Beantwoording vragen over vermeende Pakistaanse steunverlening aan de Taliban en de situatie in Noord-Waziristan

Graag bied ik u hierbij, mede namens de minister van Defensie, de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door de leden Koenders en Ormel over vermeende Pakistaanse steunverlening aan de Taliban en de situatie in Noord-Waziristan. Deze vragen werden ingezonden op 19 december 2006 met kenmerk 2060704540 en 2060704660.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Dr. B.R. Bot

Antwoorden van de heer Bot, minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de heer Kamp, minister van Defensie, op vragen van het lid Koenders (PvdA) over vermeende Pakistaanse steunverlening aan de Taliban.

Vraag 1

Wat is uw beoordeling van de zware kritiek en frustraties die de Afghaanse President Karzai heeft geuit over de steun die Pakistan zou verlenen aan militante Taliban die de stabiliteit in Afghanistan ernstig ondermijnen? 1)

Antwoord

Stabiliteit in de regio is in het belang van Afghanistan en Pakistan. Wederzijdse kritische uitspraken van beide landen dragen niet bij aan het verbeteren van de betrekkingen.

De Pakistaanse regering benadrukt dat de eerste verantwoordelijkheid voor de oplossing van Afghanistan’s problemen bij Afghanistan zelf ligt. Pakistan is evenwel bereid een bijdrage te leveren aan een oplossing door middel van nauwere samenwerking met Afghanistan.

Vraag 2

Wat is uw analyse van de positie van de Taliban in Pakistan, hun toegenomen sterkte en de effecten op Afghanistan sinds het akkoord dat de regering van Pakistan met de met Taliban sympathiserende militanten in het aan Afghanistan grenzende Noord-Waziristan in september jl. heeft gesloten?

Antwoord

Het is niet doenlijk een vergaand oordeel te vellen over de situatie in Noord-Waziristan. Wel kan worden vastgesteld dat het aantal incidenten (waaronder infiltraties in Afghanistan vanuit Noord-Waziristan) is gestegen sinds het akkoord werd gesloten. Er zijn tevens aanwijzingen die duiden op het bestaan van een parallel Taliban-bestuur. Zo zou er bijvoorbeeld sprake zijn van belastingheffing door de Taliban.

Vraag 3

Deelt u de mening dat tijdens de op 28 en 29 november plaatsgevonden NAVO-top in Riga ter zake te weinig initiatief is genomen? Welke initiatieven gaat u nemen om de NAVO en overige betrokken partijen van de urgentie ter zake te doordringen en om de rol van Pakistan inzake de versterking van de invloed van de Taliban in de regio op korte termijn actief aan de orde te stellen?

Vraag 4

Wat is uw inzet - juist als verantwoordelijke leading nation in ISAF-3 - om de betrokken partijen actief bijeen te roepen en druk uit te oefenen op Pa kistan om de grenzen met Afghanistan actief te bewaken en relevante informatie uit te wisselen met Afghanistan en de NAVO?

Antwoord

Tijdens de NAVO-top in Riga waren de bondgenoten het er over eens dat het engageren van Pakistan cruciaal blijft en voortdurende aandacht vergt. Nederland is een groot voorstander van gezamenlijk optreden door de EU, NAVO en VN in de richting van Pakistan en zal daarvoor blijven pleiten.

Zoals vermeld in de brief aan de Kamer van 21 december 2006 (kenmerk DVB/CV-465/06) heeft de Pakistaanse regering in november en december 2006, naast de Nederlandse minister van Buitenlande Zaken, verschillende andere hooggeplaatste internationale vertegenwoordigers ontvangen. Vermeldenswaard zijn de Britse premier Blair, speciale vertegenwoordiger Koenigs van de VN (UNAMA), commandant ISAF generaal Richards, NAVO Senior Civilian Representative Everts en speciale vertegenwoordiger Vendrell van de EU. Onderwerpen die aan bod kwamen, waren o.a. de problematiek van de grensbewaking tussen Afghanistan en Pakistan en de kwestie van de vluchtelingenkampen. Bij deze gesprekken bleek dat er aan Pakistaanse zijde bereidheid is, naar het zich laat aanzien mede vanwege aanhoudende internationale druk, om maatregelen te nemen aan de grens met Afghanistan. De grote frequentie waarmee op hoog niveau gesproken wordt met Pakistan geeft aan dat de internationale gemeenschap het belang onderkent van de rol van Pakistan en ook veel moeite doet om dit land meer te engageren.

