Kamerbrief inzake verslag van de negende zitting van de VN-Mensenrechtenraad

In vervolg op mijn brief van 26 augustus 2008 over de Nederlandse inzet voor de negende zitting van de VN-Mensenrechtenraad (MRR), Kamerstuk 26150, nr. 59, informeer ik u hierbij, mede namens de minister van Ontwikkelingssamenwerking, over het verloop en de uitkomsten van deze zitting. De zitting vond plaats van 8 tot en met 26 september te Genève en stond vooral in het teken van de afronding van de herziening van de landen- en thematische mandaten. Dit betrof zowel de herziening van de mandaten van de Speciale Rapporteur voor giftig afval, de werkgroep voor mensen van Afrikaanse afkomst en de Speciale Vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal voor Cambodja als de verlenging van de mandaten van de Speciale Rapporteur voor Soedan en de Onafhankelijke Experts voor Haïti, Burundi en Liberia.

Landensituaties

Nederland heeft zich op nationale titel en in EU verband sterk ingezet voor het behoud van de mandaten van de speciale rapporteurs voor landensituaties. Een groot aantal Afrikaanse landen en de leden van de Organisation of Islamic Conference (OIC) wensen alle landenmandaten te beëindigen. Desondanks is alleen het landenmandaat voor Liberia niet verlengd en konden de landenmandaten voor Burundi, Cambodja, Haïti en Soedan worden voortgezet.

Het verzet van de Soedanese overheid tegen de verlenging van het mandaat van de Speciale Rapporteur voor Soedan kon op brede steun binnen de Afrikaanse Groep en de OIC rekenen. Dit heeft geleid tot een compromis waarbij het mandaat op voorstel van Ghana en Zambia met zes in plaats van twaalf maanden is verlengd. Positief is dat een belangrijk deel van de inhoudelijke tekst, ondanks fors verzet van Soedanese zijde kon worden behouden. De verwachting is wel dat het tijdens de 11e zitting van de Raad (juni 2009) erg moeilijk zal worden om het mandaat op dezelfde wijze te verlengen.

Alleen na zware druk van Frankrijk is de Burundese overheid in weerwil van de Afrikaanse Groep akkoord gegaan met de verlenging van het mandaat van de Onafhankelijke Deskundige voor Burundi. Dit mandaat vervalt zodra Burundi een eigen nationale mensenrechtencommissie in het leven heeft geroepen. De met consensus aangenomen resolutie nodigt de Hoge Commissaris voor de Rechten van

de Mens uit om in de 12e zitting van de Raad (september 2009) verslag uit te brengen over de situatie in Burundi. Hierdoor is bereikt dat er het komend jaar blijvend aandacht zal zijn voor de mensenrechtensituatie in Burundi.

Het mandaat van de Onafhankelijke Deskundige voor Liberia is niet verlengd. De MRR heeft wel een korte resolutie aangenomen waarin Liberia wordt opgeroepen gevolg te geven aan de aanbevelingen van de Onafhankelijke Deskundige. De Hoge Commissaris voor de Rechten van de Mens is gevraagd om tijdens de 12e zitting van de Raad over de situatie in Liberia te rapporteren.

Verder heeft deze zitting verder vorm gegeven aan de nieuwe vertrouwelijke klachtenprocedure van de Raad. In besloten zitting besloot de Raad om één klacht af te handelen op basis van de informatie van de betrokken overheid en een tweede klacht tot maart 2009 aan te houden. Zorgelijk is dat er binnen de Raad geen overeenstemming bestaat over de wijze waarop de werkgroep, die binnengekomen klachten in eerste instantie behandelt, aan de Raad rapporteert. De huidige rapportage stelt de leden van de Raad onvoldoende in staat om de beslissingen van de werkgroep op hun merites te beoordelen. Dit in samenhang met een aversie van de meerderheid van de leden van de Raad om specifieke landensituaties te bespreken, zorgt ervoor dat de vertrouwelijke klachtenprocedure nog niet zijn volledige potentieel bereikt heeft.

