Kamerbrief inzake het verslag van de tiende zitting van de VN-Mensenrechtenraad

Ten vervolg op mijn brief van 6 maart 2008 betreffende de Nederlandse inzet voor de tiende zitting van de VN-Mensenrechtenraad (MRR), Kamerstuk 2008-2009, 26150, nr 69 Tweede Kamer, informeer ik u hierbij, mede namens de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking over het verloop en de uitkomsten van deze negende zitting van de Raad, die plaatsvond van 2 tot en met 27 maart te Genève.

De agenda van de tiende zitting omvatte naast een High Level Segment (HLS) een groot aantal thematische en landenresoluties. Daarnaast werden een aantal mandaten van speciale rapporteurs behandeld en organiseerde Nederland samen met Ierland een side event over de relatie tussen het landenexamen van de MRR (de Universal Periodic Review (UPR)) en de VN mechanismen van de mensenrechtenverdragen. Tijdens de tiende zitting stond één dag in het teken van het 20-jarig bestaan van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Verder werden in deze MRR de rapporten van de derde zitting van de werkgroep voor de Universal Periodic Review (UPR) in december 2008 aangenomen. De door Nederland opgestelde resolutie over discriminatie op basis van geloof en de impact daarvan op economische, sociale en culturele rechten, is na stemming aangenomen. Tot slot vroeg Nederland expliciet aandacht voor de situatie in ondermeer de Democratische Republiek Congo (DRC), Darfur, Sri Lanka en Kenia alsmede voor een aantal belangrijke thema’s als kinderrechten en vrouwenrechten. Op Nederlands initiatief heeft de EU de Hoge Commissaris voor de Rechten van de Mens opgeroepen de Raad te informeren over de situatie in Sri Lanka en een verklaring over het belang van non-discriminatie van homoseksuelen afgelegd.

De tiende reguliere zitting ving aan met een High Level Segment, dat plaatsvond van 2 tot 4 maart. Tijdens de HLS heb ik op 3 maart de Raad toegesproken en een aantal bilaterale gesprekken gevoerd. In mijn toespraak, die u inmiddels is toegegaan, heb ik mijn zorg uitgesproken over toenemende politisering en blokvorming binnen de Raad en nogmaals het belang benadrukt dat Nederland hecht aan een effectieve, geloofwaardige Raad, waar ook de Verenigde Staten aan zouden deelnemen. In mijn toespraak heb ik de Nederlandse kritische houding ten aanzien van de Durban-herzieningsconferentie toegelicht. Tijdens mijn bilaterale gesprekken met de Hoge Commissaris van de Rechten van de Mens (HCHR) heb ik mijn bezwaren ten aanzien van de Durban-herzieningsconferentie nader toegelicht en is verder de onafhankelijkheid van haar kantoor een belangrijk gespreksonderwerp geweest.

De Nederlandse mensenrechtenambassadeur ging in zijn gesprekken voornamelijk in op de Nederlandse prioriteiten ten aanzien van de tiende sessie van de MRR. In al zijn gesprekken stond het behoud van de landenmandaten centraal. Daarnaast kwamen er andere prioriteiten van het Nederlandse mensenrechtenbeleid aan de orde. Ook sprak hij met de Minister van Mensenrechten van Sri Lanka over de ontwikkelingen in zijn land.

Mandaten landenrapporteurs

Positieve resultaten werden behaald bij het verlengen van de mandaten van Birma/Myanmar en Noord Korea. Het mandaat van de speciale rapporteur van Noord Korea, kon in een resolutie, waarvoor de EU en Japan het voortouw hadden, dankzij intensief lobbywerk worden verlengd. Het mandaat voor Birma/Myanmar, ook een EU initiatief, werd eveneens verlengd zonder stemming, ondanks voorafgaand (mild) verzet van China en stevige weerstand van India die stelde dat de resolutie de hervormingen in Birma/Myanmar ondermijnde.

De ontwerpresolutie voor verlenging van het mandaat van de Onafhankelijke Expert voor Somalië werd ingediend door de Afrikaanse Groep. Deze resolutie koppelde de verlenging van het mandaat aan de vestiging van een veldkantoor van de HCHR in Somalië. Vanwege de slechte veiligheidssituatie ter plekke bleek de HCHR niet bereid om dit te accommoderen. De moeizame onderhandelingen die volgden, leidden tot een compromis waarbij het mandaat slechts met zes maanden is verlengd teneinde de partijen de gelegenheid te geven een samenwerkingsakkoord uit te werken. De EU ging schoorvoetend akkoord, waarbij op verzoek van Nederland de EU erop blijft inzetten dat het mandaat in september met een jaar verlengd wordt.

