Wekelijks gesprek RTLZ 15 maart 2011

Minister De Jager van Financiën in gesprek met Frits Wester over o.a. Japan, het noodfonds, begrotingsregels en de bankenheffing.

WEKELIJKS GESPREK MET DE MINISTER VAN FINANCIËN DE JAGER

ONDERWERPEN:
*    SITUATIE JAPAN
*    NOODFONDS
*    BEGROTINGSREGELS STABILITEITSPACT
*    ACTIEPLAN FINANCIËLE SECTOR/INTERVENTIEWET
*    BANKENBELASTING/BANKENHEFFING

WESTER:
Minister de Jager heeft de afgelopen dagen overleg gehad met zijn Europese collega's in Brussel en zit daar nog in de studio. (...) Even over de actualiteit, de enorme ramp in Japan, ik kan me voorstellen dat u met uw Europese collega's van Financiën daar over gehad heeft.

DE JAGER:  
Zeker. We hebben het er kort over gehad vandaag bij de ECOFIN, dus dat zijn de 27 ministers van Financiën van de Europese Unie. (...) Tegelijkertijd hebben we (...) kort stilgestaan, de andere gevolgen, ook op financieel gebied wat dat heeft. En uiteraard blijven we de ontwikkelingen nauwgezet volgen in Japan.

WESTER:
Even los van het onmetelijke menselijk leed en de materiële schade, wat kunnen de gevolgen zijn als het gaat om de wereldeconomie.

DE JAGER:
(...) Als je kijkt in het verleden wat dergelijke rampen voor economische schade met zich meebrengen dan kan dat vaak van korte duur zijn, ook de aardbeving in Kobe bijvoorbeeld, maar ook op andere plaatsen, zien we vaak dat 1 of 2 kwartalen economische schade tot gevolg heeft, krimp of lagere economische groei. En daarna weer wat sneller herstel. Ga er wel vanuit dat de energievoorziening op gang komt zodat de productie daarna ook weer harder door kan gaan. (...)

WESTER:
(...) Terug naar de problemen in Europa zelf. Er was onenigheid over de uitbreiding van het noodfonds. De regeringsleiders hebben eerder gezegd vrijdag, dat noodfonds moet opgehoogd worden van 250 naar 440 miljard. Nu zijn Duitsland en Finland daar voor gaan liggen. Wat is nou precies het probleem?

DE JAGER:  
Duitsland, Finland en ook Nederland overigens hebben grote vraagtekens nog bij het noodfonds of de uitwerking daarvan. We hebben daar overigens over afgesproken daar verder geen mededelingen over te doen en dat kan ik ook niet doen omdat we eindelijk ook niet ten opzichte van de afspraken die de regeringsleiders al hadden gemaakt niet zo heel veel verder zijn gekomen. Belangrijkste grote voordeel en grote vooruitgang die we hebben gemaakt, zowel gisteren als vandaag, is om alle afspraken daaromheen, de veel strengere begrotingsregels.

WESTER:
(...) Nou even nog over dat noodfonds. Nederland zou er geen problemen mee hebben om de eigen bijdrage te verdubbelen. Maar dat betekent toch eigenlijk ook een verdubbeling van het risico.

DE JAGER:
Ook daar wil ik nog geen uitspraken over doen, want wij zijn daar nog niet. Wij zijn tot op heden hebben wij ook nog geen enkele afspraak op dat terrein gemaakt. We willen graag de verschillende opties zien, de verschillende mogelijkheden zien. Wat een beetje ingewikkeld is, wat door elkaar heen loopt, is het tijdelijke noodfonds dat heet EFSF en het permanente noodfonds wat over 3 jaar moet beginnen en dat krijgt allebei een heel andere vormgeving met voor- en nadelen. We denken het permanente noodfonds veel beter te kunnen vormgeven zodat er ook minder risico's op zitten, ook voor Nederland.

WESTER:
Dan die strengere begrotingsregels in het stabiliteitspact, wat zijn de grootste veranderingen, wat zijn de voordelen ervan?