Vraag 5

Welke actie wordt ondernomen in het kader van de Policy Action Group om de invloed van de Taliban terug te dringen, ‘rule of law’ te implementeren en zo spoedig mogelijk voor de bevolking zichtbare ontwikkelingsprojecten te starten? Worden daarbij ook contacten gezocht met gematigde groepen om zo het gezag van de Afghaanse autoriteiten in de zuidelijke provincies en grensregio’s substantieel te versterken?

Antwoord

De door president Karzai ingestelde Policy Action Group (PAG) inzake Zuid-Afghanistan komt regelmatig bijeen, zowel plenair als in werkgroepen, op het terrein van wederopbouw, veiligheid en communicatie. De PAG stelt zich ten doel om een geïntegreerd beleid ten aanzien van Zuid-Afghanistan te formuleren en uit te voeren; met goed afgestemde inspanningen op de terreinen van defensie, diplomatie en ontwikkelingssamenwerking. In de PAG zijn zowel de regering van Afghanistan als leden van de internationale gemeenschap die in het zuiden van Afghanistan actief zijn vertegenwoordigd. De plenaire bijeenkomsten worden door de president zelf voorgezeten, waarbij wederopbouw één van de belangrijke thema ’s is. In de werkgroepen worden meer specifieke activiteiten ontwikkeld.

Recent vond de PAG onder leiding van president Karzai plaats in de zuidelijke provinciehoofdstad Kandahar. De president kondigde aan 20 miljoen dollar extra beschikbaar te stellen voor projecten in het zuiden en riep zijn gouverneurs op ideeën voor de besteding aan te dragen. Een belangrijk aandachtspunt van de PAG is het betrekken van de bevolking bij het proces van sociaal-economische ontwikkeling, waarmee beoogd wordt te voorkomen dat gematigde groepen onder invloed van de Taliban komen. In dat kader vindt veelvuldig overleg met gematigde leiders plaats. Zo bleef president Karzai langer dan oorspronkelijk gepland in het zuiden om diverse shura’s met lokale leiders bij te wonen.

Vraag 6

Hoe zijn in dit licht de klachten van gouverneurs, dat er gebrek is aan politiemiddelen, te interpreteren? Welke inzet hebben de Verenigde Staten, de Europese Unie en NAVO om de Afghaanse autoriteiten te ondersteunen bij het implementeren van ‘rule of law’?

Antwoord

Aanwezigheid van voldoende politie is van groot belang. Duitsland en de Verenigde Staten zijn voortrekkers bij de opbouw van de Afghan National Police (ANP). Ter versterking van de ANP in het zuiden is bovendien een Afghan National Auxiliary Police (ANAP) ingesteld. Het gaat voorlopig om ruim 11.000 troepen, waarvan ongeveer 1000 bestemd zijn voor Uruzgan. De Provincial Reconstruction Teams (PRT) en de Verenigde Staten geven deze troepen training. In Uruzgan zijn de ANAP-agenten inmiddels allen geselecteerd en hebben al ongeveer 240 met succes de door het Nederlandse PRT gegeven training voltooid. De ANAP staat onder gezag van gouverneur Munib. De salarissen van de ANAP-agenten worden betaald uit het door UNDP beheerde Law and Order Trust Fund Afghanistan (LOTFA), waaraan Nederland in 2006 10 miljoen euro heeft bijgedragen.

In september vond een missie van de EU naar Afghanistan plaats om de mogelijkheden te onderzoeken voor extra EU-inspanningen op het gebied van de opbouw van de rechtsstaat (EU Joint Assessment Mission on the Rule of Law). Ook zal de Europese Commissie een grotere rol gaan spelen bij de juridische hervormingen. Begin december vond, mede op aandringen van Nederland, een missie plaats om te onderzoeken of de EU ook op het gebied van politie-opleiding een grotere rol kan gaan spelen.