De instelling van een mandaat van een Onafhankelijke Deskundige voor de Democratische Republiek Congo (DRC) is zeer teleurstellend verlopen. Dit mandaat werd in maart 2008 afgeschaft omdat de DRC verlenging niet accepteerde. Ondanks een gedegen, mede door Nederland opgezette lobby, diende de Afrikaanse groep een resolutie in zonder daarin de instelling van een onafhankelijke deskundige op te nemen. Alle compromisvoorstellen die de EU daarop inbracht, werden uiteindelijk verworpen. De EU restte uiteindelijk niets anders dan amendementen in te dienen op de Afrikaanse resolutie om deze alsnog in lijn te brengen met de EU-wens om een zo geïnstitutionaliseerd mogelijk mandaat te krijgen voor het monitoren van de mensenrechtensituatie in de DRC. Deze amendementen zijn helaas verworpen met 18 stemmen voor en 21 tegen. Door onthouding van stemming over de resolutie heeft de EU duidelijk kenbaar gemaakt het niet eens te zijn met de verzwakking van de bemoeienis van de Mensenrechtenraad met de mensenrechtensituatie in de DRC.

Eveneens minder positief was de door Cuba ingediende resolutie die opriep tot het instellen van een Speciale Rapporteur voor culturele rechten. Hierbij opende Cuba de deur naar het relativeren van de universaliteit van de mensenrechten met een verwijzing naar culturele waarden. Dit was voor Nederland en de EU niet aanvaardbaar. Stevige onderhandelingen hebben geleid tot een minder sterk mandaat dan waar Cuba op had ingezet.

In een interventie op nationale titel heeft Nederland de mensenrechtensituaties in Soedan, de DRC, Sri Lanka, Iran en Somalië, aan de orde gesteld. Ook heeft Nederland ervoor gezorgd dat de EU zijn afschuw uitsprak over de moord op twee mensenrechtenverdedigers die getuigd hadden voor het rapport over Kenia van de Speciale Rapporteur voor buitengerechtelijke executies. De EU heeft gevraagd om een onderzoek naar de moord en rapportage daarover aan de Raad.

De EU heeft op aandringen van Nederland tevens sterke zorgen uitgesproken over de situatie in Eritrea en Ethiopië. Bovendien vond door steun van Nederland een bijeenkomst plaats van (I)NGO’s over de situatie in Sri Lanka wat heeft geleid tot het EU-verzoek aan de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten (HCHR) de Raad te informeren.

Midden Oosten

Tijdens de MRR is traditioneel een aantal resoluties ingebracht die de mensenrechtensituatie in de bezette Palestijnse Gebieden aan de orde stellen. De Nederlandse inzet was om ervoor te zorgen dat de teksten niet eenzijdig en onevenwichtig werden. Met name de door de Palestijnen ingediende resolutie over mensenrechtenschendingen als gevolg van Israëlische militaire aanvallen en operaties bleek problematisch. Hoewel de Palestijnen bereid waren aan de bezwaren tegemoet te komen, bleef de Organisation of the Islamic Conference (OIC) weigeren om aanpassingen te maken die de resolutietekst meer in balans zouden brengen. Dit was voor Nederland, gesteund door Italië en Duitsland, aanleiding om tegen deze resolutie te stemmen. De resolutie werd ondanks deze tegenstem wel aangenomen. Op de overige resoluties is de EU eensgezind opgetreden en is hetzelfde stemgedrag vertoond als bij eerdere gelegenheden.