DE JAGER:  
Dat is voor Nederland de grote winst die uit de afgelopen 2 dagen is voortgekomen, is strengere begrotingsregels, bijvoorbeeld, wat Nederland zelf ook al heeft, is budgettaire raamwerken, bijvoorbeeld meerjarenbegrotingen, ramingen waar je op kan vertrouwen, als het gaat om de economische groei, statistieken waar je op kan vertrouwen, dat het ook echt klopt. Dat soort afspraken die we dan maken, een uitgavebenchmark. Dat betekent dat we ook op uitgaven sturen en niet alleen op het financieringstekort of financieringsoverschot van de begroting. Afspraken rond macro-economische onevenwichtigheden zoals dat heet. Dus als een land heel erg achter loopt met concurrentiekracht en teveel zijn concurrentiekracht eigenlijk ten opzichte van Duitsland en Nederland bijvoorbeeld, uit de pas loopt waardoor het meer werkloosheid krijgt en zijn exportpositie onder vuur komt te liggen. En natuurlijk ook heel belangrijk voor Nederland is de schuldenbenchmark, is dat landen met excessieve schulden, moeten dat in 20 jaar geheel die excessieve schulden afbouwen. Tot voor kort hadden een paar landen daar nog echt grote moeilijkheden mee. Die waren daar mordicus op tegen. Maar uiteindelijk is gisteravond dat verzet gebroken en hebben we daar afspraken over gemaakt inclusief sancties, inclusief boetes als lande zich daar niet aan houden.

WESTER:
Nieuwe regels zijn prachtig, maar die werken alleen als er ook boetes en sancties op staan. Hoe fors zijn die?

DE JAGER:
Als het gaat om die schulden, dus het terugbrengen van die schulden zijn die heel fors, want dat is  sowieso onderdeel van het stabiliteits- en groeipact geworden, dus dat loopt dan samen met de sancties die er zijn op het niet terugbrengen van het tekort of onvoldoende terugbrengen van het tekort. Als het gaat om die macro-economische onevenwichtigheden, dus dat is je concurrentiekracht, dan moet een land een plan indienen bij de commissie hoe het dat gaat oplossen, als een land dat niet doet, of als een land zich niet aan die afspraken in dat plan houdt dan kan het een boete krijgen van bijvoorbeeld 0,1 procent van de totale economie van een land en dat kan al gauw in de miljarden lopen.

WESTER:   
Het waren vooral de zuidelijke landen die dwars hebben gelegen, dan moeten we denken aan Griekenland, Spanje, Italië, Portugal. En die zijn nu allemaal op de knieën gedwongen?  

DE JAGER:  
Dat woord zou ik niet willen gebruiken. Maar uiteindelijk, gisteravond, hebben we uiteindelijk met zijn allen, alle 27, dus ook  de 10 landen die niet in de euro zitten, hebben we nu consensus gekregen, hebben we afspraken gemaakt en dat betekent dat we nu snelheid kunnen maken, want vanochtend in de formele bijeenkomst van ECOFIN hebben we de wetgeving die met die 6 voorstellen die we gisteravond hebben besproken samenhangt, hebben we de wetgeving, de tekst, gefinaliseerd en die gaan we nu met het Europees Parlement bespreken en dan kan het snel bekrachtigd worden.

WESTER:
In die zin de ECOFIN toch een succes geweest ondanks het feit dat er over die andere zaken als het noodfonds geen overeenstemming is bereikt. We gaan even terug naar eigen land, want u heeft een brief naar de Kamer gestuurd, een paar minuten geleden. Een actieplan financiële sector, zeg maar het 10-puntenbankenplan, voortkomend ook uit het debat met de Kamer over de commissie De Wit. Niet alle punten zijn even nieuw, maar we lopen toch een aantal opvallende even langs. De interventiewet, de crisisinterventie, een wetsvoorstel daarvoor. Wat beoogt u daar nu precies mee?