Nederland heeft in een eigen verklaring de mensenrechtensituaties in de Democratische Republiek Congo, Sri Lanka, Zimbabwe, Iran, Somalië, Ethiopië, Eritrea en Oezbekistan expliciet aan de orde gesteld. Deze interventie leidde tot een reactie van Ethiopië waar het gaat om een onafhankelijk onderzoek naar mogelijke mensenrechtenschendingen van Ethiopische militairen in Somalië. Getracht zal worden om hieraan op bilateraal niveau gevolg te geven. Ook heeft Nederland ervoor gezorgd dat de mensenrechtensituatie in de Hoorn van Afrika in een interventie van het Franse voorzitterschap namens de gehele EU is aangekaart.

Nederland heeft zich verzet tegen een resolutie die oproept om gevolg te geven aan de aanbevelingen en conclusies van het onevenwichtige rapport over het Israëlische bombardement op Beit Hanoun. Nederland heeft stemming hierover aangevraagd, en mede dankzij de Nederlandse inzet hebben alle EU-leden van de mensenrechtenraad tegen gestemd.

Thematische onderwerpen

Nederland heeft de resolutie over ‘kinderen zonder zorg van ouders’ mede ingediend. Verder heeft Nederland in een nationale verklaring additionele aandacht gevraagd voor het thema geweld tegen vrouwen, in het bijzonder in de Democratische Republiek Congo, waar verkrachting als wapen in de strijd wordt ingezet.

Ook heeft Nederland zich op nationale titel andermaal uitgesproken tegen discriminatie op basis van seksuele geaardheid, een onderwerp dat zeer gevoelig blijft in deze Raad. Daarnaast heeft Nederland

in deze verklaring aandacht gevraagd voor de positie van dalits in India en in dit kader verwezen naar de Indiase initiatieven om vuilraperij (manual scavenging) door dalits in de praktijk uit te bannen.

Actieve deelname van Nederland op een aantal nieuwe sociaal-economische thema’s werd gewaardeerd. Meest opmerkelijk in dit kader is Nederlandse inzet voor de herziening van het mandaat van de Speciale Rapporteur voor gifitig afval geweest. Mede hierdoor kon het mandaat van deze Speciale Rapporteur verbreed worden van de gevolgen van illegaal vervoer van giftig afval tot alle dumping van giftig afval zowel nationaal als internationaal. Een ander voorbeeld is Nederlandse co-sponsoring van de resolutie over het recht op voedsel. Hiermee worden staten opgeroepen mensenrechten meer prominent te integreren in hun strategieën ten

aanzien van voedselzekerheid.

Conclusie

De negende zitting laat een gemengd beeld zien. Het is positief dat alle mandaten van de Speciale Rapporteurs en Onafhankelijke Deskundigen, behalve voor Liberia, zijn verlengd en dat een aantal zorgwekkende landensituaties aan de orde is gesteld. De klachtenprocedure is in grote lijnen behouden, hoewel de rapportage onder de klachtenprocedure nog steeds te gering is. Ten slotte is het positief dat op de andere mandaten en de meeste initiatieven consensus bereikt kon worden.

Anderzijds blijft werken in de Raad moeilijk. Nederland betreurt het verlies van het mandaat van de Speciaal Rapporteur voor Liberia, ook al heeft het in dit geval aangegeven dat het niet om het behoud van landenmandaten an sich gaat maar om de actieve monitoring van een in dit geval verbeterende mensenrechtensituatie. Het behoud van de landenmandaten stelt de Westerse Groep voor steeds grotere uitdagingen. Een herbezinning op de tot nu toe gevolgde strategie van de Westerse landen is nodig om effectief invloed uit te blijven oefenen. Er zal gezocht moeten worden naar nieuwe allianties. Er zal meer aan outreach gedaan moeten worden naar zgn. swing voters. Sterker dan in het verleden zal gezocht moeten worden naar de gematigde krachten binnen de andere machtsblokken in de Raad. Nieuwe thematische onderwerpen als giftig afval, voedselzekerheid en recht op ontwikkeling kunnen in dat opzicht gebruikt worden om aansluiting te vinden met swing voters of gematigde leden van de Afrikaanse Groep of het OIC-blok.

Vooruitblik

De tiende reguliere zitting van de Mensenrechtenraad zal plaatsvinden van 2 tot 27 maart 2009. Aanstaande december zal de derde zitting van de UPR-werkgroep de landensituaties van 16 landen, waaronder Turkmenistan, Oezbekistan, Colombia en Israel, in het kader van het UPR-proces examineren.

De minister van Buitenlandse Zaken,

Drs. M.J.M. Verhagen