Kamerbrief inzake Verslag Algemene Zaken en Externe Betrekkingen (RAZEB) d.d. 19 en 20 november 2007

Graag bieden wij u hierbij het verslag aan van de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen (RAZEB) van 19 en 20 november 2007.

De minister van Buitenlandse Zaken,

Drs. M.J.M. Verhagen

De minister van Defensie,

E. van Middelkoop

De minister voor Ontwikkelingssamenwerking,

Drs. A.G. Koenders

De staatssecretaris voor Europese Zaken,

Drs. F.C.G.M. Timmermans

Verslag van de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen (RAZEB) van 19 en 20 november 2007

Voorbereiding Europese Raad 14 december a.s.

De geannoteerde agenda voor de Europese Raad werd zonder discussie aangenomen. De agenda is gecentreerd rondom drie terreinen: vrijheid, veiligheid en recht; economische, sociale en milieu-onderwerpen; alsmede externe betrekkingen.

De bespreking in de Raad ging voornamelijk over de ondertekeningsceremonie in Lissabon op 13 december a.s. en de verplaatsing de volgende dag van alle delegaties naar Brussel t.b.v. de Europese Raad.

Maritiem beleid

De Commissie presenteerde haar plannen voor een EU-maritiem beleid. De Lidstaten spraken hiervoor weliswaar hun steun uit, maar zij benadrukten vooral het belang van een regionale aanpak, waarin rekening te worden gehouden dient te worden met de bijzondere kenmerken van de verschillende zeegebieden. Diverse Lidstaten vonden dat de Commissie oog diende te houden voor subsidiariteitsaspecten bij de formulering van het maritiem beleid. Zo toonde Nederland zich om die reden tegen een grotere rol en inmenging van de EU op het gebied van maritieme ruimtelijke planning. Voorts meende Nederland dat grensoverschrijdende aspecten van maritieme planning bilateraal of regionaal moesten worden aangepakt. Nederland reageerde positief op voorgestelde actiepunten als: terugdringing van belemmerende regelgeving, uitwisseling van kennis, ervaring en ‘best practices’, stimulering van ‘short sea shipping’ en ‘motorways of the sea’. De Commissie stelde in een reactie dat zij niet van plan is een ‘spatial regime’ te ontwikkelen, laat staan op te leggen. Dat was aan de Lidstaten zelf. Commissaris Borg noemde Nederland als voorbeeld voor ‘best practises’ en moedigde Lidstaten aan van elkaar te leren. Over het regionale beleid sprak Borg de hoop uit in 2009 hierover te kunnen rapporteren. Er zal geen ‘one size fits all ’-benadering worden gevolgd, maar hij zal wel een aanzet geven voor een maritiem beleid voor de Noordzee, de Middellandse Zee, de Oostzee, respectievelijk de Baltische Zee.

In de conclusies van de Europese Raad van 13-14 december a.s. zal worden vastgelegd dat de Lidstaten zich bewust zijn van de noodzaak tot een maritiem beleid en dat zij zowel het Commissievoorstel als het actieplan steunen, mits het subsidiariteitsprincipe wordt gerespecteerd. Besluitvorming zal onder het aanstaande Franse Voorzitterschap plaatsvinden.

Werkprogramma Commissie 2008

In korte openbare bespreking gaf Commissaris Wallström een toelichting op het wetgevings- en werkprogramma van de Commissie voor 2008. Dit leverde geen verrassingen op. Er waren slechts enkele interventies van Lidstaten ten aanzien van het belang van betere regelgeving, de focus op Europa als mondiale speler en het verzoek van het inkomend Voorzitterschap aan de Commissie om uiterlijk 23 januari met haar milieu- en energievoorstellen te komen, in verband met de behandeling tijdens de komende Voorjaarsraad.