Thematische onderwerpen

Eén van Nederlandse prioriteiten was de EU-resolutie over de impact van discriminatie op grond van godsdienst of levensbeschouwing op de eerbiediging van economische, sociale en culturele rechten. Nederland heeft deze resolutie opgesteld en samen met Frankrijk de onderhandelingen gevoerd. Het thema van de resolutie, een specifiek aspect van vrijheid van godsdienst, sluit aan op het recente rapport van de Speciale Rapporteur inzake godsdienstvrijheid. De resolutie roept landen op om discriminatie op grond van godsdienst of levensbeschouwing te bestrijden, ook als die door burgers zelf wordt toegepast, en ervoor zorg te dragen dat iedereen toegang heeft tot onderwijs, werk, huisvesting, medische zorg en deelname in het culturele leven. Ook diende de resolutie de Speciale Rapporteur in staat te stellen volgend jaar wederom een rapport te presenteren aan de MRR. Ondanks het streven naar consensus, heeft de OIC uiteindelijk een stemming aangevraagd en zich vervolgens van stemming onthouden, vanwege de weigering van de EU om expliciete verwijzingen op te nemen naar stereotypering en de rol van de media, die op gespannen voet zouden staan met de vrijheid van meningsuiting. Alleen Zuid-Afrika stemde tegen de resolutie.

De Durban-herzieningsconferentie later deze maand heeft Zuid-Afrika niet belet om met twee resoluties over de follow-up mechanismen van de Durban Declaration and Programm of Action (DDPA) te komen. Deze resoluties hadden duidelijk tot doel de uitkomst van de conferentie te beïnvloeden. De EU heeft de focus van zijn resolutie over religieuze onverdraagzaamheid daarentegen zo ingeperkt, dat geen conflict met het herzieningsproces kon optreden.

Teleurstellend was de aanname van de door Pakistan ingediende resolutie over schandalisering van godsdiensten, met meer stemmen dan vorig jaar. Pogingen van de EU om zoveel mogelijk landen te bewegen tegen deze resolutie te stemmen, mochten niet baten. Nederland en overige EU-lidstaten verwerpen het concept van schandalisering (defamation), omdat mensenrechten dienen ter bescherming van individuen en niet van religies.

De jaarlijkse resolutie van de EU en GRULAC had dit jaar evenals volgend jaar een thematische focus, dit keer gericht op de implementatie van het kinderrechtenverdrag en is met consensus aangenomen. In de resolutie is een sterke oproep aan de SGVN gedaan om de Speciale Vertegenwoordiger inzake Geweld tegen Kinderen zo snel mogelijk te benoemen.

Tijdens deze sessie is een Verklaring inzake Moedersterfte aangenomen met brede steun vanuit verschillende regio’s. Dit zet de deur open naar een eventuele resolutie in de MRR 11 (juni 2009). Deze verklaring, die mede is voorbereid door Nederland, verwijst naar de ernstige situatie inzake moedersterkte en het erkent dat het een schending van mensenrechten betreft. De verklaring roept onder meer op tot verdere internationale samenwerking en technische assistentie om de MDG doelen op dit belangrijke thema te halen.

Ook de resolutie tegen marteling werd dit jaar aangenomen, al probeerde m.n. Egypte dit te bemoeilijken. Egypte, gesteund door Bangladesh, India, China, Pakistan en Zuid-Afrika, wilde geen enkele verwijzing naar het rapport van de Speciale Rapporteur accepteren, omdat hierin een verband wordt gelegd met de doodstraf. Om deze reden bracht Egypte dit onderdeel van de resolutie in stemming. De paragraaf met de (gebruikelijke)verwijzing naar het rapport bleef echter met ruime meerderheid gehandhaafd.

Ook heeft op Nederlands initiatief de EU gerefereerd aan de LGBT-verklaring (LGBT: Lesbian, Gay, Bisexual and Transgender) die op initiatief van Nederland en Frankrijk in december 2008 namens 66 landen voor de Algemene Vergadering van de VN is afgegeven. Hierin is er voor gepleit dat de Mensenrechtenraad niet langer discussieert over de vraag of non-discriminatie op basis van seksuele geaardheid wel een mensenrecht is, maar een discussie gaat voeren over de vraag hoe deze vorm van discriminatie uit te bannen.

Nederlands-Iers side event

Nederland en Ierland organiseerden gezamenlijk een side-event over ‘de synergie tussen VN MR-Verdragscomité’s en de Universal Periodic Review (UPR). Leden van Verdragscomités, vertegenwoordigers van verschillende landen en het kantoor van de HCHR discussieerden over de wederzijdse positieve versterkende werking die uitgaat van aanbevelingen van de UPR en Verdragscomités. Algemene conclusie was het positieve effect van de brede UPR-toets, omdat deze de zichtbaarheid van de algehele mensenrechtensituatie in landen vergroot. De meerwaarde van de aanbevelingen van de gespecialiseerde en onafhankelijke Verdragscomité’s is de inhoudelijke verdieping ten opzichte van de UPR-uitkomsten. Nederland en Ierland zullen naar aanleiding van de discussie met een voorzitterschapssamenvatting komen, hetgeen een eerste stap is naar de vervolgdiscussie over versterking van het VN-mensenrechten mechanisme.

