Kamerbrief inzake het verslag van de mensenrechtenconsultaties China d.d. 15 januari 2009

Graag bied ik u hierbij het verslag op hoofdlijnen aan van de bilaterale mensenrechtenconsultaties met China, gehouden op 15 januari jl. in Den Haag. De Chinese delegatie werd geleid door de speciale vertegenwoordiger voor mensenrechten, Dr. ShenYongxiang (ministerie van Buitenlandse Zaken), de Nederlandse delegatie door de mensenrechtenambassadeur.

De Chinese delegatie was breed vertegenwoordigd met onder andere vertegenwoordigers van het Openbaar Ministerie, het United Front Work Department van de Communistische Partij, het Hoogste Volksgerechtshof, het ministerie van Openbare Veiligheid en het Informatiekantoor van de Staatsraad. Aan Nederlandse zijde nam Justitie deel aan de consultaties.

De secretaris-generaal van het ministerie van Buitenlandse Zaken ontving de Chinese delegatie voor een beleefdheidsbezoek. Tijdens dit bezoek sprak de secretaris-generaal al de Nederlandse zorgen over de mensenrechtensituatie in China uit waar de mensenrechtenambassadeur tijdens de eigenlijke consultaties, dieper op in ging.

Tijdens het gesprek met de secretaris-generaal uitte de Chinese vertegenwoordiger voor mensenrechten zijn ongenoegen over een bezoek van de Dalai Lama aan Nederland. Hij benadrukte dat een dergelijk bezoek de bilaterale relatie met Nederland schade kan toebrengen als de Dalai Lama zou worden ontvangen door een bewindspersoon. China beschouwt de Dalai Lama niet zozeer als een religieus leider, zoals Nederland dat doet, maar als een separatist. Deze kwestie raakt dan ook de territoriale integriteit en soevereiniteit van China.

Vervolgens spraken de Nederlandse en Chinese delegaties over de mensenrechtensituatie in beide landen. Wat betreft de Nederlandse situatie, werd de Chinese delegatie onder andere geïnformeerd over ontwikkelingen op het vlak van asielprocedures, mensenhandel, discriminatie, het voorziene Nederlands Instituut voor de Rechten van de Mens (NIRM) en mensenrechten in het onderwijs. Het ministerie van Justitie gaf naar aanleiding van vragen van Chinese zijde een toelichting op wetgeving t.a.v. terrorismebestrijding en de toegang tot sociale voorzieningen voor illegale migrantenvrouwen.

Naast de algemene mensenrechtensituatie, werd uitgebreid aandacht besteed aan Nederlandse zorgen over de vrijheid van meningsuiting, vrijheid van geloof en levensovertuiging, de positie van mensenrechtenverdedigers, de doodstraf, de positie van (etnische) minderheden, en enkele multilaterale kwesties.

De Chinese vertegenwoordiger voor mensenrechten gaf een toelichting op het recent ontwikkelde Chinese actieplan voor mensenrechten. Hij verwachtte dat het plan binnen enkele maanden zal worden gepubliceerd. De Chinese vertegenwoordiger voor mensenrechten noemde voorts de voortgang op de herziening van het civiele, administratieve en strafrecht. China bereidt zich voor op ratificatie van het BuPo-verdrag, maar kan hier nog geen datum aan koppelen.

De mensenrechtenambassadeur wees op het maatschappelijk debat in Nederland over de mensenrechtensituatie in China naar aanleiding van de Olympische Spelen. Hij zette het standpunt van de regering uiteen. Verder stelde hij dat de wens dat de Olympische Spelen zouden leiden tot een aanzienlijke verbetering in de mensenrechtensituatie helaas niet was uitgekomen. De mensenrechtenambassadeur sprak de hoop uit dat in de aanloop naar de Wereldtentoonstelling in Sjanghai in 2010 een slag zou worden gemaakt op o.a. het gebied van vrijheid van meningsuiting (inclusief artistieke vrijheid), woonrechten en de rechten van mensenrechtenverdedigers.

Vrijheid van religie en levensovertuiging
Op het gebied van vrijheid van religie en levensovertuiging werd met name gesproken over de moeilijke positie van huiskerken in China en recente ontwikkelingen in de relatie tussen China en het Vaticaan. Voor wat betreft de huiskerken meende China dat het vooral ging om praktische bezwaren van omwonenden tegen overlast, en zelden om principiële bezwaren. Door de mensenrechtenambassadeur is sterk aangedrongen op meer respect voor vrijheid van religie en levensovertuiging en op meer bescherming van religieuze minderheden.

Vrijheid van meningsuiting
De mensenrechtenambassadeur sprak zijn waardering uit dat China de tijdelijke verruiming van persvrijheid voor buitenlandse journalisten in de aanloop naar de Olympische Spelen permanent heeft gemaakt, zij het dat zich op lokaal niveau incidenten hebben voorgedaan. De vraag werd gesteld of deze regels nu ook voor Chinese journalisten kunnen gaan gelden en of Chinese bronnen voldoende worden beschermd tegen intimidatie. In dat verband kwam de situatie van een van de initiatiefnemers van Charta ‘08, Liu Xiaobo, die recentelijk is gedetineerd ter sprake. Van Nederlandse kant werd aangedrongen op opheffing van beperkingen ten aanzien van de toegang tot het internet. De Chinese vertegenwoordiger voor mensenrechten stelde dat lokale journalisten altijd meer vrijheid hadden gehad dan buitenlandse journalisten.

