Beantwoording vragen leden Irrgang en Van Bommel over oorlogsmisdaden door Ethiopië in Somalië

Graag bieden wij u hierbij de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door de leden Irrgang en Van Bommel over oorlogsmisdaden door Ethiopië in Somalië. Deze vragen werden ingezonden op 17 augustus 2007 met kenmerk 2060723260.

De minister van Buitenlandse Zaken,

Drs. M.J.M. Verhagen

De minister voor Ontwikkelingssamenwerking,

Drs. A.G. Koenders

Antwoorden van de heer Verhagen, minister van Buitenlandse Zaken, en de heer Koenders, minister voor Ontwikkelingssamenwerking, op vragen van de leden Irrgang en Van Bommel (SP) over oorlogsmisdaden door Ethiopië in Somalië.

Vraag 1

Hebt u kennisgenomen van het rapport “Shell shocked, civilians under siege in Mogadishu” van Human Rights Watch (HRW), waarin geconcludeerd wordt dat op grote schaal mensenrechten worden geschonden in Somalië na de inval van Ethiopië in de afgelopen winter? 1)

Antwoord

Ja.

Vraag 2
Bent u bereid alle ernstige schendingen van de mensenrechten die door alle betrokken partijen in het conflict worden gepleegd publiekelijk te veroordelen? Zo ja, op welke wijze? Indien neen, waarom niet?

Antwoord

Ja. Dit is reeds een vast onderdeel van de reguliere contacten met zowel de Somalische overgangsregering als met de Ethiopische autoriteiten. Zo heeft de Duitse ambassadeur in Nairobi als vertegenwoordiger van het EU-voorzitterschap reeds in april jl. in een brief aan de Somalische president Yusuf grote bezorgdheid geuit over de ernstige schendingen van humanitair recht. Ook heeft het EU-voorzitterschap op 22 augustus j.l. in een verklaring haar afschuw uitgesproken over de moord op twee journalisten, waarin tevens alle partijen worden opgeroepen via de onderhandelingstafel hun geschillen op te lossen.

Vraag 3
Wat is uw appreciatie van de overige aanbevelingen van HRW in dit conflict?

Antwoord

De aanbevelingen zijn niet alleen relevant, zij houden ook in belangrijke mate rekening met wat er gezien de conflictsituatie op dit moment haalbaar is. In EU-verband wordt dan ook besproken op welke wijze uitvoering van de aanbevelingen het best kan worden bevorderd.

Vraag 4
Kunt u aangeven op welke wijze u of de Europese Unie zich in zal zetten om een einde te maken aan de oorlog in Somalië?

Antwoord

Het positief beïnvloeden van het verzoeningsproces in Somalië kan naar onze mening het beste vanuit multilateraal perspectief gebeuren, bijvoorbeeld door de Verenigde Naties en de Europese Unie. De EU heeft de afgelopen jaren consistent bij alle Somalische leiders aangedrongen op het bevorderen van een politieke oplossing voor het conflict in Somalië. De Europese Unie spant zich daarnaast onder meer in via de Internationale Contactgroep Somalië en de Internationale Adviescommissie, die de Nationale Verzoenings- en Bestuurscommissie adviseert bij het totstandbrengen van een brede verzoeningsdialoog en heeft daarvoor zowel diplomatieke alsook financiële middelen ter beschikking gesteld. De EU heeft € 2 miljoen toegezegd voor de organisatie van het verzoeningscongres mits alle geledingen van de bevolking bij het congres vertegenwoordigd zijn. Daarnaast is uit het nieuwe EU Instrument voor Stabiliteit € 2,5 miljoen beschikbaar gesteld voor financiering van de Strategic Management and Planning Capability van de African Union Mission to Somalia (AMISOM).

Vraag 5

Deelt u de mening dat Ethiopië door middel van de interventie heeft bijgedragen aan een nieuwe oorlog in Somalië? Indien neen, waarom niet?

Antwoord

Zoals in de brief aan de Tweede Kamer (12/07/2007- 22831/56) al werd vermeld kampt Somalië al decennialang met conflicten en rivaliteit tussen (sub-) clans en belangengroeperingen onder leiding van elkaar bestrijdende krijgsheren. De situatie werd sinds 2005 complexer door de opkomst van de Unie van Islamitische Rechtbanken (UIC), die zich langs godsdienstige lijnen verzetten tegen de internationaal erkende overgangsregering (TFG). De UIC heeft een jihad uitgeroepen richting Ethiopië en streeft openlijk naar een Groot Somalië, inclusief gebieden in Ethiopië en Kenia. De dreiging nam toe nadat de UIC dorpen aan de grens met Ethiopië veroverde. De overgangsregering heeft Ethiopië om militaire steun gevraagd, omdat zij vond dat de internationale gemeenschap te weinig deed om de enige internationaal erkende, maar zwakke overgangsregering te beschermen tegen de UIC. Het is echter algemeen bekend dat de aanwezigheid van het Ethiopische leger op weerstand stuit onder grote lagen van de Somalische bevolking en de verschillende oppositiegroeperingen en daarmee heeft bijgedragen aan verdere verdeeldheid onder de Somalische partijen.