EU-Afrika Top

Ministers stemden in met de gemeenschappelijke EU-Afrika strategie die tijdens de Top op 8 en 9 december a.s. zal worden vastgesteld, alsmede met het actieplan dat de kaders omvat voor de uitvoering van deze strategie. Het Voorzitterschap informeerde de ministers dat de gezamenlijke politieke verklaring die bij de Top zal worden uitgegeven, nog verder voorbereid zal worden. In de politieke verklaring zal in ieder geval een synthese worden opgenomen van de strategie en het actieplan. De Europese en Afrikaanse ministers zullen in de voorbereidende vergadering in Sharm-el-Sheikh op 4 en 5 december a.s. het ontwerp van de politieke verklaring bespreken.

Ten aanzien van de Top bevestigden ministers dat de komst van de Zimbabwaanse President Mugabe niet wenselijk is. Indien President Mugabe aanwezig zal zijn, zal hij conform het Gemeenschappelijk Standpunt van de Unie over Zimbabwe stevig en helder aangesproken worden op mensenrechten en democratisering in Zimbabwe.

Hoge Vertegenwoordiger Solana informeerde de Raad dat hij in samenspraak met het Voorzitterschap besloten heeft een speciaal gezant aan te stellen voor Zimbabwe om de precieze situatie en ontwikkelingen in Zimbabwe in kaart te brengen ten behoeve van de Europese inzet bij de Top.

EU-China Top en EU-India Top

De Raad stemde in met de ontwerp-agenda's en de ontwerp-gemeenschappelijke verklaringen voor de respectieve topontmoetingen van de EU met China en India.

Zoals besproken met uw Kamer tijdens de begrotingsbehandeling op 13 november j.l. en het AO RAZEB op 14 november j.l., heeft Nederland het belang onderstreept van bespreking van de mensenrechten (waaronder afschaffing van de doodstraf) met China en van heldere afspraken over nauwere samenwerking op het terrein van duurzame ontwikkeling, schuldenverlichting alsook de samenwerking ten aanzien van Afrika. Bevestigd werd dat deze punten aan de orde zouden komen bij de Top.

Bij de bespreking van de EU-India Top heeft Nederland aangegeven belang te hechten aan agendering van kinderarbeid en de rol van India bij de bevordering van het democratiseringsproces in Birma. Het Voorzitterschap nam goede nota van de Nederlandse punten en bevestigde dat Birma bij beide Toppen aan de orde zou komen.

Westelijke Balkan: Kosovo

Trojka-onderhandelaar Ischinger was bij de Raad aanwezig om de ministers te informeren over de voortgang in de onderhandelingen over Kosovo. Hij benadrukte dat alle mogelijkheden om tot een oplossing te komen worden bekeken. De trojka zou in de laatste weken voor 10 december inzetten op intensieve onderhandelingsrondes om alsnog de partijen tot overeenstemming te brengen. De Raad bevestigde zijn steun aan de inspanningen van de trojka, die op 20 november de volgende onderhandelingsronde in Brussel zou houden en benadrukte de noodzaak om deze onderhandelingen te intensiveren.

Enkele Lidstaten suggereerden het EU-toetredingsperspectief voor Servië te versnellen zodra de uitkomst van de onderhandelingen bekend zou worden. Andere Lidstaten, waaronder Nederland, wezen daarentegen met nadruk op de ICTY-conditionaliteit voor ondertekening van de SAO en aan het strikt vasthouden aan de door de Europese Raad vastgestelde criteria voor uitbreiding van de EU.

Op 10 december zal de trojka rapporteren aan de SG VN over verloop en uitkomsten van de onderhandelingen aan de VN. De RAZEB op 10 december en de Europese Raad op 14 december zullen tevens verder spreken over de uitkomst van de onderhandelingen.

MOVP

Tijdens de lunch spraken de ministers over de recente ontwikkelingen in het Midden-Oosten. HV/SG Solana toonde zich voorzichtig positief over de voorbereidingen van de internationale bijeenkomst die de VS voornemens was eind november in Annapolis te organiseren. De Raad aanvaardde Raadsconclusies waarin ondermeer steun werd uitgesproken voor de internationale bijeenkomst, alsook voor de inzet van premier Olmert en president Abbas om deze tot een succes te maken.

