Beantwoording vragen over de steniging van een verkracht meisje in Somalië

Graag bied ik u hierbij de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door de leden Cörüz en Haverkamp over de steniging van een verkracht meisje in Somalië. Deze vragen werden ingezonden op 5 november 2008 met kenmerk 2080904570.

De minister van Buitenlandse Zaken,

Drs. M.J.M. Verhagen

Antwoorden van de heer Verhagen, minister van Buitenlandse Zaken op vragen van de leden Cörüz en Haverkamp (CDA) over de steniging van een verkracht meisje in Somalië.

Vraag 1

Hebt u kennisgenomen van het bericht dat een Somalisch meisje van 13 jaar gestenigd is nadat zij aangifte had gedaan van verkrachting? 1)

Antwoord

Ja.

Vraag 2

Hoeveel incidenten van steniging zijn er in het afgelopen jaar geweest in Somalië? Is er sprake van een toenemend aantal stenigingen in Somalië?

Antwoord

Volgens de beschikbare informatie hebben er de afgelopen jaren geen andere stenigingen plaatsgevonden in Somalië. Er kan daarom op dit moment niet gesproken worden van een toenemend aantal stenigingen.

Vraag 3

Deelt u de mening dat deze vorm van zware marteling dan wel de doodstraf van een minderjarige een flagrante schending van de mensenrechten betekent? Hebt u reeds uw afschuw uitgesproken, bilateraal dan wel in ander verband, naar de Somalische autoriteiten over deze praktijken? Zo neen, bent u bereid dit alsnog te doen? Zo neen, waarom niet?

Antwoord

Deze mening deel ik volledig. De Europese Unie heeft haar afschuw over de steniging uitgesproken.

Vraag 4

Onderneemt de Somalische regering op enige wijze actie om dergelijke stenigingen uit te bannen? Zo neen, wat wordt vanuit de internationale gemeenschap c.q. Nederland ondernomen om dit bij de Somalische regering af te dwingen?

Antwoord

De steniging heeft plaatsgevonden in een deel van Zuid-Centraal Somalië waarover de Somalische overgangsregering geen effectieve controle uitoefent. Het gebied wordt beheerst door islamitische milities waarop de internationale gemeenschap c.q. Nederland weinig druk kan uitoefenen. De internationale gemeenschap, waaronder Nederland, steunt wel het door de Verenigde Naties geleide Djibouti Proces in Somalië, dat zou moeten leiden tot grotere stabiliteit in het land. Alleen door vermindering en beëindiging van de gewapende conflicten in Somalië kan wetteloosheid en straffeloosheid worden aangepakt waarmee uiteindelijk de basis gelegd wordt voor het voorkomen van mensenrechtenschendingen. Het bestraffen van daders van mensenrechtenschendingen moet tegelijk met het Djibouti Proces door de internationale gemeenschap worden bevorderd. Nederland zal zich inzetten voor een internationale onderzoekscommissie naar mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden in Somalië.

1) NRC, 3 november 2008: “Somalisch meisje (13) gestenigd na verkrachting”