Landgebruik meenemen bij beoordeling biobrandstoffen

Minister van VROM Tineke Huizinga en minister van LNV Gerda Verburg pleiten ervoor om in EU-verband de bestaande duurzaamheidscriteria voor biobrandstoffen uit te breiden. Negatieve effecten van nieuw landgebruik doordat oude landbouwgronden worden gebruikt voor de productie van biobrandstoffen, zouden voortaan moeten worden meegenomen bij de beoordeling van de duurzaamheid van biobrandstoffen.

Daarmee onderschrijven de bewindspersonen de hoofdlijnen van het advies dat de Commissie Duurzaamheidsvraagstukken Biomassa (CDB – ‘Commissie Corbey’) over dit onderwerp eind vorig jaar uitbracht. Beide bewindslieden schrijven dit vandaag in een brief aan de Tweede Kamer.

Bij de berekening van de broeikasgasbalans van biobrandstoffen zouden emissies ten gevolge van indirecte effecten een rol moeten spelen. Daarbij moet rekening gehouden worden met verschillende gewassen en verschillende typen land. Hoe dit precies zou kunnen is nog onderwerp van wetenschappelijk onderzoek en moet in de loop van dit jaar duidelijk worden. Hierbij willen de bewindslieden zekerheid blijven bieden voor nieuwe investeringen en moet voorkomen worden dat bestaande investeringen teniet worden gedaan.

De bewindspersonen vinden – net als de Commissie Corbey – dat beschikbare ruimte die voor landbouwproductie wordt gebruikt, zo doelmatig mogelijk gebruikt moet worden. Nieuwe productiewijzen voor landbouw (zoals opbrengstverhoging per hectare, het stimuleren van teelt op braakliggende gronden, het nuttig toepassen van bijproducten), kunnen zorgen voor een efficiëntere landbouwproductie of minder ruimtebeslag. Daarmee zou bij de beoordeling van biobrandstoffen rekening gehouden moeten worden.

Achtergrond

Als gevolg van de productie van biobrandstoffen wordt vaak extra landbouwgrond op andere plekken in gebruik genomen voor het verbouwen van voedsel of andere landbouwproducten (dit wordt ook wel aangeduid met de term ILUC, Indirect Land Use Change). Dit kan extra uitstoot van CO2 tot gevolg hebben, bijvoorbeeld door het kappen van bomen. Ook kan er verlies van biodiversiteit optreden. Dit speelt vooral een rol bij de productie van zogenoemde 1e generatie biobrandstoffen geproduceerd uit landbouw- of energiegewassen. Bij 2e generatie biobrandstoffen speelt uitbreiding van het landbouwareaal niet of nauwelijks een rol.

In de EU wordt het gebruik van biobrandstoffen gestimuleerd met het oog op het terugdringen van de uitstoot van CO2, vooral door het verplicht bijmengen met een percentage biobrandstoffen van fossiele brandstof. Bindende maatregelen om tot vermindering van indirecte veranderingen van landgebruik als gevolg van de productie van biobrandstoffen te komen, kunnen alleen in EU-verband worden genomen. De Europese Commissie heeft aangekondigd dat in het voorjaar van 2010 een formele consultatie zal worden gestart over de vraag of een dergelijke aanpassing van de Europese regelgeving nodig wordt gevonden. Nederland zal zijn standpunt bij deze consultatie inbrengen.