Ook verwelkomde de Raad de door HV/SG Solana en Commissie voorgestelde EU-actiestrategie voor het Midden-Oosten ter ondersteuning van het politieke proces en de capaciteitsopbouw van de Palestijnse Autoriteit, m.h.o.o. de opbouw van een democratische en levensvatbare staat die in vrede en veiligheid kan leven met Israël.

Nederland onderstreepte het belang van het waterverdelingsvraagstuk en van ‘access and movement’. Nederland benadrukte daarbij ook het belang van opening van grensovergangen voor export van producten uit Gaza en wees daarbij als voorbeeld op de voortdurende problematiek rondom het met Nederlands ontwikkelingsgeld gefinancierde bloemenproject.

Overigens werd vlak na de RAZEB bevestigd dat de bloemenexport, mede dankzij de Nederlandse inspanningen, inmiddels is hervat. Tot slot stelde Nederland dat behalve de EU ook andere donoren, waaronder de Arabische landen, hun financiële toezeggingen gestand moeten doen. De donorconferentie, die naar verwachting medio december (waarschijnlijk 17 december a.s.) te Parijs zal plaatsvinden, zal mede in dit kader van belang zijn.

Libanon

De ministers konden wegens tijdgebrek niet over de situatie in Libanon van gedachten wisselen. De Raad aanvaarde wel Raadsconclusies, waarin zorg werd uitgesproken over de politieke impasse rondom de Presidentsverkiezingen en Libanese partijen worden opgeroepen om tot een democratische oplossing te komen.

Georgië

Ministers bespraken kort de recente ontwikkelingen in Georgië en verwelkomden het opheffen van de noodtoestand. Zij waren het eens dat de EU echter druk moet blijven uitoefenen inzake de mediarestricties en de noodzaak van vrije en eerlijke verkiezingen. De EU zal in dit kader een bijdrage leveren aan de waarnemingsmissie van de presidentsverkiezingen op 5 januari 2008.

Diversen / Rusland

Op verzoek van Nederland werd onder Diversen gesproken over het besluit van het Office for Democratic Institutions and Human Rights (ODIHR) geen waarnemingsmissie te organiseren tijdens de Parlementsverkiezingen in Rusland van 2 december a.s., omdat onder de huidige omstandigheden een dergelijke missie haar werk niet kan doen. De ministers achtten de voorwaarden die Rusland had gesteld aan het ODIHR disproportioneel en vonden het onaanvaardbaar dat een kleine waarnemings-missie van alleen de Parlementaire Assemblée van de OVSE het risico zou lopen om een legitimatie te worden van de verkiezingen, aangezien een serieuze vorm van controle niet mogelijk zou zijn. Conclusie van de Raad was dat de respectieve Voorzitterschappen van EU en OVSE zullen bezien welke mogelijkheden er nog resteren voor een effectieve en geloofwaardige waarnemingsmissie.

Iran

De ministers spraken kort over het meest recente IAEA-rapport inzake het Iraanse nucleaire programma. HV Solana gaf aan dat Iran nog op een groot aantal punten duidelijkheid moet verschaffen. De Hoge Vertegenwoordiger zou in beginsel op 21 november een nieuwe ontmoeting hebben met de Iraanse hoofdonderhandelaars in dit dossier.

Zijn bevindingen zou hij vastleggen in een rapport aan de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad en aan Duitsland. Afhankelijk van zijn conclusies en het verdere verloop van de kwestie in de VN-Veiligheidsraad, zal de noodzaak van eventuele aanvullende sancties opnieuw worden besproken tijdens de eerstvolgende RAZEB.

Irak

De ministers hadden een ontmoeting met de Iraakse minister van Buitenlandse Zaken, Hosyar Zebari. Minister Zebari presenteerde een overzicht van de laatste ontwikkelingen in Irak waarin hij vooral positieve aspecten belichtte, zoals een verbetering in de veiligheidssituatie en een daling van het aantal vluchtelingen. Er zou volgens Zebari zelfs een stijging in het aantal terugkerende vluchtelingen uit de buurlanden waarneembaar zijn. Ook was er sprake van een verbeterende economische situatie en begonnen buurlanden (m.n. Iran en Syrië) zich coöperatiever op te stellen. Ten aanzien van de status van Kirkuk gaf Zebari aan dat er voor het eind van dit jaar geen referendum zal worden gehouden zoals aanvankelijk was voorzien.

