Beanwoording vragen over het oppakken van 110 christenen in Eritrea

Graag bied ik u hierbij de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door de Leden Van der Staaij, Van Baalen, Voordewind en Haverkamp over het oppakken van 110 christenen in Eritrea. Deze vragen werden ingezonden op 27 november 2008 met kenmerk 2008Z07855.

De minister van Buitenlandse Zaken,

Drs. M.J.M. Verhagen

Antwoorden van de heer Verhagen, minister van Buitenlandse Zaken, op vragen van de leden Van der Staaij (SGP), Van Baalen (VVD), Voordewind (ChristenUnie) en Haverkamp (CDA) over het oppakken van 110 christenen in Eritrea.

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van de arrestatie van tenminste 110 christenen door de Eritrese overheid? 1)

Antwoord
Ja.

Vraag 2
Kunt u verklaren wat de aanleiding is voor deze golf van arrestaties? Deelt u de verwachting dat de arrestaties waarschijnlijk voorlopig door zullen gaan?

Antwoord

De houding van de Eritrese autoriteiten ten opzichte van uitingen van geloof die niet behoren tot de erkende kerken, zijnde de Lutherse, de Koptische en de Katholieke kerken, lijkt te zijn verhard. Een beleidswijziging van de Eritrese autoriteiten op dit terrein is op korte termijn niet verwachtbaar.

Vraag 3
Is bekend waar deze christenen inmiddels zijn ondergebracht? Is er inderdaad een specifiek militair concentratiekamp (Mitirekamp) ingericht specifiek voor christenen; een kamp dat berucht is vanwege de extreme hitte?

Antwoord

Het is mij niet bekend waar deze christenen zijn ondergebracht. Het Mitirekamp is inderdaad een kamp in een onherbergzaam, dunbevolkt gebied.

Vraag 4

Is het bericht waar dat er thans minstens 2000 christenen in Eritrea worden vastgehouden op politiebureaus, in containers, militaire opleidingskampen en gevangenissen?

Antwoord

Over aantallen is moeilijk een betrouwbare inschatting te maken. Internationale bronnen, waaronder Amnesty International, rapporteren wel over personen die gevangen genomen worden, maar niet over vrijlatingen. Een rapport van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten over religieuze vrijheid in Eritrea haalt dit cijfer aan. Gevangenen worden in uiteenlopende onderkomens ondergebracht, waaronder de in de vraag genoemde.

Vraag 5

Op welke wijze heeft u in de afgelopen periode, eventueel in internationale gremia, de slechte en zorgelijke positie van christenen in Eritrea aan de orde gesteld bij de betreffende autoriteiten? Welke resultaten heeft dit opgeleverd? Betoont Eritrea zich enigszins gevoelig voor internationale kritiek hieromtrent? In hoeverre heeft de positie van godsdienstige minderheden in Eritrea thans de aandacht van de EU? Kan deze aandacht verder geïntensiveerd worden? Wilt u dit in Europees verband bevorderen?

Antwoord

Nederland stelt de mensenrechtensituatie regelmatig aan de orde in bilaterale diplomatieke en politieke contacten met Eritrea. Zoals ik u in september 2008 schreef (DAF-1143/08), komt Nederland in reguliere contacten met de Eritrese autoriteiten voortdurend op het onderwerp mensenrechten terug, en stelt daarbij specifiek ook de positie van christenen aan de orde.

Daarnaast stelt Nederland de mensenrechtensituatie in Eritrea eveneens in de Mensenrechten Raad van de VN en in EU-verband aan de orde. De politieke dialoog met Eritrea onder artikel 8 van het Verdrag van Cotonou werd op 31 juli jl. hervat, wat op zichzelf een stap in de goede richting is. Nederland spant zich ervoor in dat het onderwerp mensenrechten tijdens de volgende EU-Eritrea dialoog op de agenda komt.

Vraag 6

Bent u bereid – zo mogelijk ook in internationaal verband – om de nu aangeduide casus te benutten als handvat om opnieuw de godsdienstvrijheid van religieuze minderheden aan de orde te stellen bij de Eritrese autoriteiten? Zo ja, op welke wijze en op welke termijn?

Antwoord

Ja. Nederland zal dit in de komende twee maanden expliciet ter sprake brengen in bilateraal overleg met Eritrea. Op 5 december jl. heeft Nederland de naleving van de mensenrechten en de vrijheid van godsdienst in EU-kader aan de orde gesteld in het kader van de voorbereiding van de artikel 8 dialoog met Eritrea.

1) Website Reformatorisch Dagblad