Kamerbrief inzake Geannoteerde agenda van de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen (RAZEB) van 26 en 27 mei 2008

Graag bieden wij u hierbij de geannoteerde agenda aan van de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen van 26 en 27 mei 2008.

De minister van Buitenlandse Zaken,

Drs. M.J.M. Verhagen

De minister van Defensie,

E. van Middelkoop

De minister voor Ontwikkelingssamenwerking,

Drs. A.G. Koenders

De staatssecretaris voor Europese Zaken,

Drs. F.C.G.M. Timmermans

Geannoteerde agenda van de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen (RAZEB) van 26 en 27 mei 2008

Algemene Zaken

Geannoteerde agenda Europese Raad juni

De Raad zal de geannoteerde agenda van de Europese Raad van 19-20 juni bespreken. Op het moment van redigeren van deze brief was nog niet bekend welke specifieke onderwerpen zullen worden geagendeerd door het Sloveense voorzitterschap.

Externe Betrekkingen

Bijeenkomst van Ministers van Buitenlandse Zaken

Westelijke Balkan

De Raad zal de uitkomst van de verkiezingen in Servië op 11 mei jl. bespreken. Ondanks de ruime verkiezingswinst van de pro-Europese partij van President Tadić lijkt het niet eenvoudig te zijn om een pro-Europese meerderheidsregering te vormen. De politieke meningsverschillen blijven groot en er moet rekening worden gehouden met voortdurende politieke spanningen in Servi ë tijdens de coalitiebesprekingen, die een maximale termijn van drie maanden mogen beslaan. De nieuwe regering zal moeten worden gevormd nadat het parlement voor de eerste keer bijeen is gekomen. Voor de eerste parlementszitting staat een maximale termijn van een maand, zodat de coalitie uiterlijk op 15 september aanstaande moet zijn gevormd.

Een nieuwe regering zal de nodige stappen moeten zetten om verdere toenadering tot de EU mogelijk te maken, overeenkomstig de twee besluiten die door de RAZEB zijn genomen direct voorafgaand aan de ondertekening van de Stabilisatie en Associatie Overeenkomst (SAO) met Servië op 29 april jl. Uw Kamer werd in het verslag van de RAZEB nader geïnformeerd over deze Raadsbesluiten waarin is vastgelegd dat de SAO-ratificatie niet ter goedkeuring aan de parlementen mag worden voorgelegd zonder uitdrukkelijke instemming van de Raad. Ook is daarin vastgelegd dat de eventuele voorlopige toepassing pas zal plaatsvinden als de Raad bij unanimiteit zal hebben vastgesteld dat sprake is van volledige samenwerking van Servië met het ICTY.

De Raad zal ook van gedachten wisselen over Kosovo en voortgang in de ontplooiing van de civiele EVDB missie EULEX. Er wordt nog steeds vanuit gegaan dat op 15 juni a.s. de Kosovaarse grondwet in werking treedt, datum waarop ook de formele aanvang van EULEX is voorzien. De opbouw van de missie wordt voortgezet. Er kan evenwel niet worden uitgesloten dat de ontplooiing van EULEX vertraging op zal lopen en de missie later dan 15 juni operationeel wordt. In ieder geval zal de ontplooiing in Noord-Kosovo voorlopig moeizaam verlopen. De Raad zal bespreken op welke wijze een dergelijke vertraging voorkomen dan wel zo beperkt mogelijk gehouden kan worden. Nederland zal er op aandringen dat KFOR en UNMIK voorlopig zichtbaar aanwezig blijven in Noord-Kosovo.

De ontwikkelingen kunnen UNMIK ertoe nopen in gewijzigde vorm haar presentie voort te zetten. De VN beraadt zich daar momenteel over.

De lidstaten en de Commissie zullen voorts in de marge van de RAZEB de Stabilisatie- en Associatie Overeenkomst met Bosnië-Herzegovina ondertekenen, zoals besloten tijdens de RAZEB op 29 april jl, indien daartoe de benodigde vertalingen gereed zijn.

