Gaan de regio's shoppen?

Tijdens een bijeenkomst met provincies en gemeenten sprak staatssecretaris Timmermans zijn duidelijke wil uit om in deze kabinetsperiode concrete stappen vooruit te zetten in verbetering van de grensoverschrijdende samenwerking. Er blijven teveel kansen onbenut. Hij streeft er met name naar dat: “in Den Haag het besef postvat dat grensoverschrijdende samenwerking het best wordt gediend met loslaten. Regio’s moeten zelf de keuzes maken die zij voor de regio’s moeten maken.”

Gelegenheid:

Volledige tekst

De minister van Binnenlandse Zaken en ik willen echt iets nieuws doen en dat moet in deze kabinetsperiode gebeuren. Dat doen we niet om alles weer naar ons toe te trekken, maar juist om de regio’s de ruimte te geven. Als ik iets wil bereiken dan is het dat in Den Haag het besef postvat dat grensoverschrijdende samenwerking het best gediend wordt met loslaten. Regio’s zelf de keuzes laten maken die zij voor de regio’s moeten maken.

Ik heb het afgelopen jaar heel wat bezoeken aan de regio’s gebracht, en het is me opgevallen dat problemen ook onderling verschillen. Wat misschien aan onze kant van de grens in het zuiden een knelpunt is, is misschien aan Duitse kant meer een probleem in het noorden, of andersom. Een ‘one size fits all’ benadering voor de knelpunten is er niet. In Limburg is er bijvoorbeeld met het rapport van de commissie Hermans al een hele slag gemaakt. Laten we daar concrete zaken uithalen. In andere regio’s zijn er weer andere prioriteiten. Dat moeten wij in Den Haag niet willen bepalen. Dat stel ik voorop.

In de tweede plaats, hoe zit het met de Europese dimensie? Ook dat is voor mij glashelder. Op dit moment is er in Europa véél belangstelling voor grensoverschrijdende samenwerking, met de Europese Commissie als partner. Ik zou willen voorstellen, laat hier in Nederland zien hoe het kan en dat voorbeeld kan dan elders in Europa worden gebruikt. Maar we moeten het niet omdraaien. We moeten niet de verantwoordelijkheid bij Europa leggen terwijl het bij onszelf en bij onze buren ligt. In die wisselwerking met Europa moeten we echter voorzichtig zijn, zodat we geen vertragingen creëren waar die niet nodig zijn. Simpelweg omdat we zitten te wachten op iemand die er geen rechtstreeks belang bij heeft.

Ik heb gemerkt dat zowel bij mijn Duitse en Vlaamse collega’s ontzettend veel belangstelling is om echt meters te maken op dit onderwerp. Dat is een dynamiek die we moeten gebruiken. Natuurlijk, in de praktijk zullen er altijd hindernissen zijn waarom iets niet kan, maar laten we nou eens uitgaan van wat wèl kan. Ik heb daar op dit moment vertrouwen in. Zeker aan onze zuidgrens, waar de Vlaamse regering van samenwerking een topprioriteit wil maken. Met Duitsland is het altijd iets lastiger, omdat zowel Berlijn als de deelstaatregering zeggenschap heeft. Maar nog gisteravond verzekerde mij in Berlijn staatssecretaris van Binnenlandse Zaken Peter Altmeijer dat ook Duitsland het als een prioriteit beschouwt. Laten we die dynamiek dus gebruiken om kansen te benutten.

U geeft natuurlijk uw prioriteiten aan. Maar als ik een prioriteit zou mogen noemen, één die breed in het kabinet wordt gesteund, dan is dat de grensoverschrijdende arbeidsmarkt. Ik merk dat ook de minister voor Sociale Zaken dat als een knelpunt ziet. Ook andere leden van het kabinet, de ministers van Economische Zaken en Financiën bijvoorbeeld, erkennen dat daar een probleem zit. De gevoelde urgentie wordt breed gedeeld. Laten we daar proberen eerste concrete resultaten te halen. Want daar zullen in de praktijk voor alle 7 grensprovincies veel baat bij hebben.

