor behandeling van dit wetsvoorstel in april, betekent dit in feite dat de beoogde transitiedatum van 10 oktober 2010 zeer onrealistisch is. U zult begrijpen dat ik dat zeer onwenselijk vind.

Bijzonderheden met betrekking tot de behandeling van rijkswetgeving

Ten slotte sta ik nog stil bij enkele bijzonderheden met betrekking tot de parlementaire behandeling van (consensus)rijkswetgeving.

Rijksministerraad/amendementen

Bij de parlementaire behandeling van de (consensus)rijkswetgeving is het gewenst dat er tussen de eerste termijn van de Kamer en de eerste termijn van de regering een Rijksministerraad gepland kan worden om eventuele amendementen (en geschilpunten) te bespreken en af te stemmen met de andere landen binnen het Koninkrijk. Daarom verzoek ik u de behandeling zo te plannen dat er een weekend valt tussen de eerste termijn van de Kamer en de eerste termijn van de regering. Het is in dit verband zeer wenselijk dat eventuele amendementen in de eerste termijn worden ingediend (of voornemens daartoe worden geuit) gelet op de betrokkenheid en afstemming die moet plaatsvinden met de Gevolmachtigde Ministers. Dat geldt met name voor de consensusrijkswetten omdat daarvoor de volgende afspraak geldt over amendementen:

  • Indien er amendementen worden ingediend die de consensus raken, zal de regering schorsing van de behandeling vragen om de amendementen met de partners te bespreken in de (onderraad van de) Rijksministerraad, teneinde in het licht van de overeengekomen consensus een gezamenlijk standpunt in te nemen.

Stemming

Ten slotte vraag ik de aandacht voor het feit dat het gewenst is dat de stemming over de Rijkswetgeving zo snel mogelijk na afronding van de beraadslaging plaatsvindt. Op grond van artikel 18 Statuut kunnen de Gevolmachtigde Ministers en bijzondere gedelegeerden zich uitspreken over het wetsvoorstel vóór de eindstemming. Vanwege deze mogelijkheid en de noodzakelijke aanwezigheid vanuit de Antillen en/of Aruba, is het aan te raden de stemming direct na of zo spoedig mogelijk na de afronding van de beraadslaging in te plannen.

DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES,

drs. A.Th.B. Bijleveld-Schouten