Afghanistan

Twee weken voor de grote Afghanistan-conferentie in Parijs (12 juni a.s.) zal de Raad, mede op verzoek van Nederland, spreken over de beleidsprioriteiten van de EU in Afghanistan. Nederland zal vertegenwoordigd worden door de ministers van Buitenlandse Zaken en voor Ontwikkelingssamenwerking. Zowel op het gebied van economische en justitiële ondersteuning (Commissie-programma van ruim € 100 miljoen per jaar), als op het gebied van politie (EUPOL) meent Nederland dat de EU een grote rol moet spelen in Afghanistan.
Mede naar aanleiding van de reis van de minister van Buitenlandse Zaken naar Afghanistan (7-9 mei jl.) zal Nederland ervoor pleiten dat vroegtijdig wordt gestart met de voorbereiding van de internationale assistentie aan het verkiezingsproces in Afghanistan. Voorts zal Nederland aandacht vragen voor donorcoördinatie en financiering van wederopbouwprogramma’s via de Afghaanse overheid. Tot slot zal Nederland aandacht vragen voor mensenrechten en het herstel van het moratorium op de tenuitvoerlegging van de doodstraf.

Afrika

Tijdens de RAZEB zal de politieke, veiligheids- en humanitaire situatie in Somalië worden besproken, alsmede de inzet van de VN en de Transitional Federal Government (TFG) om te komen tot stabilisatie van de situatie. De situatie in Somalië is de afgelopen tijd verder verslechterd. De veiligheid is afgenomen, grotere aantallen mensen zijn afhankelijk van noodhulp en de politieke situatie is instabiel. De RAZEB zal bespreken op welke wijze de EU concreet kan bijdragen aan verbetering van de situatie.

Het ligt in de lijn der verwachting dat tevens de situatie in Zimbabwe besproken zal worden, mede om op zichtbare wijze de aandacht voor Zimbabwe, alsmede de internationale druk op president Mugabe, in stand te houden. De EU dient zich in dat kader sterk te blijven maken voor het zenden van internationale waarnemers naar Zimbabwe.

MOVP

De Raad zal spreken over de toestand in de regio en de stand van zaken in de onderhandelingen tussen Israël en de Palestijnen. Zoals in het verslag aan uw Kamer gemeld, is tijdens de RAZEB van 29 april jl. slechts summier over het MOVP gesproken. Nederland hoopt dat tijdens de komende RAZEB meer aandacht aan het MOVP besteed kan worden, daaronder vallen onderwerpen die u tijdens het vorige AO aan de orde stelde, zoals verdieping van de EU-Israël relaties met het oog op de Associatieraad van 16 juni a.s.

De regionale situatie biedt een somber beeld: de vijandelijkheden in en rond Gaza houden aan, terwijl het binnenlandse geweld in Libanon toeneemt. In een week die voor Israël in het teken stond van de viering van het zestigjarig bestaan, raakte de binnenlandse politiek in de greep van een mogelijk corruptieschandaal, waarbij premier Olmert nauw betrokken zou zijn.

In deze context zijn de besprekingen tussen Israël en de Palestijnen in het kader van het Annapolis-proces doorgegaan. Het bezoek van president Bush aan de regio moet een extra impuls geven aan de vredesbesprekingen. Eenzelfde positieve impuls dient uit te gaan van de bijeenkomst van de EU-Israël Associatieraad op 16 juni a.s.

Nederland streeft ernaar dat tijdens deze bijeenkomst nadere afspraken worden gemaakt over het proces dat strekt tot verbreding en verdieping van de relaties tussen de EU en Israël. Zodoende kunnen positieve ontwikkelingen in de EU-Israë l relatie en het Annapolis-proces elkaar versterken.

Nederland blijft zich, zowel in EU-verband als bilateraal, inspannen voor de verbetering van de humanitaire en economische situatie in de Palestijnse Gebieden, alsook op de Westoever. Nederland verwelkomt de inspanningen van Egypte om te komen tot een verbetering van de toestand in Gaza.

De EU Border Assistance Mission to the Rafah Crossing Point (EUBAM Rafah) zorgt, op verzoek van zowel de Israëlische als de Palestijnse Autoriteiten, voor de aanwezigheid van een derde partij bij de grensovergang in Rafah tussen de Palestijnse Gazastrook en Egypte. Ondanks de huidige moeilijke omstandigheden voor de missie acht de Nederlandse regering deze van grote waarde. Het is van belang dat de EU aantoont klaar te staan om de missie direct te reactiveren zodra de politieke omstandigheden dat mogelijk maken. De Raad zal in mei EUBAM Rafah met zes maanden verlengen. Bij de verlenging van de missie wordt uitgegaan van een afgeslankte vorm waarbij het grootste deel van de functionarissen op afroep beschikbaar is en op korte termijn naar het gebied kan worden gestuurd als de grens open is. Nederland zal wederom drie marechaussees beschikbaar houden.