Hij onderstreepte dat deze kwestie slechts binnen een Iraakse omgeving tot een goede oplossing zou kunnen worden gebracht. Daarbij was, mede voor de stabiliteit en veiligheid van Irak, een breed draagvlak onontbeerlijk. Minster Zebari toonde zich tot slot tevreden over de grotere rol en aanwezigheid van de VN en verzocht de EU ook actief betrokken te blijven bij de wederopbouw en stabilisatie van zijn land.

Nederland verzocht minister Zebari om speciale aandacht te besteden aan bescherming van de mensenrechten, in het bijzonder de veiligheid en rechten van etnische en religieuze minderheden. Ook sprak Nederland zorgen uit over de humanitaire situatie van de Iraakse vluchtelingen in de buurlanden en benadrukte daarbij dat de Commissie en Lidstaten ook in de toekomst de nodige hulp zouden moeten blijven bieden.

Pakistan

Het Portugese Voorzitterschap en de Commissie gingen kort in op de recente politieke ontwikkelingen in Pakistan. Commissaris Ferrero-Waldner gaf aan dat de Commissie doorgaat met de voorbereiding van een EU-verkiezingsmonitoringmissie voor het geval de noodtoestand wordt opgeheven. Indien de noodtoestand voortduurt, zal waarschijnlijk een andersoortige waarnemingsmissie naar Pakistan moeten afreizen. Wegens tijdgebrek sloot de Voorzitter van de Raad de bespreking hierna af.

Gezamenlijke sessie van ministers van Buitenlandse Zaken en Ministers van Defensie

Tsjaad/CAR/Soedan/Darfur

In hun gezamenlijke sessie spraken de ministers van Buitenlandse Zaken en de ministers van Defensie over de situatie in Darfur en Tsjaad in het licht van de operaties UNAMID en EUFOR Tchad/RCA. Het Portugese Voorzitterschap wees op het feit dat er nog een aantal capaciteiten voor EUFOR ontbreekt en spoorde de Lidstaten aan deze te leveren.

Tijdens de vergadering heeft Nederland aangegeven dat het de mogelijkheid en wenselijkheid van een beperkte bijdrage aan EUFOR onderzoekt, naast het onderzoek naar een mogelijke bijdrage aan UNAMID. Ook heeft Nederland erop gewezen dat gezien het regionale karakter van de problematiek, de ontplooiing v an de twee operaties aan elkaar is gekoppeld. Voorts zal de EU voorbereid moeten zijn op het aanscherpen van de reeds bestaande sancties, indien de komst van UNAMID verder wordt tegengewerkt.

EVDB

Op het punt van EVDB vond geen bespreking plaatst en werden de Raadsconclusies zonder verdere discussie aangenomen.

Sessie ministers van Defensie

Europees Defensie Agentschap (EDA)

Net als de twee voorafgaande jaren heeft de Raad ook dit jaar geen overeenstemming bereikt over een driejarig financieel raamwerk voor het EDA. Nadat in het voortraject duidelijk was geworden dat een aantal landen problemen heeft met de forse stijging van de jaarlijkse maximale begroting in het raamwerk besloot het Portugese Voorzitterschap deze kwestie niet verder tijdens de RAZEB te bespreken.

De Lidstaten konden wel instemmen met de EDA-begroting voor 2008. Het budget 2008 bestaat uit een functioneel budget van € 20 miljoen en een operationeel budget van € 6 miljoen, waarvan € 1 miljoen bevroren wordt tot de EDA-Bestuursraad besluit over besteding van deze fondsen. Daarnaast is er voor het onderwerp Unmanned Aerial Vehicles (UAV’s) € 6 miljoen in de begroting opgenomen. De Raad besloot dat dit budget kan worden uitgegeven zodra het EDA een degelijke business case presenteert voor het UAV-project. Daarnaast zullen de komende Voorzitterschappen (Slovenië en Frankrijk) alle Lidstaten consulteren over deze kwestie.