DE JAGER:  
Wat is gebleken tijdens de bankencrisis van 2008 is dat Nederland, de Nederlandse minister van Financiën, de Nederlandsche Bank, te weinig tools in de gereedschapskist heeft om in te grijpen waar het echt nodig is. En die interventiewet die brengt veel meer mogelijkheden zowel voor de Nederlandsche Bank als voor de minister van Financiën in beeld en ook geeft hij wetgeving daarvoor, bevoegdheden daarvoor om vanaf het prille begin meer preventief in te grijpen tot en met bijvoorbeeld doorzettingsmacht bij een bank of het bestuur over te nemen. Tot en met depositogarantiestelsel, spaarrekeningen van een bank af te pakken en dat veilig onder te brengen bij een overbruggingsbank of bij een andere bank. Tot en met de meest vergaande optie dat ik als minister van Financiën, als het echt niet anders kan, een bank kan onteigenen om zeker te stellen dat de rekeninghouders van die bank, dat de spaarders van die bank en dat zo veel mogelijk ook de schuldeisers van die bank veilig zijn gesteld tegen het anders dreigende omvallen van die bank.

WESTER:
Als u deze mogelijkheden destijds al gehad had, had dat de hele deconfiture van de DSB kunnen voorkomen?

DE JAGER:
(...) Dat kan ik niet zeggen. Want dat kun je ook niet zo op die manier zeggen. Wat je dan wel hebt, in zo'n soort situatie zonder even te refereren aan een concrete situatie, is dat een bank waarvan gezegd wordt, het is geen systeembank die kan omvallen dan kan je wel veel makkelijker de spaarders die onder het depositogarantiestelsel vallen, die kun je daar van af pakken, dat kon toen niet, in de tijd van DSB, en die kun je dan onderbrengen bij een andere bank waardoor die spaarders geruisloos overgaan. En je ook nog wat geld terugkrijgt voor het feit dat je die portefeuille met die spaarders kan overbrengen naar een bank. Want die klanten zijn ook nog wat waard. Dus voor beide partijen, zowel voor spaarders als de bank, is dat beter als dat kan. Toen kon dat niet. Nu kan dat inderdaad wel.

WESTER:
Twee andere punten. Bekend was dat u in 2011 een bankenheffing wilt invoeren, vooruitlopend op de bankenbelasting. Die bankenbelasting in Europees verband, wanneer moet die er zijn?

DE JAGER:
Die bankheffing, dat heb ik een week geleden bekendgemaakt, volgend jaar in 2012 invoeren. Die heeft als doel het fonds te vullen wat voor het depositogarantiestelsel garant moet staan als het ware, dus dat spaarders geld moet geven als hun bank omvalt en de bankenbelasting die is in relatie tot het feit dat ondanks alle maatregelen die je neemt er toch nog steeds een kleine kans bestaat dat een grote bank omvalt. En als dat gebeurt dan staat helaas de overheid aan de lat om dat te voorkomen om te helpen. Dat kan geld kosten. En vanwege dat impliciete risico dat je daarmee draagt vind ik ook dat er een faire vergoeding tegenover zou moeten staan. Wanneer we precies die invoeren, het jaar, dat kan ik nu nog niet geven, omdat dat afhangt van een aantal voorwaarden die we hebben gesteld. Bijvoorbeeld, de kredietverlening mag niet substantieel worden belemmerd. Mag ook  geen onnodige stapeling komen van verschillende maatregelen. Kapitaaleisen die nieuw zijn, de bankenheffing etcetera. En we willen ook Europese coördinatie, dat niet ieder land aparte dingetjes aan het doen is. Met die Europese coördinatie maken we vooruitgang. De commissaris op dit dossier heeft een aantal voorstellen gedaan. Dat gaat voor een deel de kant op die Nederland graag ziet. En ik verwacht dit najaar dat we er echt concreet zicht op hebben op welke manier we eventueel als voldaan is aan die 3 voorwaarden die Nederland heeft gesteld een bankenbelasting kunnen invoeren