De Raad zal tevens spreken over de situatie in Libanon in het licht van de ontwikkelingen in het land. Het voorzitterschap beraadt zich nog over de precieze aard van de bespreking. Nederland hecht in ieder geval aan deze bespreking aangezien het van groot belang is dat de gespannen situatie in Libanon wordt gestabiliseerd. Nederland steunt dan ook de bemiddelingspogingen van de Arabische Liga in Libanon. Daarnaast dient de EU de democratisch gekozen regering van premier Siniora en het Libanese leger actief te blijven steunen..Nederland beschikt niet over concrete informatie over mogelijke opening van het onderhandelingsspoor tussen Israël en Syrië, waartoe Turkije mogelijk als bemiddelaar optreedt. Nederland zou zulke onderhandelingen toejuichen.

WTO/DDA

Mogelijk zal de RAZEB spreken over de stand van zaken in de WTO/Doha-ronde, op basis van informatie van de Europese Commissie. Begin februari jl. brachten de voorzitters van de Geneefse ondelingsgroepen over industrieproducten (non-agricultural market access - NAMA) en landbouw nieuwe onderhandelingsteksten uit.

Bij de besprekingen hierover is enige vooruitgang geboekt, vooral op technische onderwerpen, zoals de behandeling van de zgn. gevoelige producten bij landbouw.

Het is de bedoeling dat zij genoeg draagvlak zullen hebben onder de WTO-leden om, na eventuele verdere tekstherziening naar verwachting medio mei, een ministeriële bespreking in juni mogelijk te maken. Een doorbraak op landbouw en NAMA op korte termijn – en daarnaast voldoende perspectief op resultaat op andere dossiers (met name diensten en regels) – is noodzakelijk om tot een afronding van de Doha-ronde per eind 2008 te kunnen komen.

In het geval de ministeriële WTO-bijeenkomst wordt aangekondigd vóór de RAZEB zal de bespreking van dit punt overigens vervallen, omdat de betrokken EU ministers elkaar dan in Genève zullen spreken.

Irak

De Raad zal met het oog op bijeenkomst van de International Compact with Iraq (ICI) op 29 mei a.s. in Stockholm spreken over de relatie van de EU met Irak.

De ICI wordt voorgezeten door zowel de Iraakse regering als de VN en heeft als doel de samenwerking en steun bij de wederopbouw vanuit de internationale gemeenschap te bespreken in samenhang met de inspanningen en resultaten aan Iraakse zijde in het politieke proces en op de hervormingsagenda. De ICI werd in mei 2007 op een bijeenkomst in Egypte gelanceerd.

De Nederlandse regering acht een voortgezette en waar mogelijk geï ntensiveerde betrokkenheid van de Europese Unie bij de opbouw van een stabiel, democratisch en welvarend Irak van groot belang, evenals het bieden van humanitaire hulp aan Iraakse vluchtelingen en intern ontheemden. Tegelijkertijd dient de EU bij de Iraakse regering onverminderd aan te dringen op verdere en substantiële vooruitgang in het politiek proces en op het terrein van nationale verzoening. De Iraakse regering dient zich tot het uiterste in te spannen wat betreft de bescherming van de mensenrechten waaronder die van vrouwen, etnische en religieuze minderheden. Voorts dient zij ook van haar kant de benodigde hulp te bieden aan intern ontheemden en de vluchtelingen in buurlanden.

Georgië

De Raad zal spreken over de gespannen situatie in de relatie tussen Georgië en de Russische Federatie. Rusland heeft in de afgelopen weken een aantal maatregelen getroffen, zoals het aanhalen van de banden met de regio Abchazië (die zich van Georgië wil afscheiden) en het zenden van extra vredestroepen (in GOS-kader) naar die regio. Daarnaast zijn onbemande Georgische vliegtuigen neergeschoten, waarbij van Georgische zijde beschuldigingen aan Rusland zijn gedaan.

De achtergrond van deze oplopende spanningen vormt de geleidelijke toenadering van Georgië tot de Euro-Atlantische instellingen en de aanloop naar de parlements-verkiezingen in Georgië op 21 mei a.s.

De EU heeft de partijen opgeroepen tot kalmte en zoekt naar wegen om een meer actieve bijdrage te kunnen leveren aan de dialoog tussen Georgië, de Russische Federatie en vertegenwoordigers van de afvallige regio’s Abchazië en Zuid-Osseti ë. De internationale overlegfora, onder VN-, respectievelijk OVSE-auspiciën hebben in de afgelopen jaren weinig vooruitgang kunnen boeken.