Dus er is erkenning, het is een probleem dat we willen oplossen. Dat is stap één, maar dan lopen we tegen wet- en regelgeving aan. Waarbij de reactie is: ho, maar die wet- en regelgeving moet zo blijven! Hier in Den Haag zou het de grootste revolutie zijn als dit Kabinet er in slaagt om gemeentes, provincies, regio’s en burgers zelf hun oplossingen te laten kiezen? Wat kan er dan zo vreselijk misgaan? Dan zal de reactie zijn: ja, maar dan gaan ze shoppen. Nou en? Is dat zo slecht? En als ze gaan shoppen en er lopen zaken vast, moeten we dan niet eerder de regelgeving aanpassen dan dat we mensen verhinderen om te shoppen en naar oplossingen te zoeken? Zou dat geen hele andere benadering zijn van het onderwerp dan om eerst te roepen, shoppen kan niet? Ik denk dat dat een heel interessante benadering is, juist ook in de contacten met de meest betrokken departementen. Het zou heel mooi zijn als we dat voor elkaar zouden kunnen krijgen. En ik zal mij daar persoonlijk zeer voor inzetten.

Tot slot nog een opmerking of mensen tegenwoordig nog grenzen ervaren. Ik moet daarbij denken aan mijn ouders toen ik denk een jaar of acht, negen was. Toen we met het hele gezin voor de feestdagen vanuit Brussel naar Maastricht reden. In die dagen werd je nog aan de grens gestopt. Mijn vader had aan die grens gestaan als marechaussee, dus die dacht dat hij zich wel een grapje kon permitteren. En er werd aan hem gevraagd, “heeft u iets aan te geven”? Mijn vader zei, en de kinderen zaten écht afgeladen, klem tussen de cadeaus en tassen in, toen zei hij: “ja, een pakje pudding”. Toen mochten we de hele auto uitladen. En dat heeft wel een uur geduurd. Voor mijn kinderen is dit verhaal absurd, want wij gaan nu in Luik een hapje eten, in Maasmechelen naar het outlet-centrum en in Aken naar de boekhandel. En dat allemaal met één munt. Dat soort fysieke barrières zijn dus weg.

Tegelijkertijd constateer ik dat de mensen in Limburg Hollandser zijn geworden, en minder Rijnlands. En de mensen in het Duitse Rijnland zijn Duitser geworden, minder Rijnlands. Vlaamse Limburgers zijn Vlaamser geworden, minder Limburgs. Dus cultureel zijn de grenzen sterker geworden dan die in het verleden waren. Dat vind ik toch wel een interessante paradox. Wij denken namelijk meestal in termen van fysieke grenzen. Maar de culturele grenzen, vooral onder invloed van de televisie, zijn er wel degelijk. Wij weten van onze buren over de grens minder dan onze ouders en grootouders van ze wisten. Dus in die zin moeten we ons geen illusies maken. Waar ik ook mee wil zeggen dat bijvoorbeeld de economische oriëntatie, bijvoorbeeld in Limburg, overdreven gericht is op de Randstad. Op de as Amsterdam-Maastricht. Terwijl de kansen veel meer in een andere richting liggen. En dan vraag ik mij af waarom die niet worden benut. Komt dat door regelgeving? Jazeker. Maar ook door een mentale instelling. En culturele verschillen die groter zijn geworden in plaats van kleiner.
Dus onze klus gaat verder dan alleen maar regelgeving. Gaat verder dan alleen maar technische zaken. Ik wilde dat even benadrukken omdat we soms maar al te gemakkelijk zeggen dat er geen grenzen meer zijn. Die zijn er wel degelijk.

U hebt twee bewindslieden voor u, die zoals de minister zei, de komende tijd echt de nek willen uitsteken. Aan u om te bepalen wat de agenda is. Wij accepteren dat wij zullen moeten loslaten. Dat ‘one size fits all’ niet werkt, en dat Europees commitment, voornamelijk mijn klus, erg belangrijk is om resultaten te halen. En zoals de Benelux in het verleden een vliegwiel is geweest voor verdere Europese samenwerking maak ik me sterk dat de grensoverschrijdende samenwerking zowel met Duitsland en België een vliegwiel kan zijn voor grensoverschrijdende samenwerking elders in Europa.

Dank u wel.