Operaties

SG/HV Solana stelde dat de situatie in Bosnië-Herzegovina gecompliceerder was geworden, mede vanwege de relatie met Kosovo. Er zijn nog geen gevolgen voor de veiligheidssituatie in dat land. Operatiecommandant McColl (DSACEUR) meldde dat de veiligheidssituatie stabiel is en dat er geen noodzaak is om de strategische reserves in te zetten. De militaire hervormingen verlopen voorspoedig. McColl herhaalde zijn eerdere uitspraak dat de militaire operatie mogelijk per eind 2008 beëindigd zou kunnen worden, doch dat de recente politieke situatie uitwees dat dit afhankelijk zou blijven van de ontwikkelingen in Bosnië-Herzegovina en in de regio. McColl noemde eveneens de overname van de huidige IPU (Integrated Police Unit) door de European Gendarmerie Force (EGF) eind november. Tenslotte riep hij op tot een politieke oplossing voor de blokkades voor formele samenwerking tussen de EU en de NAVO in Kosovo en Afghanistan.

Militaire Capaciteiten

Het Voorzitterschap en de voorzitter van het EUMC introduceerden de voltooiing van de Progress Catalogue 2007, waarin de EU tekortkomingen op gebied van militaire capaciteiten en de potentiële risico’s voor de EVDB-operaties worden uiteengezet. Nederland beklemtoonde dat de EU-tekorten erg leken op de tekorten die ook de NAVO probeert op te lossen. De EU-NAVO Capaciteiten Groep zou derhalve een belangrijke rol moeten spelen.

Enkele ministers wezen op het feit dat de langere termijn behoeften van het EVDB nader zouden moeten aansluiten op de operationele behoeften op de korte termijn. Helikopters werden genoemd als een capaciteit die zowel in de Progress Catalogue als in de meeste lopende operaties een probleem vormde.

Civilian Capabilities Improvement Conference

En marge van de RAZEB vond de Civilian Capabilities Improvement Conference (CCIC) plaats. De CCIC stemde in met het afsluitende rapport over het Civilian Headline Goal (CHG) 2008, met het nieuwe Civilian Headline Goal 2010 en met de ministeriële verklaring over het Civilian Headline Goal 2010. De Lidstaten spraken zich uit voor de doelstellingen in het nieuwe CHG: in het bijzonder die voor een snellere en bredere inzet van civiele middelen; voor een betere synergie met externe actoren en tussen de eerste en derde pijler van de EU; alsmede die voor de opbouw van militaire capaciteiten. Ook flankerende maatregelen ten behoeve van training, m issie-ondersteuning en planning werden van groot belang geacht.

EUMS Planningscapaciteit

De aanbevelingen van SG/HV Solana betreffende de versterking van de capaciteit van het EUMS voor vroegtijdige strategische planning werden aangenomen door de Raad. De uitvoering van de maatregelen moet in de loop van 2008 worden geëvalueerd. Frankrijk herhaalde de bekende voorkeur voor een permanent Operatiecentrum voor planning en aansturing van autonome EVDB-operaties.

Bestuursraad Europees Defensie Agentschap

De Bestuursraad bereikte overeenstemming over het Werkprogramma 2008, het kader voor Onderzoek en Technologie en over de door het EDA voorgestelde collectieve doelstellingen (benchmarks) voor uitgaven op het gebied van Onderzoek en Technologie, investeringen in materieel en samenwerking op deze terreinen.

De benchmarks stellen dat de totale investeringen in materieel en R&D 20% van de totale defensie-uitgaven van alle Lidstaten zouden moeten zijn. Van de totale uitgaven aan materieel en R&D van alle Lidstaten bij elkaar zou 35% moeten worden besteed aan Europese samenwerkingsprogramma’s.