Birma1

Als vervolg op de buitengewone zitting van de RAZEB die op 13 mei jl. bijeen kwam om over de situatie in Bima te spreken, zal de Raad op 26 mei a.s. zich naar verwachting opnieuw hierover buigen.

De cycloon Nargis die op 2 en 3 mei jl. over Birma trok heeft volgens de Birmese staatsmedia op moment van schrijven aan 34.000 mensen het leven gekost en er zouden 27.000 vermisten zijn. De VN verwacht echter dat de aantallen veel hoger zullen liggen en dat ruim anderhalf miljoen mensen humanitaire hulp nodig hebben.

Het Birmese regime accepteert ten tijde van schrijven wel internationale noodhulptransporten, maar beperkt de toegang voor hulpverleners door geen of niet tijdig visa af te geven. Tot grote teleurstelling van VN en hulporganisaties is de toegang tot het rampgebied voor internationale hulpverleners welhaast onmogelijk. Hiernaast kan de hulp de getroffen gebieden maar moeizaam bereiken, als gevolg van zowel gebrekkige transportcapaciteit als infrastructuur, maar ook schade aan de transportroutes.

Europees Commissaris Michel heeft op 15 mei jl. gesproken met de Birmese ministers van Planning, Sociale Zorg en Gezondheid om onbeperkte toegang te bepleiten bij de Birmese autoriteiten voor internationale humanitaire hulpverleners alsook voor het gebruik van het vliegveld Pathein voor hulpvluchten.

Dit werd direct afgewezen door de Birmese autoriteiten. Andere specifieke verzoeken van de Commissaris, zoals visumverstrekking aan internationale hulporganisaties, werden door de Birmese autoriteiten in beraad genomen. Commissaris Michel heeft het rampgebied niet kunnen bezoeken, maar ontving van lokale hulporganisaties een appreciatie van de ernst van de humanitaire situatie in de delta. Deze strookte niet met het optimistischer verslag van de Birmese autoriteiten.

Als gevolg van de humanitaire ramp heeft het referendum over de grondwet niet in alle provincies plaatsgevonden. De opstelling van het Birmese militaire regime na de cycloon zal vermoedelijk verdere gevolgen hebben voor de politieke situatie in het land. Naast het gebrek aan voortgang op het gebied van mensenrechten en democratisering zal ook het feit dat miljoenen Birmese burgers recht hebben op noodhulp en een adequate overheidsrespons ter spake moeten komen.

Nederland verzoekt de VN-Veiligheidsraad om via een resolutie een klemmend beroep te doen op de Birmese autoriteiten om hulp toe te laten, omdat de omvang van de menselijke tragedie een bedreiging vormt voor de vrede en veiligheid. Ook de mogelijkheid om het beginsel van responsibility to protect (R2P) in te roepen wordt nadrukkelijk open gehouden en verder onderzocht.

Bijeenkomst van ministers van Defensie

Europees Defensie Agentschap

Het hoofd van het Europees Defensie Agentschap (EDA), HV/SG Solana, zal de Raad informeren over de activiteiten van het agentschap en in het bijzonder over de voortgang van het capaciteitenontwikkelingsplan. De ministers van Defensie zullen in een aparte sessie bijeenkomen in de samenstelling van de EDA bestuursraad.

De bestuursraad zal spreken over een advies aan de Raad om de vaststelling van een driejarig financieel raamwerk een jaar uit te stellen. Het is tot nu toe niet mogelijk gebleken hierover overeenstemming te bereiken. Bovendien zal pas in de loop van 2009 duidelijk worden wat de invloed zal zijn van het Verdrag van Lissabon op het werk van het EDA. Nederland is voorstander van uitstel van het driejarig raamwerk. De Raad kan in november een budget voor 2009 vaststellen.

De Bestuursraad zal de voortgang bespreken van de implementatie van de Europese strategie voor onderzoek en ontwikkeling, van de strategie voor de technologische en industriële basis en van de EDA gedragscode voor defensieaankopen. Noorwegen heeft een verzoek gedaan om deze gedragscode te mogen onderschrijven en daarmee toe te treden tot het EDA-regime voor een open Europese defensiemarkt. Nederland juicht wederzijdse openstelling van de Noorse en Europese defensiemarkten toe en zal instemmen met Noorse ondertekening van de gedragscode.

