Beantwoording vragen van het lid Van Bommel over leugens van Amerikaanse regeringsfunctionarissen over Irak

Graag bied ik u hierbij, mede namens de minister-president, de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door het lid Van Bommel over leugens van Amerikaanse regeringsfunctionarissen over Irak. Deze vragen werden ingezonden op 25 januari 2008 met kenmerk 2070809780.

De minister van Buitenlandse Zaken,

Drs. M.J.M. Verhagen

Antwoorden van de heer Verhagen, minister van Buitenlandse Zaken, op vragen van het lid Van Bommel (SP) over leugens van Amerikaanse regeringsfunctionarissen over Irak.

Vraag 1

Hebt u kennisgenomen van het onderzoek van het Amerikaanse Centre for Public Integrity dat vaststelt dat in de jaren 2001, 2002 en 2003 acht Amerikaanse politici in totaal 935 moedwillige onwaarheden hebben gesproken als onderdeel van een georkestreerde campagne over een vermeende bedreiging van Irak voor de nationale veiligheid van de Verenigde Staten? 1)

Vraag 2

Zitten bij de 935 veronderstelde leugens beweringen die door de Amerikaanse overheid aan Nederland zijn voorgehouden als zijnde waar, teneinde daarop beleid te kunnen voeren? Zo ja, welke zijn dat?

Vraag 3

Wat is uw oordeel over het feit dat het om een georkestreerde campagne blijkt te gaan? Was u ingelicht over deze campagne om het parlement en de bevolking te misleiden? Zo ja, waarom hebt u daarover geen openheid van zaken gegeven? Indien neen, deelt u de mening dat het onaanvaardbaar is dat president Bush zeker 232 maal heeft gelogen over vermeende massavernietigingswapens in Irak? Indien neen, waarom niet?

Vraag 4

Deelt u de mening dat de Nederlandse regering en het internationale publiek zijn misleid door de Amerikaanse regering? Indien neen, waarom niet? Zo ja, bent u bereid de Amerikaanse autoriteiten officieel op de hoogte te brengen van uw afkeer van dit beleid?

Antwoord

Ja, de regering heeft kennis genomen van het onderzoek. De kwalificaties in de vraagstelling komen voor rekening van de vraagsteller c.q. de desbetreffende organisatie.

De regering ziet in het onderzoek geen aanleiding tot wijziging van haar zienswijze. De regering heeft het parlement bij talloze gelegenheden geï nformeerd over haar opvattingen met betrekking tot de situatie indertijd rond Irak. Daarbij is tot in detail gedebatteerd over de toen gevaren koers en de opstelling van de regering. Die discussie is naar de mening van de regering uitputtend gevoerd.

1) NRC Handelsblad, 23 januari 2008, zie http://www.publicintegrity.org/WarCard/ en zie voor overzicht http://www.publicintegrity.org/WarCard/Default.aspx?src=project_home &context=key_false_statements&id=946