Beantwoording vragen van de leden Van Dam en Haverkamp over Israëlische uitreisvisa voor Palestijnse acteurs van een Jeugdtheatergroep

Graag bied ik u hierbij de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door de leden Van Dam en Haverkamp over Israëlische uitreisvisa voor Palestijnse acteurs van een Jeugdtheatergroep. Deze vragen werden ingezonden op 11 november 2008 met kenmerk 2008Z06405 / 2080904820 .

De minister van Buitenlandse Zaken,
Drs. M.J.M. Verhagen

Antwoorden van de heer Verhagen, minister van Buitenlandse Zaken op vragen van de leden Van Dam (PvdA) en Haverkamp (CDA) over Gazaans theatergezelschap.

Vraag 1
Is het waar dat het Jeugdtheatergezelschap “Theatre Day Productions”, bestaande uit jongeren afkomstig uit Gaza, een tournee gepland heeft langs theaters in Nederland van 18 november tot 20 december 2008 en dat het gezelschap van de Nederlandse overheid visa heeft gekregen voor het bezoek aan ons land1?

Antwoord
Ja

Vraag 2
Is het tevens waar dat desondanks de Israëlische autoriteiten de jongeren weigeren toestemming te geven om uit Gaza te vertrekken? Zo ja, welke redenen hebben de Israëlische autoriteiten daarvoor gegeven?

Antwoord
De theatergroep heeft geen toestemming gekregen Gaza te verlaten. Dit besluit hangt samen met de aanscherping van de Israëlische maatregelen tegen Gaza naar aanleiding van de ontdekking van een tunnel aan de Gazaanse grens met Israël. Deze zou volgens Israël gebruikt worden voor terroristische operaties tegen Israël en gaf aanleiding tot een inval door het Israëlische leger in de nacht van 4 op 5 november 2008. Bij daarop volgende gevechtshandelingen zijn zes Palestijnse militanten om het leven gekomen, en heeft Hamas tientallen Qassam-raketten op Israël heeft afgevuurd. Dergelijk geweld leidt steeds tot volledige afsluiting van de grenzen tussen Israël en Gaza. Enige versoepeling is de afgelopen dagen zichtbaar geweest bij de levering van brandstof voor de Gazaanse elektriciteitscentrale. Van opheffing van de reisbeperkingen is echter evenwel nog geen sprake.

Vraag 3
Is het waar dat het zogeheten ‘security clearance’ zoals uitgevoerd door de Israelische autoriteiten vrijwel automatisch leidt tot een verbod om Gaza te verlaten voor ongetrouwde mannen van onder de dertig? Is een dergelijke algemene reisbeperking in overeenstemming met het internationale recht?

Vraag 4
Deelt u het oordeel dat vrijheid van beweging op individuele basis dient te worden beoordeeld en niet collectief?

Antwoord
Israël heeft – zoals elke soevereine staat - het recht om verzoeken om doorreis te beoordelen. Van een automatisch reisverbod voor ongetrouwde mannen onder de dertig is naar het voorkomt geen sprake. Israël voert wel een strikt “nee, tenzij”-beleid jegens ongetrouwde mannen jonger dan 28, omdat zij als potentieel gevaarlijk worden beschouwd. Uitzonderingen zijn mogelijk voor humanitaire doeleinden (medische behandeling) en ook hebben studenten uit Gaza met een studiebeurs in de EU of de VS in het verleden toestemming gekregen Gaza te verlaten.

Vraag 5
Is het waar dat u reeds pogingen hebt ondernomen om te bemiddelen, maar dat die helaas nog geen effect hebben opgeleverd?

Vraag 6
Welke stappen overweegt u nog meer om Israëlische toestemming te verkrijgen voor de reis van het Theatergezelschap, zodat de jongeren hun voorstellingen kunnen uitvoeren en kunnen deelnemen aan het in Nederland breed ondersteunde culturele uitwisselingsprogramma in onder meer Rotterdam?

Vraag 7
Bent u bereid zowel bij de Israëlische ambassadeur als via de Nederlandse ambassade in Tel Aviv bij de Israëlische autoriteiten erop aan te dringen dit Theatergezelschap alsnog toestemming krijgt naar Nederland af te reizen?

Antwoord
Zodra bekend was dat dit gezelschap de uitreis geweigerd zou worden, hebben de Nederlandse vertegenwoordigingen in Tel Aviv en Ramallah de achtergronden van het uitreisverzoek nader toegelicht bij de Israëlische autoriteiten en aangedrongen op heroverweging van het besluit. Deze inspanningen zijn evenwel tenietgedaan door genoemde gevechtshandelingen en de daaropvolgende sluiting van de grenzen. Ik heb daarnaast een verzoek gedaan aan Egypte of het bereid zou zijn om dit gezelschap toe te staan via de grensovergang bij Rafah Gaza te verlaten. Deze grensovergang wordt zeer onregelmatig tijdelijk geopend door de Egyptische autoriteiten, voornamelijk voor pelgrims, uitreizende studenten en humanitaire noodgevallen. Over opening voor dit theatergezelschap is nog geen uitsluitsel ontvangen. De Israëlische ambassade is ook goed bekend met mijn opvattingen.

De regering zal, via de EU en bilateraal blijven aandringen bij Israël op ruimere openstelling van de Gazaanse grenzen.

Vraag 8
Bent u bereid deze vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden in verband met de geplande afreisdatum van het Jeugdtheatergezelschap?

Antwoord
Ja

1: de Volkskrant, 7 november 2008