Op initiatief van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk wordt binnen de NAVO en de EU gewerkt aan verbetering van de inzetbaarheid van de Europese helikopter-capaciteit. Het EDA zoekt de steun van de bestuursraad om hieraan bij te dragen. Nederland is voorstander van initiatieven die bijdragen aan oplossing van dit belangrijke tekort in Europa. Voorts ligt aan de ministers een besluit voor over de oprichting van een cel voor de afstemming tussen de Lidstaten van de inkoop van satellietcommunicatiecapaciteit. Nederland overweegt deelname aan deze cel, omdat dit voordelen bij de inkoop van deze capaciteit kan opleveren.

EVDB-operaties

De Raad zal onder dit agendapunt spreken over de lopende militaire EVDB-operaties. Het betreft EUFOR Althea, EUFOR Tchad/RCA, EUSEC RD Congo en EUSSR Guinee Bissau. De regering onderschrijft de noodzaak van voortgezette aanwezigheid van EUFOR Althea in Bosnië-Herzegovina en acht het wenselijk aan de militaire EU-missie te blijven deelnemen. Op 29 april j.l. bent u geïnformeerd over het besluit de Nederlandse militaire bijdrage aan EUFOR Althea te verlengen voor de duur van 12 maanden tot juni 2009 (29521, nr. 70). In relatie tot EUFOR Tchad/RCA is het van belang dat voortvarend wordt gewerkt aan de overname van de missie door de VN indien uit de evaluatie medio september blijkt dat opvolging nodig is. Nederland steunt momenteel EUSEC RD Congo (met drie man) en is niet voornemens een bijdrage te leveren aan EUSSR Guinee Bissau.

Militaire Capaciteiten

De verdere ontwikkeling van militaire capaciteiten zal vooral aan de hand van het capaciteitenontwikkelingsplan van het Europees Defensie Agentschap moeten gebeuren. Nederland zal in dit verband aandringen op goede coördinatie tussen de EU en de NAVO. Het is van belang dat de NAVO en de EU dezelfde prioriteiten stellen ten aanzien van de ontwikkeling van militaire capaciteiten. Ook zal de Raad worden geïnformeerd over de stand van zaken van het EU-battlegroup-concept.

Lunchbijeenkomst ministers van Defensie

Gedurende de lunchbijeenkomst zullen de ministers van Defensie spreken over de relatie tussen de EU en de strategische partners (NAVO en VN). Operaties zoals in Afghanistan en Kosovo laten het belang zien van goede samenwerking van de EU met de NAVO en met de VN. Constructieve samenwerking is onontbeerlijk omdat de organisaties steeds vaker zij aan zij opereren. Nederland acht het van belang in missiegebieden aan pragmatische oplossingen te werken. Daarnaast moeten echter ook de bestaande politieke hindernissen die de samenwerking tussen de EU en de NAVO bemoeilijken worden weggenomen. Nederland zal zich hiervoor blijven inspannen.

Gezamenlijke Sessie Ministers van Buitenlandse Zaken en Ministers van Defensie

EVDB

- Afghanistan

De Raad zal spreken over Afghanistan en in het bijzonder over de EU-politiemissie EUPOL. Het mandaat van EUPOL omvat de ondersteuning van de Afghaanse overheid bij de ontwikkeling van beleid op politiegebied en de ontwikkeling van een nationale strategie voor de politie in samenwerking met de internationale partners. Daartoe levert EUPOL adviseurs en mentors voor de Afghaanse ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie, voor het politiekorps en voor de International Police Coordination Board.

De opbouw van EUPOL Afghanistan is 17 juni 2007 gestart en in maart van dit jaar voltooid. Op dit moment werken 126 personen van EUPOL in Afghanistan en is de missie ontplooid in negen provincies. EUPOL is eveneens ontplooid in Uruzgan met drie Nederlandse marechaussees die in samenwerking met de Task Force Uruzgan en Amerikaanse Police Mentoring Teams werken aan de opbouw van het provinciale politiekorps. Daarnaast levert Nederland een gender-expert en de Chief of Finance voor het hoofdkwartier in Kabul en zullen vier Nederlandse marechaussees worden ontplooid op het regionale hoofdkwartier in Kandahar.

Duitsland heeft voorgesteld de omvang van de EUPOL-missie aanzienlijk te vergroten en heeft daartoe aangeboden de eigen bijdrage te verdubbelen. Nederland staat hier positief tegenover en is bereid bij een dergelijke uitbreiding een eigen aandeel te leveren. Het Nederlandse ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beziet thans of de bijdrage van de Nederlandse politie aan EUPOL kan worden uitgebreid.

