Beantwoording vragen van het lid Van Gennip over de doodstraf tegen een Palestijnse arts en Bulgaarse verpleegkundigen in Libië

Graag bied ik u hierbij de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door het lid Van Gennip over de doodstraf tegen een Palestijnse arts en Bulgaarse verpleegkundigen in Libië. Deze vragen werden ingezonden op 25 mei 2007 met kenmerk 2060716180.

De minister van Buitenlandse Zaken,

Drs. M.J.M. Verhagen

Antwoorden van de heer Verhagen, minister van Bu itenlandse Zaken, op vragen van het lid Van Gennip (CDA) over de doodstraf tegen een Palestijnse arts en Bulgaarse verpleegkundigen in Libië

Vraag 1

Bent u bekend met de rechtszaak in hoger beroep tegen de Palestijnse arts en enkele Bulgaarse verpleegkundigen in Libië tegen wie de doodstraf is opgelegd die op 18 mei aanstaande dient?

Vraag 2
Op welke manier kunnen u en de Europese Unie nog druk uitoefenen op de Libische autoriteiten en de Bulgaarse autoriteiten steunen in hun pogingen om deze personen vrij te krijgen, opdat er tot een rechtvaardige en humanitaire oplossing wordt gekomen?

Antwoord 1 en 2

Ja. Mede in EU-verband wordt in voortdurend gesprek met Libische autoriteiten aangedrongen op een rechtvaardige en humanitaire oplossing. Het EU-voorzitterschap heeft op 22 januari jl. een verklaring uitgegeven, waarin het op 19 december 2006 uitgesproken doodvonnis van de Libische rechtbank wordt veroordeeld. Het EU-voorzitterschap onderstreepte hierbij namens de EU-lidstaten de door de EU geuite zorgen inzake de rechtsgang. Nederland ondersteunt de inspanningen van het EU-voorzitterschap, de Europese Commissie en anderen om de Bulgaarse verpleegkundigen en Palestijnse arts vrij te krijgen. Het is een positieve ontwikkeling dat de Bulgaarse verpleegsters en Palestijnse arts zijn vrijgesproken in de rechtszaak van 18 mei jl., die wegens smaad tegen hen was aangespannen door Libische functionarissen. Verder kan als hoopgevend worden aangemerkt dat de zoon van de Libische leider heeft gesteld dat er geen tenuitvoerlegging van de doodstraf zal volgen bij eventuele oplegging van deze straf in hoger beroep.

Vraag 3
Bent u bereid dit onderwerp bij de eerstvolgende RAZEB aan de orde te stellen?

Antwoord

De zaak is reeds eerder in de RAZEB ter sprake gekomen en heeft ook daar de voortdurende aandacht.