Mensenrechtenverdedigers
Mensenrechtenverdedigers dragen bij aan de vorming van een rechtsstaat en daarmee aan de sociale cohesie die voor China zo essentieel is, aldus de mensenrechtenambassadeur. Ondanks het feit dat China zich politiek heeft gecommitteerd aan de VN-verklaring Mensenrechtenverdedigers wordt door China vaak hard opgetreden tegen mensenrechtenverdedigers. China legitimeert dit met een verwijzing naar ondermijning van de staat. Tevens werd door Nederland geïnformeerd naar respect voor het recht om petities en klachten in te dienen tegen de Chinese overheid. In de praktijk blijken mogelijkheden hiertoe uiteen te lopen. Zo worden petities nogal eens geweigerd of worden betrokkenen geïntimideerd. De mensenrechtenambassadeur overhandigde een lijst met namen van 12 mensenrechtenverdedigers en vroeg de Chinese delegatie om op korte termijn informatie te sturen over de omstandigheden en huidige verblijfplaats van deze personen. Hij pleitte voor vrijlating of tenminste een eerlijke en transparante berechting van de gedetineerde mensenrechtenverdedigers op de lijst.

Doodstraf
De mensenrechtenambassadeur moedigde China aan zich aan te sluiten bij de VN resoluties die oproepen tot een moratorium van de doodstraf. Een eerste stap zou het instellen van een moratorium kunnen zijn voor de minder zware vergrijpen. Tevens werd verzocht om een uiteenzetting van de resultaten van de recent ingestelde toetsing door het Hoogste Volksgerechtshof van doodvonnissen uitgesproken door lagere instanties. De Chinese vertegenwoordiger voor mensenrechten stelde dat de Chinese bevolking de doodstraf steunt. Dat maakt aanpassing op korte termijn moeilijk. Vervolgens stelde de vertegenwoordiger van het Hoogste Volksgerechtshof dat het Hof voornamelijk toetst op de zorgvuldigheid van de procedure, of er inderdaad voldoende bewijsmateriaal is om het vonnis te onderbouwen en op proportionaliteit. Als gevolg van de toetsingsprocedure werd in 2007 ongeveer 15 % van de doodvonnissen in een andere straf omgezet. Verder is er meer uniformiteit in strafoplegging tussen verschillende regio’s ontstaan en is het aantal executies dat wordt uitgevoerd direct na de uitspraak sterk afgenomen. Ook zou de toetsing er toe leiden dat het strafrechtelijke onderzoek zorgvuldiger wordt uitgevoerd. Hij gaf geen cijfers over exacte aantallen.

Tibet
De mensenrechtenambassadeur uitte zijn bezorgdheid over het lot van degenen die waren gearresteerd naar aanleiding van de gebeurtenissen in maart 2008. Nederland dringt aan op respect voor de culturele en religieuze identiteit van Tibet. Daarnaast ondersteunt Nederland een programma voor het behoud van Tibetaanse taal en cultuur. De mensenrechtenambassadeur vroeg vervolgens naar de stand van zaken in de dialoog tussen de gezanten van de Dalai Lama en de Chinese autoriteiten en de kernbezwaren van China tegen het memorandum van de Dalai Lama dat bij de laatste dialoogronde ter tafel kwam. Tenslotte drong hij aan op vrije toegang tot Tibet.

De Chinese vertegenwoordiger stelde dat China belang hecht aan de bescherming van de traditionele cultuur en religie van Tibet. De Dalai Lama wordt echter met name gezien als een separatist, niet als een religieus leider. Het vraagstuk van Tibet betreft de territoriale integriteit van China en China zal daarop geen concessies doen.

De mensenrechtenambassadeur benadrukte nogmaals dat Nederland hoopt op een vreedzame oplossing en op culturele en religieuze autonomie voor Tibetanen, binnen de grenzen van de Volksrepubliek. Voortzetting van de dialoog is daarvoor het aangewezen middel. Bovendien onderstreepte hij dat de Dalai Lama nadrukkelijk heeft aangegeven niet te streven naar onafhankelijkheid maar naar een autonome status en drong hij aan op een eerlijk proces voor de gearresteerde Tibetanen.

Aan de orde kwam voorts de ‘herdenking’ van de verbanning, 50 jaar geleden, van de Dalai Lama.

De Chinese vertegenwoordiger voor mensenrechten herhaalde de boodschap over het bezoek van de Dalai Lama aan Nederland.

Inzake de VN-Mensenrechtenraad beroept China zich op het primaat van nationale soevereiniteit en niet-inmenging in binnenlandse aangelegenheden. China is dan ook geen voorstander van landenmandaten en speciale rapporteurs. Volgens China voldoet het nieuwe instrument van de Universal Periodic Review (UPR), ook wel het landenexamen genoemd, om landensituaties te bespreken. Door de mensenrechtenambassadeur is aangegeven dat situaties van grove, stelselmatige schendingen, ook buiten de UPR aan de orde moeten komen.

Geconstateerd kan worden dat de consultaties de relatie tussen Nederland en China verdiepen op het gebied van mensenrechten. Door deze kritische dialoog wil Nederland een bijdrage leveren aan verbetering van de mensenrechtensituatie in China.

De Minister van Buitenlandse Zaken,
Drs. M.J.M. Verhagen