- Kinderen in gewapend conflict

De Raad zal spreken over de situatie van kinderen in gewapend conflict, in het kader van de onlangs herziene EU guidelines on children and armed conflict.

De richtlijnen benadrukken de speciale behoeften van kinderen ten tijde van en na gewapend conflict. De EU zet uiteen hoe ze kinderen wil beschermen tegen de effecten van conflict door aan te dringen op implementatie van het internationale recht, door politieke dialoog en door multilaterale samenwerking. De richtlijnen noemen ondermeer het actief vervolgen van verdachten van het rekruteren van kindsoldaten en het opzetten van een follow-up forum ter coördinatie van internationale steun voor de Parijse verklaring inzake donorharmonisatie.

Nederland erkent het belang van een genuanceerde aanpak van dit prangende probleem, ondersteunt de EU- richtlijnen en zal een constructieve rol in de implementatie daarvan spelen.

Bijeenkomst van ministers van Ontwikkelingssamenwerking

Kinderen in het Externe EU-beleid/Kinderarbeid

Begin dit jaar publiceerde de Commissie een mededeling en een werkdocument over kinderen in het externe optreden van de EU. Hiermee willen de Commissie en het Sloveens voorzitterschap een kader scheppen voor een brede EU-aanpak voor de bescherming en bevordering van de rechten van kinderen in derde landen.

De Commissiedocumenten werken dit uit op een aantal deelterreinen, waaronder ontwikkelingssamenwerking, handelsbeleid, politieke dialoog, regionale en mondiale maatregelen, weerbaarheid van kinderen en jongeren en humanitaire hulp.

Nederlandse inzet is om bij de Raad conclusies aan te nemen waarin niet alleen de OS- en humanitaire dimensie aan bod komt, maar ook de noodzaak kinderrechten via alle instrumenten van het EU externe beleid te bevorderen, inclusief handel en politieke dialoog.

Nederland wenst dat specifiek aandacht gevraagd wordt voor het bestrijden van kinderarbeid. Nederland bepleit dat de Commissie onderzoek gaat doen naar de mogelijkheden om handelsmaatregelen in te zetten ter bestrijding van kinderarbeid.

Hulpeffectiviteit: EU bijdrage aan de MDG

De Europese Commissie heeft in april een pakket gepubliceerd bestaande uit een mededeling en vijf papers over effectiviteit van de hulp en de MDG’s (Millennium Ontwikkelingdoelen). Het voorzitterschap wil hierover raadsconclusies vaststellen tijdens de RAZEB. Deze zullen de basis vormen voor de Europese inbreng in de ministeriële conferenties in Accra in september en Doha eind van dit jaar, alsmede de VN-bijeenkomst over de MDG’s in New York in september a.s.

De beoogde onderwerpen zijn: de Millennium Ontwikkelingsdoelen in het algemeen, de omvang van de hulp (Monterrey-afspraken), de Accra-conferentie over effectiviteit van de hulp, beleidscoherentie voor ontwikkelingssamenwerking en handelsgerelateerde hulp.

- Millennium Ontwikkelingsdoelen

De beoogde raadsconclusies zullen het grote belang moeten onderstrepen van de Millennium Ontwikkelingsdoelen en de ambitie van de EU om hieraan een sterke bijdrage te leveren. Een extra inspanning van donoren en ontvangende landen is noodzakelijk om deze te halen. Het bereiken van de Millennium Ontwikkelingsdoelen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid, waarbij ook lokale overheden, de private sector en het maatschappelijk middenveld betrokken moet zijn.

- Monterrey afspraken

In 2007 is de gezamenlijke EU-hulp voor het eerst in jaren (licht) afgenomen2. Nederland vindt dit een slecht signaal in een jaar waarin we internationaal de Monterrey afspraken evalueren en tevens - halverwege 2015- de balans opmaken van de verwezenlijking van de Millennium Ontwikkelingsdoelen. Het is daarom van belang dat de lidstaten in de raadsconclusies de eerdere afspraken nadrukkelijk herbevestigen. Vorig jaar heeft Nederland er al op aangedrongen dat lidstaten realistische nationale tijdschema’s opstellen voor de groei van hun hulpvolume om de afgesproken 2010 en 2015 doelstellingen te bereiken. Een aantal lidstaten (o.a. Spanje, VK, Slovenië en Roemenië) heeft die tijdschema’s daadwerkelijk opgesteld. Nederland zal erop aandringen dat ook de lidstaten die dat nog niet hebben gedaan vóór de conferentie in Doha zo’n planning opstellen.

