Beantwoording vragen van het lid Irrgang over het conflict in Abyei (Sudan)

Graag bieden wij u hierbij, mede namens de minister van Defensie, de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door het lid Irrgang over het conflict in Abyei (Sudan). Deze vragen werden ingezonden op 21 mei 2008 met kenmerk 2070820750.

De minister van Buitenlandse Zaken,

Drs. M.J.M. Verhagen

De minister voor Ontwikkelingssamenwerking,

Drs. A.G. Koenders

Antwoorden van de heer Verhagen, minister van Buitenlandse Zaken, en de heer Koenders, minister voor Ontwikkelingssamenwerking, mede namens de heer Van Middelkoop, minister van Defensie, op vragen van het lid Irrgang (SP) over het conflict in Abyei (Sudan).

Vraag 1

Wat is uw reactie op het bericht “De VN laten niemand toe”? 1)

1) NRC next, 20 mei 2008

Vraag 2
Is het waar dat het mandaat van UNMIS onder meer bestaat uit de bescherming van mensenrechten? Is het tevens waar dat, onder hoofdstuk VII van het VN-handvest, UNMIS gemachtigd is burgers te beschermen die direct fysiek gevaar lopen? Zo neen, waarom niet? Zo ja, hoe beoordeelt u het optreden van de VN in Abyei vorige week?

Antwoord 1 en 2

De situatie in Abyei baart ons grote zorgen. Wat er de afgelopen weken in Abyei is gebeurd, vormt een risico voor de succesvolle implementatie van het Comprehensive Peace Agreement (CPA) en de verdere samenwerking tussen de Sudanese Peoples Liberation Movement (SPLM) en de National Congress Party (NCP). Het illustreert ook de uiterst gecompliceerde omstandigheden waarbinnen UNMIS moet opereren in Abyei. De situatie van de naar schatting 50.000 tot 60.000 nieuwe ontheemden is schrijnend, zeker nu net het regenseizoen is begonnen. Wel is de opvang van de ontheemden inmiddels goed op gang gekomen.

UNMIS heeft de bevoegdheid alle noodzakelijke maatregelen te nemen om, onder andere, de veiligheid en bewegingsvrijheid te verzekeren van humanitaire hulpver leners, waarnemers en van burgers die direct met geweld worden bedreigd. Hiermee heeft UNMIS de bevoegdheid om waar mogelijk tegen gewelddadige schendingen van de mensenrechten op te treden.

In Abyei heeft UNMIS dit slechts op beperkte schaal kunnen doen, gegeven de beperkte capaciteit ter plekke. Deze capaciteit is geënt op het uitvoeren van haar eigenlijke taak, namelijk toezicht houden op de implementatie van de veiligheidsbepalingen van het CPA en deze door dialoog positief te beïnvloeden.

In het grootste deel van Zuid-Sudan loopt dit proces goed. In Abyei heeft UNMIS tot op heden moeilijk haar toezichthoudende taak kunnen uitvoeren vanwege het voortdurende conflict tussen de NCP en de SPLM over de grensafbakening, dat vooral wordt veroorzaakt door belangen ten aanzien van de olie in deze regio. Wel heeft UNMIS gefaciliteerd bij de totstandkoming van het staakt-het-vuren tussen de twee strijdende partijen, de Sudanese strijdkrachten en de Sudanese Peoples Liberation Army.

Een positieve ontwikkeling is dat de NCP en de SPLM op 8 juni jongstleden een overeenkomst hebben getekend, waarin zij hebben afgesproken hun troepen uit Abyei terug te trekken zodra een nieuwe geïntegreerde legereenheid en een politiemacht zijn ontplooid. Voorts is afgesproken om op korte termijn een tijdelijk bestuur in Abyei in te stellen en om UNMIS vrije toegang tot de regio Abyei te verschaffen. Deze maatregelen zouden de terugkeer van de gevluchte burgerbevolking moeten bevorderen. Daarnaast zal er zo spoedig mogelijk een onderzoek worden gestart naar de aanleiding van het oplaaien van het geweld.

Vraag 3
Herinnert u zich uw uitspraken tijdens het Algemeen Overleg Sudan-UNMIS d.d. 17 april jl. nog waarin u stelt dat uit gesprekken die de Nederlandse regering met de verantwoordelijke militairen van UNMIS heeft gevoerd, blijkt dat UNMIS zeer tevreden was met de ontwikkeling van de geïntegreerde legereenheden? Zo ja, hoe strookt dit volgens u met de recente ontwikkelingen?

Antwoord

Ja. Over het geheel genomen is sinds het ondertekenen van het CPA zeker vooruitgang geboekt in de vorming van de geïntegreerde legereenheden in Sudan. Vrijwel alle geïntegreerde legereenheden zijn ontplooid en hebben, conform het CPA, de aan de hen toegewezen verantwoordelijkheden op zich genomen, voor zover dit binnen hun mogelijkheden ligt. UNMIS heeft dit proces ondersteund. Echter, mede vanwege het gebrek aan basisvoorzieningen en materiële uitrusting zoals toegang tot water, accommodatie, transport, communicatie, medische voorzieningen en training, zijn de eenheden nog slechts in beperkte mate operationeel en effectief. Naast de behoefte aan materiële steun is verhoogde aandacht nodig voor werkelijke integratie en een gemeenschappelijke identiteit binnen de eenheden. Het betreft immers legereenheden van partijen die na meer dan twintig jaar oorlog voeren tegen elkaar, nu moeten gaan samenwerken.

Een positief teken is dat de twee betrokken partijen de internationale gemeenschap hebben verzocht om materiële steun en training voor de geï ntegreerde legereenheden. De gebeurtenissen in Abyei onderstrepen eens te meer het belang van deze ondersteuning. Zoals wij ook hebben laten weten tijdens het Algemeen Overleg van 17 april jl., onderzoekt Nederland in nauw overleg met UNMIS de mogelijkheden om een bijdrage te leveren aan de versterking van de geï ntegreerde legereenheden.

Vraag 4
Bent u van mening dat door de aanname van VN resolutie 1812 en de verlenging van het UNMIS-mandaat op 30 april jl. er een oplossing is gevonden voor het probleem van de bewegingsvrijheid van UNMIS in conflictgebieden zoals Abyei? Zo neen, wat moet er volgens u gebeuren?

Antwoord

Resolutie 1812 roept alle betrokken partijen in expliciete bewoording op om volledige vrijheid van beweging van UNMIS te garanderen. Het is geen directe oplossing voor het probleem van bewegingsvrijheid van UNMIS, maar wel een stap in de richting van een oplossing. Door het aannemen van deze resolutie en via bemiddeling tracht de internationale gemeenschap de NCP en de SPLM ertoe te brengen de beperkingen zo snel mogelijk op te heffen. Druk is hiermee opgevoerd. De recent getekende overeenkomst tussen de NCP en de SPLM stelt dat UNMIS vrijheid van beweging krijgt in Abyei. De toekomst zal moeten uitwijzen of beide partijen zich hieraan werkelijk gaan houden.

Nederland heeft, als voorzitter van de werkgroep ‘drie gebieden’ van de Assessment and Evaluation Commission, op 28 mei een veldbezoek van deze commissie aan Abyei georganiseerd, waaraan op nadrukkelijk verzoek van Nederland ook vertegenwoordigers van de NCP en de SPLM deelnamen. De partijen hebben de ernst van de situatie met eigen ogen kunnen aanschouwen. Tijdens het bezoek is het belang van onbelemmerde toegang van UNMIS en van de vrije toevoer van humanitaire hulpgoederen benadrukt.