Beantwoording vragen van het lid Ormel over artikel 301 van het Turkse wetboek van strafrecht

Graag bieden wij u hierbij de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door het lid Ormel over artikel 301 van het Turkse wetboek van strafrecht. Deze vragen werden ingezonden op 1 februari 2008 met kenmerk 2070810250.

De minister van Buitenlandse Zaken,

Drs. M.J.M. Verhagen

De staatssecretaris voor Europese Zaken,

Drs. F.C.G.M. Timmermans

Antwoorden van de heer Verhagen, minister van Buitenlandse Zaken, en de heer Timmermans, staatssecretaris voor Europese Zaken, op vragen van het lid Ormel (CDA) over artikel 301 van het Turkse wetboek van strafrecht.

Vraag 1

Kent u het bericht dat de wijziging van artikel 301 van het Turkse wetboek van strafrecht wordt uitgesteld? 1)

Vraag 2

Wat vindt u van de veroordeling van professor Atilla Yayla vanwege opmerkingen over de vele standbeelden van Ataturk in Turkije?

Vraag 3

Deelt u de zorg dat het opnieuw uitstellen van de wijziging van artikel 301 en de voortdurende veroordelingen naar aanleiding van artikel 301 wijzen op nationalistische tendensen?

Antwoord

De Nederlandse regering heeft er bij de Turkse autoriteiten bij herhaling op aangedrongen dat wetgeving die de vrijheid van meningsuiting in Turkije kan beperken, moet worden aangepast, juist om rechtzaken zoals die aanhangig zijn gemaakt tegen professor Yayla te voorkomen. Ook tijdens recente gesprekken van de staatssecretaris voor Europese Zaken met de Turkse autoriteiten in Ankara en recente gesprekken van de minister van Buitenlandse Zaken met zijn Turkse collega Babachan en marge van de Alliantie der Beschavingen is de noodzaak hiervan aan de orde gesteld. De Turkse regering heeft tijdens dit bezoek bevestigd met een pakket aan hervormingsmaatregelen te komen. Een van die maatregelen betreft de herziening van artikel 301 van de Turkse Strafwet. De Nederlandse regering zal er op toezien dat deze wijzigingen aansluiten bij de normen die ten aanzien van de vrijheid van meningsuiting in EU-verband gelden.

Vraag 4

Kan het uitblijven van een mentale verandering binnen de Turkse samenleving vertragend werken op het voldoen aan de Kopenhagen criteria?

Vraag 5

Op welke wijze dragen de Nederlandse regering en de Europese Unie bij aan het ondersteunen van de Turkse overheid in haar streven naar implementatie van volledige vrijheid van meningsuiting zowel in wetgeving als ook in de Turkse samenleving?

Antwoord

Turkije kan alleen lid worden van de Europese Unie als aan alle voorwaarden voor toetreding is voldaan. Dat betekent dat nog een groot aantal politieke en economische hervormingen moet worden doorgevoerd en daar zijn nog vele jaren mee gemoeid. Dat dit transitieproces in Turkije wordt doorgezet is niet alleen voor Turkije zelf, maar ook voor de EU van economisch en strategisch belang. Om die reden verleent de EU en ook Nederland ondersteuning aan projecten die hieraan bijdragen en aan het uitwisselen van expertise.

1) www.swissinfo.ch, 28 januari 2008