Vraag 6

Kunt u aangeven wat de gevolgen zijn voor de Nederlandse ontwikkelingsrelatie met Ethiopië aangezien dat land er van beschuldigd wordt oorlogsmisdaden in Somalië te hebben gepleegd? 2) Kunt u uw antwoord toelichten?

Antwoord

Nederland ziet het binnen de bilaterale relatie en dus ook binnen de ontwikkelingsrelatie met Ethiopië als een belangrijke doelstelling om actief bij te dragen aan het democratiseringsproces in Ethiopië, waarbij de mensenrechtensituatie nadrukkelijk is inbegrepen. Daarnaast zijn de Nederlandse hulpinspanningen er op gericht in dit land met 80 miljoen inwoners een bijdrage te leveren aan de Millennium Ontwikkelingsdoelen, waaraan in Ethiopië nog zeer veel moet gebeuren om ze te bereiken. In die zin rust het Nederlands beleid op twee pijlers; de eerste pijler is gericht op de Millennium Ontwikkelingsdoelen en komt de Ethiopische bevolking ten goede, de tweede pijler is gericht op het democratiseringsproces en de politieke dialoog met de Ethiopische regering.

Nederland veroordeelt mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden van alle partijen in het Somalische conflict. In het geval van Ethiopië zal Nederland dit onderwerp bilateraal, maar ook in EU verband en met andere gelijkgezinde landen aan de orde stellen in de politieke dialoog met het land. Als er inderdaad sprake blijkt te zijn van grove mensenrechtenschendingen en van het plegen van oorlogsmisdaden door het Ethiopische leger, zullen de EU en Nederland serieus moeten bezien welke consequenties dit moet hebben voor de relatie met Ethiopië.

Vraag 7

Deelt u de mening dat alle diplomatieke inspanningen er op gericht moeten zijn dat Ethiopië zich terugtrekt uit Somalië en dat de onderlinge Somalische conflicten door middel van onderhandelingen moeten worden bijgelegd?

Antwoord

Ja. Zoals in de brief van 12 juli 2007 aan de Tweede Kamer (Kamerstuk 22831, nr. 56) al werd vermeld, riep de internationale gemeenschap Ethiopië op zich uit Somalië terug te trekken. De VN-Veiligheidsraad stemde op 20 februari 2007 in met resolutie 1744 waarmee de Afrikaanse Unie werd gemachtigd om een vredesmacht, genaamd AMISOM te stationeren, waardoor terugtrekking door Ethiopië op termijn mogelijk zou worden zonder dat er een machtsvacuüm zou ontstaan. Inmiddels is de AMISOM- missie met zes maanden verlengd (S/RES/1772 (2007)), maar nog lang niet op volle sterkte en is er dus nog geen sprake van terugtrekking.

Vraag 8

Kunt u aangeven wat er met de reeds toegezegde humanitaire hulp aan Somalië is gedaan? Bent u bereid aanvullende humanitaire hulp te verlenen aan de burgers van Somalië en met name aan de bevolking van de hoofdstad Mogadishu? Indien neen, waarom niet? 3)

Antwoord

In onze brief aan de Tweede Kamer van 12 juli 2007 over de politieke en humanitaire situatie in Somalië is reeds aangegeven dat de chronisch slechte humanitaire situatie in Somalië een zorgpunt blijft. In de brief is eveneens aangegeven dat het budget voor noodhulp in Somalië in 2007 vanwege de instabiele humanitaire situatie is verhoogd naar € 5 miljoen.

De Nederlandse bijdragen aan VN-organisaties als WFP, OCHA, Unicef en UNHCR komen onder andere ten goede aan voedselhulp, water en sanitatie, basisgezondheidszorg en aan de bescherming van vluchtelingen en ontheemden. De activiteiten van NGO’s, die worden ondersteund, zijn onder andere gericht op basisgezondheidszorg.

Door de slechte veiligheidssituatie verloopt de humanitaire hulpverlening met name in zuid- en centraal-Somalië moeizaam. Vanwege het voortdurende geweld hebben sinds juli nog eens dertigduizend mensen de hoofdstad Mogadishu verlaten, nadat eerder dit jaar al meer dan driehonderdduizend inwoners de stad waren ontvlucht. Veel hulporganisaties zijn door het geweld genoodzaakt om de humanitaire hulp in de hoofdstad Mogadishu tijdelijk stop te zetten. Hulporganisaties proberen nu om in omliggende gebieden te opereren om alsnog burgers in nood te bereiken.

Indien er een internationaal verzoek komt voor aanvullende humanitaire hulp, is onze grondhouding ten aanzien daarvan positief.

1) Human Rights Watch “Somalia. Shell-Shocked, Civilians under siege in Mogadishu”. Augustus 2007. Zie http://hrw.org/reports/2007/somalia0807/

2) Zie ook rapport HRW pagina’s 43 en 44 en pagina’s 79 – 85 en pagina 103

3) Aanhangsel Handelingen, nr. 645, vergaderjaar 2006-2007. Antwoord op vraag 3.