- Conferentie in Accra

Tijdens de ministeriële conferentie in Accra in september wordt de Parijs Verklaring geëvalueerd en zullen de leden van OESO/DAC samen met de partnerlanden een Accra Agenda voor Actie (AAA) opstellen. De raadsconclusies over effectiviteit van de hulp vormen als het ware de Europese routekaart richting die AAA.

In EU-kader zijn werkverdeling en voorspelbaarheid van de hulp de belangrijkste thema’s voor Accra. De Nederlandse inzet is tevens dat er afspraken worden gemaakt om structureel gebruik te maken van de begrotingssystemen van de ontvangende landen zelf.

Op het gebied van werkverdeling is sinds de vaststelling van de gedragscode voor werkverdeling en complementariteit in mei 2007 beperkte voortgang geboekt. In verschillende partnerlanden is gezamenlijk programmeren van de hulp in een vergevorderd stadium, de EU-gedragsregels dragen daaraan bij. Meerdere lidstaten hebben inmiddels aangegeven dat zij bereid zijn in bepaalde partnerlanden de leiding te nemen bij de verdere implementatie van de gedragscode.

Om de voorspelbaarheid van de hulp te verhogen heeft de Commissie een aantal voorstellen gedaan, waaronder de eerder genoemde meerjarenplanning van de ophoging van de hulpuitgaven en het gezamenlijk opstellen van landenstrategie documenten. Om ook de voorspelbaarheid van begrotingssteun te verbeteren is de Commissie bezig met het ontwikkelen van zogenaamde MDG contracten. Deze contracten zijn bedoeld voor het geven van meerjarige begrotingssteun aan landen die hebben bewezen de hulp effectief en efficiënt aan te wenden. Nederland is een voorstander van die MDG-contracten, mits er duidelijke mogelijkheden zijn om tussentijds uit te stappen als een partnerland onvoldoende presteert. Nederland heeft voorgesteld om te gaan werken met 3-jarige voortrollende contracten.

- Beleidscoherentie voor ontwikkelingssamenwerking

Het Europese streven naar beleidscoherentie voor ontwikkelingssamenwerking moet ervoor zorgen dat ook op andere beleidsterreinen rekening wordt gehouden met de effecten van beleid voor ontwikkelingslanden. Nederland juicht toe dat beleidscoherentie integraal deel uitmaakt van de Europese inzet voor de MDGs.

Tijdens het Sloveense voorzitterschap heeft de Commissie gekozen voor het uitwerken van dit beginsel op de beleidsterreinen milieu en energie (en dan meer specifiek biobrandstoffen), migratie en onderzoek. Op het terrein van biobrandstoffen steunt Nederland de inzet van de Commissie om ontwikkelingslanden te helpen gebruik te maken van de mogelijkheden die deze markt biedt om armoede te bestrijden en tegelijkertijd CO2-reductie op een duurzame wijze te realiseren zonder ontwikkelingskansen aan te tasten. Het is belangrijk daarbij de mogelijke negatieve effecten voor met name voedselprodu ctie, landgebruik en milieu, goed te blijven volgen; duurzaamheidscriteria zijn voor Nederland essentieel.

De teksten over migratie besteden vooral aandacht aan aspecten van brain drain en brain gain. Ten aanzien van onderzoek zal Nederland een gemeenschappelijke strategie voor ontwikkelingsonderzoek verwelkomen. Daarbij is een goede afstemming wenselijk met de voor later dit jaar aangekondigde EU-strategie voor onderzoeks-samenwerking met derde landen, waaronder ontwikkelingslanden.

- Hulp voor handel

De raadsconclusies over hulp voor handel (Aid for Trade, AfT) zullen waarschijnlijk de afspraken bevestigen die lidstaten en Commissie hebben gemaakt om in 2010 te komen tot € 2 miljard aan jaarlijkse uitgaven voor handelsgerelateerde assistentie, alsmede een extra inspanning voor de bredere AfT-agenda. Daarbij zal ongeveer de helft van deze middelen worden ingezet in de ACS-landen (Afrika Caraïben, Stille Oceaan). Nederland heeft onder meer aangedrongen op een sterkere focus op concrete resultaten (en niet alleen op input-doelstellingen) en heeft tevens het belang van ontbinding van de hulp op dit terrein benadrukt.