Voor het deelgebied ‘onderzoek en technologie’ zijn de benchmarks 2% van de totale defensie-uitgaven, waarvan bij voorkeur 20% aan Europese samenwerkingsprojecten zou moeten worden besteed. Het EDA beschouwt programma’ s, waar twee of meer Lidstaten aan mee doen als Europese samenwerking. De benchmarks leggen geen verplichtingen op aan Lidstaten. Individuele landen kunnen eigen nationale doelstellingen vaststellen.

Gezamenlijke sessie ministers van Defensie en ministers voor Ontwikkelingssamenwerking

Veiligheid en ontwikkeling

Er bestond waardering voor het initiatief van het Portugese Voorzitterschap voor deze gezamenlijke sessie over veiligheid en ontwikkeling. De Raadsconclusies en het gezamenlijke voorstel van het Raadsecretariaat en de Commissie werd gezien als een belangrijk startpunt voor de uitvoering van voorstellen voor verbetering van de coherentie en consistentie van het beleid.

Ook Nederland verwelkomde het initiatief en benadrukte dat de EU beschikt over een breed instrumentarium om uiting te geven aan een geïntegreerde aanpak. Daarbij moet ook nadrukkelijk gekeken worden naar de financieringsbronnen, inclusief non-ODA middelen. Verder benadrukte Nederland de whole-of-government benadering op het terrein van Security Sector Reform (SSR) en bood het een EVDB trainingsmodule aan voor SSR voor civiele deskundigen, politie en militairen voor het Europese Veiligheids- en Defensiecollege. Verder sprak Nederland de hoop uit dat de inkomende V oorzitterschappen het onderwerp voortvarend zullen aanpakken. Ook wees Nederland op het belang van het terugdringen van gewapend geweld en de Afrikaanse verklaring die hierover onlangs is opgesteld. Deze verklaring bouwt voort op de Geneva Declaration on Armed Violence and Development.

Commissaris Michel benadrukte het belang van een maatwerk-benadering en de noodzaak om meer in conflictpreventie en in ‘early warning systems’ te investeren. Tegelijkertijd benadrukte Michel de noodzaak om non-ODA middelen te vinden om veiligheidsoperaties te financieren.

Bijeenkomst van ministers voor Ontwikkelingssamenwerking

Oriëntatiedebat effectiviteit externe actie EU: beleidscoherentie ontwikkelings-samenwerking, migratie en klimaatverandering

Nederland verwelkomde het eerste Europese voortgangsverslag over OS-beleids-coherentie, maar benadrukte dat de conclusies nog onvoldoende ambitie uitdrukten. Enkele andere Lidstaten kwamen met soortgelijke interventies. De Commissie kondigde voor maart 2008 een mededeling aan over de uitvoering van de ambities.

Ten aanzien van migratie bepleitte Commissaris Michel onder meer dat negatieve effecten van brain drain goed mee gewogen moesten worden in het beleid, ook in de discussies over de blue card. Nederland onderschreef dit punt. Commissaris Michel wilde in algemene zin meer aandacht voor de positieve aspecten van migratie.

Nederland noemde bij de discussie over klimaatverandering het belang van het principe ‘de vervuiler betaalt’ en van innovatieve vormen van financiering voor de bekostiging van aanpassingsmaatregelen in de armste landen.

Europees ontwikkelingsbeleid en de EU-Afrikastrategie

Met het oog op de EU-Afrika Top van 8 en 9 december 2007, bespraken de ministers van Ontwikkelingssamenwerking de relatie tussen het Europese ontwikkelingsbeleid en de gemeenschappelijke EU-Afrikastrategie en het bijhorende actieplan. Veel Lidstaten onderschreven het belang van een meer politiek getint partnerschap tussen de EU en Afrika, met een sterkere rol voor dialoog. De bestaande instrumenten en middelen moesten worden benut, waarbij de EU-gedragscode over werkverdeling en de Parijs- agenda inzake effectiviteit van de hulp moesten worden geïmplementeerd.

EPA-onderhandelingen

De voortgang in de EPA-onderhandelingen (Economic Partnership Agreements) vormde het belangrijkste agendapunt tijdens het OS-gedeelte van de RAZEB. Nederland had vooraf gelijkgezinde ministers voor informeel overleg bijeen gebracht.