Vraag 7

Bent u op de hoogte van de vooralsnog onuitgevoerde plannen, van Pakistan en Afghanistan om ‘tribale raden’ bijeen te roepen om zo draagvlak te creëren om een einde aan het geweld te maken? Ziet u mogelijkheden deze plannen, mede gefaciliteerd door de NAVO, de VN en EU, actief te ondersteunen?

Antwoord

Ja. De internationale gemeenschap volgt deze ontwikkelingen nauwlettend en informeert geregeld bij beide landen naar de voortgang van het proces. De organisatie van deze jirga’s ligt echter in handen van de twee betrokken landen.

Antwoorden van de heer Bot, minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de heer Kamp, minister van Defensie, op vragen van het lid Ormel (CDA) over de situatie in Noord-Waziristan.

Vraag 1

Deelt u de zorgen die in het artikel, waarin de Pakistaanse regio Noord-Wa ziristan volgens diplomaten en inlichtingenofficieren uit diverse landen wordt omschreven als een Taliban-mini-staat, worden geuit? 1)

Vraag 2

Hoe beoordeelt u de situatie in Noord-Waziristan in relatie tot de ISAF-missie in Afghanistan?

Antwoord

De situatie in Pakistan in het algemeen en in de grensgebieden in het bijzonder is van groot belang voor de ISAF-missie in Afghanistan. Grensbewaking speelt een grote rol en is, naast de kwestie van de vluchtelingenkampen, een onderwerp dat frequent op de agenda staat bij overleg met beide landen.

Zie ook het antwoord op vraag 2 van het lid Koenders.

Vraag 3

Bent u bereid om in bilaterale contacten met de Pakistaanse regering, en in EU- en NAVO-verband de situatie in Noord-Waziristan aan de orde te stellen?

Antwoord

Ja. De EU en de NAVO blijven er bij Pakistan op aandringen het aantal infiltraties vanuit Pakistaans grondgebied te reduceren. Deze boodschap wordt onder andere bij bezoeken van hooggeplaatste internationale vertegenwoordigers aan Pakistan overgebracht.

Om te kunnen komen tot een stabiele grensregio, zijn naast politieke en administratieve hervormingen tevens duurzame sociaal-economische maatregelen nodig. Verschillende donoren, waaronder Nederland, onderzoeken thans de mogelijkheden om dit proces te ondersteunen.

Vraag 4

Op welke wijze gaat de Pakistaanse regering, die bij monde van minister van Binnenlandse Zaken Sherpao erkent dat Al Qaida op Pakistaans grondgebied zelfmoordenaars opleidt, op deze situatie actie ondernemen?

Antwoord

Er is op dit moment sprake van een serieuze inspanning van de Pakistaanse autoriteiten om de activiteiten van de Taliban en Al Qaida in Baluchistan aan banden te leggen. Tevens is er de hoop dat ook in Noord-Waziristan nu tegen de Taliban zal worden opgetreden.

President Musharraf heeft opdracht gegeven tot de volgende concrete maatregelen ter bestrijding van de Taliban:

- Strikte controles aan de officiële grensovergangen van Chaman en Torkham, met documentering van de passanten;

- strenge monitoring van ziekenhuizen en klinieken in Baluchistan op mensen met kogelwonden;

- actieve jacht op kopstukken van de Taliban en Al Qaida;

- inzet van een veel breder deel van het Pakistaanse overheidsapparaat tegen de Taliban. Dat betekent dat naast de ISI nu ook de grensbewakingstroepen, elite-eenheden en federale en provinciale politiediensten worden betrokken. Voorts zullen ook stammenleiders in het grensgebied worden benaderd.

- binnen afzienbare termijn sluiting van de drie belangrijkste Afghaanse vluchtelingenkampen, twee in Baluchistan en één in NWFP, omdat een deel van de grensoverschrijdende problematiek voortkomt uit deze kampen.

Met de uitvoering van deze maatregelen is inmiddels begonnen.

------------------------------------------------------------------

1) “Taliban and Allies Tighten Grip in North of Pakistan”, New York Times, 11 december 2006.