Economische Partnerschaps Akkoorden

Het vervolg van de EPA-onderhandelingen (Economic Partnership Agreements) met de ACS-landen is door het Sloveense voorzitterschap op de agenda gezet. Er zijn raadsconclusies voorzien.

Zoals bekend is het niet gelukt de EPA-onderhandelingen in alle regio’s met volledige akkoorden af te ronden vóór de in het Cotonou Verdrag beoogde einddatum van 1 januari 2008. Wel kwam de Commissie op de valreep interim-EPA’s overeen met bijna de helft van de betrokken ACS-landen (regionaal, sub-regionaal of individueel), in het bijzonder met de niet-MOLs (Minst Ontwikkelde Landen) waarvoor op 1 januari jl. een verslechtering in markttoegang tot de EU dreigde. Op basis van deze voorlopige WTO-conforme akkoorden kunnen deze landen sinds begin dit jaar gebruik maken van het EPA-aanbod voor vrije markttoegang tot de EU, met verbeterde oorsprongsregels.

De Commissie blijft aankoersen op het afsluiten van volledige EPA’s met alle ACS-regio’s op zo kort mogelijke termijn. Alle ACS-regio’s hebben inmiddels officieel aangegeven de onderhandelingen te willen voortzetten.

Het perspectief op spoedige afronding van volledige regionale EPA’s verschilt per regio. Met de Caraïben is al een volledige EPA overeengekomen met alle leden van de regionale organisatie (Cariforum); ondertekening is voorzien deze zomer. De Stille Oceaan regio kent weinig samenhang en heeft beperkte handelsrelaties met de EU; het vervolgtraject is onzeker. Gezien de gebleken knelpunten in meerdere Afrikaanse regio’s zal het op korte termijn afronden van volledige regionale EPA’s daar lastig worden.

Nederland steunt de inzet van de Commissie die blijft gericht op het afsluiten van volledige EPA’s met ACS-regio’s in 2008 of 2009. Het is wel van belang dat dit nu heel zorgvuldig wordt aangepakt. Dat betekent onder meer dat bestaande regionale samenwerkingstructuren (m.n. de douane-unies) in de ACS-regio’s de basis moeten zijn voor de vervolgonderhandelingen. Deze samenwerkingsverbanden moeten door het EPA-proces worden versterkt en niet verdeeld.

De Commissie moet daarbij maximale flexibiliteit betrachten en pragmatisch omgaan met de interim-EPAs die eerder met individuele landen of sub-regionale groepen zijn geïnitieerd. Alle ruimte die het WTO-kader biedt voor asymmetrische akkoorden moet kunnen worden benut door alle ACS-regio’s.

Nederland steunt het streven naar uitbreiding van de huidige goederenakkoorden naar volledige EPA’s (dus inclusief zaken als investeringen, mededinging, overheidsaanbestedingen en diensten) onder de voorwaarde dat de betreffende ACS-landen hiervoor open staan; als dat niet het geval is kan het akkoord beperkter van reikwijdte blijven. Het blijft uiteindelijk aan de ACS-landen zelf om te bepalen hoe zij van hun kant de handelsrelatie met de EU vorm willen geven, binnen de beschikbare opties.

Voedselcrisis

Tijdens de lunch zullen de ministers voor ontwikkelingssamenwerking, in aanwezigheid van vertegenwoordigers van de FAO en het WFP, spreken over de huidige voedselcrises. Het bereiken van het eerste millennium-ontwikkelingsdoel (bestrijden van extreme armoede en honger) is door de recente voedselprijsstijgingen extra onder druk komen te staan. Een additionele inzet is nu vereist van alle partners op het terrein van voedselproductie en voedselzekerheid. In de notitie Landbouw, rurale bedrijvigheid en voedselzekerheid is de Nederlandse aanpak onlangs uitgewerkt.

Verder zal tijdens het diner informeel worden gesproken over het thema ‘ vrouwen en gewapend conflict’. Voor Nederland is hierbij de uitvoering van resolutie 1325 van de VN-veiligheidsraad een centraal aandachtspunt.

1: Op het moment van redigeren van deze geannoteerde agenda was dit onderwerp nog niet voor de RAZEB geagendeerd. Indien Birma alsnog geagendeerd wordt, zal dit onderwerp naar verwachting aan de orde komen zowel bij de bijeenkomst van ministers van Buitenlandse Zaken, als bij die van de ministers voor Ontwikkelingssamenwerking.
2: Zie ook de beantwoording van Kamervragen van mevrouw Ferrier over de OESO cijfers (kenmerk 2070817580), d.d. 28 april 2008.