De door de Commissie voorgestelde pragmatische aanpak voor de eindfase van de onderhandelingen wordt door de Lidstaten breed gesteund en is nu in de Raads-conclusies vastgelegd. Een groeiend aantal Lidstaten maakt zich echter, net als Nederland, grote zorgen over de gebrekkige voortgang. Die zorgen betreffen vooral de consequenties voor de export naar de EU van niet-MOLs (Minst Ontwikkelde Landen), indien deze landen voor de einddatum van 1 januari 2008 geen WTO-conform handelsaanbod hebben weten te presenteren. De enige terugvaloptie die de Commissie aangeeft is het voor niet-MOLs veel minder gunstige APS (Algemeen Preferentieel Stelsel) van de EU.

Op basis van een door Nederland geïnitieerd vooroverleg, kon Nederland in de Raad met steun van Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Italië, Denemarken en Ierland het uitgangspunt benadrukken dat de betreffende ACS-landen er op 1 januari hoe dan ook niet substantieel op achteruit zouden mogen gaan. Commissaris Mandelson bleef evenwel onderstrepen dat er geen andere optie was dan APS en dat iedere suggestie in de richting van alternatieven de lopende onderhandelingen zou ondermijnen, met alle gevolgen van dien. Om enigszins aan de door Nederland verwoorde zorgen van de Raad tegemoet te komen, besloot het Voorzitterschap om tijdens de RAZEB van 10 december een speciale zitting te wijden aan de stand van de EPA-onderhandelingen op dat moment. Op instigatie van Nederland werd in de conclusies vastgelegd dat de Commissie hiervoor een rapport met aanbevelingen zal maken. Commissaris Mandelson stemde hiermee in.

Om de Franse en Spaanse blokkade van de Raadsconclusies te doorbreken, kwam de Commissie met een verklaring over bananen. Op verzoek van een Lidstaat of als de invoer van EPA-bananen op jaarbasis met meer dan een kwart groeit, zal de Commissie een onderzoek instellen naar de effecten van vrije bananeninvoer op producenten binnen de Unie. Deze specificatie van de algemene vrijwaringclausule in EPA’s zal naar verwachting in de praktijk niet snel tot beschermende maatregelen van de kant van de EU leiden. Niettemin meende Nederland dat het geen goed signaal was voor de onderhandelingen en sloot Nederland zich met Denemarken en het VK aan bij een Zweedse verklaring van deze strekking.

Afrikaanse landbouw

Op verzoek van Italië werd tijdens de lunch van OS-ministers nog kort stilgestaan bij de Raadsconclusies over landbouw in Afrika. Nederland bepleitte dat Europese steun vooral naar arme en kleinschalige producenten in Afrika zou moeten gaan. Commissaris Michel wees erop dat onder het tiende EOF (Europees Ontwikkelingsfonds) op basis van de nu bekende landenstrategieën meer middelen naar de landbouwsector zullen gaan dan in de voorgaande periodes.

Kaapverdië

Het Portugese Voorzitterschap benadrukte dat de nieuwe relatie van de EU met Kaapverdië in de vorm van een Speciaal Partnerschap de traditionele donor-begunstigde relatie overstijgt en in lijn was met de OS-relaties tussen Kaapverdië en Lidstaten als Portugal, Luxemburg en Nederland.

Overige onderwerpen

Tijdens het werkdiner van OS-ministers over het onderwerp fragiele staten, vroeg Nederland onder meer aandacht voor de situatie in Pakistan en lichtte de argumentatie voor het opschorten van de Nederlandse bilaterale hulp aan de Pakistaanse overheid toe.

Op verzoek van Nederland werd tijdens de lunch van OS-ministers stilgestaan bij de recente ontwikkelingen in Somalië. Nederland pleitte met steun van Itali ë voor blijvende en zichtbare betrokkenheid van de Commissie en het Voorzitterschap. Commissaris Michel bevestigde de situatie nauw te volgen, mede dankzij de speciale vertegenwoordiger voor Somalië.