Beantwoording vragen van het lid Peters over transactiekosten bij hulp van de EU aan Palestijnen

Graag bied ik u hierbij de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door het lid Peters over transactiekosten bij hulp van de EU aan Palestijnen. Deze vragen werden ingezonden op 13 februari 2007 met kenmerk 2060707540.

De Minister van Buitenlandse Zaken, De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking,

drs. M.J.M. Verhagen drs. A. G. Koenders

Antwoord van de heer Verhagen, minister van Buitenlandse Zaken, en de heer Koenders, minister voor Ontwikkelingssamenwerking, op vragen van het lid Peters (GroenLinks) over transactiekosten bij hulp van de EU aan Palestijnen

Vraag 1

Bent u zich ervan bewust dat de Europese Unie (EU) elke maand meer dan één miljoen euro aan transactiekosten betaalt aan de internationale bank HSBC voor het verwerken van salarissen en uitkeringen voor Palestijnen met lage inkomens, omdat de EU geen contacten wil met de Hamas-regering binnen de Palestijnse Autoriteit.1)

Vraag 2

Onderschrijft u de opvatting van Oxfam Novib die deze gang van zaken als geldverspilling en een ‘hulpflater’ karakteriseert? Hoe beoordeelt u de hoogte van kosten die gemaakt worden in relatie tot de hulp die wordt verleend?

Vraag 3

Heeft u onderzocht of er een andere constructie mogelijk is om het hulpbedrag efficiënter over te maken aan de betreffende Palestijnse arbeiders, zoals bijvoorbeeld via een Trustfund of anderszins? Zo neen, bent u bereid dat alsnog te doen? Zo ja, waarom is toch gekozen voor de huidige constructie?

Vraag 4

Bent u bereid om een andere, minder geldverspillende constructie te bepleiten in de Europese Unie? Zo ja, welke en hoe? Zo neen, waarom niet?

Antwoord

Met het Tijdelijke Internationale Mechanisme (TIM) ondersteunt de EU de Palestijnse bevolking direct, dus zonder tussenkomst van de Palestijnse regering. De Europese Commissie heeft het voortouw genomen bij het vormgeven van het TIM. Een deel van de hulp die gegeven wordt bestaat uit de betaling van uitkeringen aan Palestijnse ambtenaren, waarbij werknemers in de gezondheidszorg extra uitkeringen hebben ontvangen. In totaal hebben dankzij het TIM 144.000 Palestijnen financiële steun ontvangen. Uitgaande van een gezinsgrootte van gemiddeld zes personen, hebben 864.000 personen baat gehad bij de uitkeringen die door het TIM zijn verstrekt. Daarnaast is de Palestijnse bevolking geholpen door de financiering van ziekenhuizen en nutsvoorzieningen, zoals brandstof- en drinkwatervoorziening en afvalverwerking.

Om dit snel, efficiënt en transparant te kunnen doen is het noodzakelijk gebruik te maken van een internationale bank die lokale betalingen kan verrichten die voldoen aan internationale regelgeving. HSBC voldoet aan deze voorwaarden.

De Europese Commissie heeft aangegeven dat de transactiekosten voor het betalen van de uitkeringen 3,7 % bedragen. Dit percentage valt ruimschoots binnen de gebruikelijke marge van zeven procent die de Europese Commissie hanteert bij het afsluiten van contracten met partners, zoals de Wereldbank en NGO’s.

De snelheid waarmee het TIM is opgezet, het succes van het mechanisme en het feit dat de transactiekosten zich ruim binnen de door de Commissie terzake gehanteerde marges bevinden, rechtvaardigen geenszins de kwalificatie “ hulpflater”.

Vraag 5

Bent u bereid om de Europese lidstaten ervan te overtuigen dat de rechtstreekse betaling via de Palestijnse Autoriteit moet worden hervat? Zo ja, hoe? Zo neen, waarom niet?

Antwoord

De Europese Unie heeft zijn bereidheid uitgesproken samen te willen werken met en hulp te verlenen aan een wettige Palestijnse regering, mits het regeringsprogramma van die regering de Kwartet-beginselen (erkenning Israël, afzweren geweld, erkennen van door de PLO gesloten akkoorden) reflecteert.

Het programma van de nieuwe Palestijnse eenheidsregering weerspiegelt deze beginselen niet expliciet en onomwonden. De regering zal de ontwikkelingen terzake nauwgezet blijven volgen en met de EU-partners bezien of, en zo ja, wanneer en hoe directe hulp aan de Palestijnse Autoriteit kan worden hervat. Besluitvorming daarover zal plaatsvinden in het licht van de samenstelling en het programma van de nieuwe Palestijnse regering, de inhoud van de regeringsverklaring van 17 maart jl. en het feitelijke gedrag en nadere beleidsvoornemens van die regering en haar ministers in de komende periode.

Vraag 6

Bent u zich ervan bewust dat meer dan de helft van de Palestijnse ambtenaren, vooral veiligheidsbeambten en politieagenten, zijn uitgesloten van de regeling, en dat ambtenaren slechts veertig procent van hun normale salarissen ontvangen inclusief de betreffende regeling? Wat betekent dat voor de humanitaire situatie en de kwaliteit van het bestuur in de Palestijnse gebieden?

Vraag 7

Bent u bereid om te pleiten voor uitbreiding van de regeling? Zo neen, waarom niet?

Antwoord

Bij de totstandkoming van het TIM is uit politieke en financiële overwegingen besloten Palestijnse ambtenaren die werkzaam zijn in de veiligheidssector niet in aanmerking te laten komen voor vergoedingen die met het TIM worden betaald.

Besluitvorming over eventuele uitbreiding van het TIM is afhankelijk van de ontwikkeling van de (hulp)relatie tussen de EU en de nieuwe Palestijnse regering. Dienaangaande zij verwezen naar het antwoord op vraag 5.

1 ‘Transactiekosten hulp kost miljoenen’, de Volkskrant, 7 februari 2007. “ Europa stop deze ‘hulpflater’’; Miljoenen euro’s voor hulp Palestijnen gaan op aan bankkosten”, Novib, 6 februari 2007.