Conclusie

Deze sessie van de Mensenrechtenraad geeft een gemengd beeld. Afgezien van het uitblijven van een nieuw mandaat voor de DRC, zijn alle landenmandaten gehandhaafd. Wel moet de EU steeds vaker compromissen accepteren, zoals bij de behandeling van het mandaat voor Somalië. Uitholling van de mandaten blijkt een steeds vaker gebruikte tactiek te worden. Het is derhalve nodig om nog waakzamer te zijn wanneer in de volgende zitting het omstreden mandaat van Soedan behandeld zal worden. Een tijdige en vooral doordachte lobby zal meer dan ooit nodig zijn. De EU heeft echter wel een noodzakelijk signaal afgegeven door te weigeren te veel compromissen te sluiten in het geval van de DRC. Een mandaat kan immers alleen effectief zijn als een rapporteur of expert de opdracht krijgt de mensenrechtensituatie te monitoren, aanbevelingen voor tastbare verbeteringen te doen en hierover regelmatig te rapporteren aan de Raad. Het voorstel van de Afrika-Groep voor een groep thematische rapporteurs zonder enig mandaat lag ver onder de norm van wat als effectief landenmandaat gezien kan worden.

De EU heeft zich assertiever opgesteld, onder een voortreffelijk operend Tsjechisch Voorzitterschap, en hierdoor een aantal landen gedwongen kleur te bekennen door het veelvuldig op stemming te laten aankomen. Een aantal leden heeft zich hierdoor niet achter de consensus of de groepspositie kunnen verschuilen. Zo hebben Burkina Faso, Ghana, Mauritius, Senegal en Zambia zich onthouden op de door de EU voorgestelde amendementen op de DRC-resolutie terwijl de Afrikaanse groep hier formeel tegen was en heeft Jordanië voor de resolutie over discriminatie op grond van godsdienst of overtuiging gestemd, terwijl de OIC zich formeel van stemming heeft onthouden.

De Durban-herzieningsconferentie heeft vooralsnog niet de negatieve schaduw vooruit geworpen waar vooraf rekening mee was gehouden. Het stemgedrag van de OIC en de Afrikaanse groep was over het algemeen conform eerder gedrag en er waren weinig verrassingen. Negatieve uitschieter was Zuid-Afrika, dat de uitkomst van de conferentie heeft proberen te beïnvloeden door nog tijdens deze zitting met twee resoluties over racisme te komen

De Verenigde Staten zal, nu President Obama heeft besloten dat de VS weer zullen deelnemen aan de MRR, zeer waarschijnlijk verkozen worden in mei. Dit zal de dynamiek in de MRR ten positieve beïnvloeden. Ook zal in juni de WEOG (Western and others groups) aan de beurt zijn om het voorzitterschap van de MRR over te nemen. Dit geeft ook meer mogelijkheden om de agenda mee te bepalen.

In mijn toespraak heb ik gezegd dat ik 2009 als een cruciaal jaar zie voor het welslagen van de MRR. De tiende sessie liet zien dat de verhouding op een aantal dossiers (landenmandaten, vrijheid van godsdienst en racisme) zijn verscherpt. De tiende sessie liet echter ook weer zien dat op sociaal-economische thema’s (waaronder vrouwen en kinderrechten) er vaker mogelijkheden liggen samenwerking tussen de regionale blokken tot stand te brengen.

De tiende sessie van de Mensenrechtenraad onderstreepte wederom de noodzaak om duidelijke prioriteiten te stellen binnen de EU en hierop ook te concentreren. Resoluties op dit terrein moeten ruim van te voren voorbereid zijn en over de steun buiten de EU moet al voor de desbetreffende zitting van de MRR in hoofdsteden gesondeerd zijn. De invloed van de VS bij derde landen in deze lobby zal hierbij zeer instrumenteel zijn.

De Minister van Buitenlandse Zaken,
Drs. M.J.M. Verhagen