Beantwoording Van Dam over het beleid van Iran met betrekking tot executies door middel van steniging

Graag bied ik u hierbij de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door het lid Van Dam over het beleid van Iran met betrekking tot executies door middel van steniging. Deze vragen werden ingezonden op 27 februari 2008 met kenmerk 2070812850.

De minister van Buitenlandse Zaken,

Drs. M.J.M. Verhagen

Antwoorden van de heer Verhagen, minister van Buitenlandse Zaken, op vragen van het lid Van Dam (PVDA) over het beleid van Iran met betrekking tot executies door middel van steniging.

Vraag 1

Hebt u kennisgenomen van het bericht over recente veroordelingen tot steniging in Iran? 1) Is dit bericht waar?

Vraag 2

Deelt u de mening dat, afgezien van het feit dat de doodstraf per definitie inhumaan is, executie door middel van steniging een barbaarse en huiveringwekkende methode is, die nooit uitgevoerd zou mogen worden? Zo ja, hoe beoordeelt u de genoemde recente vonnissen in Iran?

Vraag 3

Wat heeft het ontbieden van de Iraanse ambassadeur na de recentste steniging in Iran (juli 2007) opgeleverd?

Vraag 4
Hebt u sinds juli 2007 andere inspanningen gepleegd om de Iraanse autoriteiten er toe te brengen de methode van steniging onmiddellijk af te schaffen? Zo ja, wat hebben deze inspanningen opgeleverd? Zo neen, waarom niet?

Vraag 5

Gaat u zich bilateraal en in EU-verband inzetten voor het onmiddellijk herroepen van de uitgesproken vonnissen? Zo ja, op welke wijze?

Antwoord

Het hoofd van de rechterlijke macht in Iran heeft in december 2002 alle rechters in het land aanbevelingen gestuurd, waarin hij aandringt om in plaats van steniging alternatieve straffen op te leggen. In dit kader wordt wel gesproken van een de facto moratorium op steniging. De Iraanse autoriteiten gaven op 20 juni 2007 desgevraagd bij het toenmalig EU-voorzitterschap aan dat dit moratorium op steniging nog steeds van kracht was. De aanbeveling wordt evenwel niet door alle rechters overgenomen. De heer Kiyani werd op 5 juli 2007 middels steniging ter dood gebracht.

De Nederlandse regering deelt uw zorgen over de nog steeds voorkomende veroordelingen tot en executies door steniging in Iran en het lot van o.a. Abdollah Farivar Moghadam en de zussen Zohreh en Azar. De Nederlandse regering streeft naar de wereldwijde universele afschaffing van de doodstraf en zet zich in om de wrede en onmenselijke executievorm van steniging wereldwijd te bestrijden.

De Nederlandse regering en de EU hebben sinds juli 2007 herhaaldelijk t egenover de Iraanse autoriteiten ernstige zorgen geuit over het toenemende aantal voltrekkingen van de doodstraf en Iran opgeroepen de doodstraf in het algemeen en de executievorm van steniging in het bijzonder af te schaffen.

Op 7 februari jl. heeft het EU-voorzitterschap met Nederlandse steun een verklaring uitgegeven omtrent de toepassing van de doodstraf in Iran. Iran is daarbij dringend verzocht steniging als executievorm onmiddellijk bij wet en in de praktijk af te schaffen, overeenkomstig de resolutie van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties over de mensenrechtensituatie in Iran van 18 december 2007. In genoemde verklaring worden de veroordelingen van Abdollah Farivar Moghadam, Zohreh en Azar in het bijzonder genoemd.

Dezelfde boodschap is op 27 februari jl. op hoogambtelijk niveau aan de Iraanse ambassadeur in Nederland overgebracht. Het Europees voorzitterschap heeft 4 maart jl. eveneens bij Iraanse autoriteiten zorgen geuit over steniging.

De regering blijft genoemde zaken en de algemene mensenrechtensituatie in Iran nauwlettend volgen en zal Iran in VN-kader, EU-verband en bilateraal blijven wijzen op zijn verantwoordelijkheden met betrekking tot het handhaven van mensenrechten.

1) www.iranactua.com, 6 februari 2008: “Man en 2 vrouwen veroordeeld tot steniging in Iran”