Kabinet wil beurzen voor deeltijdstudenten

De deelname aan het deeltijdonderwijs is de afgelopen tien jaar gestaag teruggelopen. Om die trend te keren, heeft de ministerraad op voorstel van staatssecretaris Zijlstra van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ingestemd met maatregelen die het deeltijdonderwijs flexibeler en aantrekkelijker maken voor studenten. Tegelijkertijd komt er een oplossing voor deeltijdstudenten die vanwege bijzondere, individuele omstandigheden te maken krijgen met de langstudeerdersmaatregel.

Het kabinet wil de dalende trend in het deeltijdonderwijs een halt toeroepen door op termijn vraagfinanciering in te voeren. Dit betekent dat deeltijdopleidingen niet langer rechtstreeks geld van de overheid krijgen voor het aantal studenten dat zij opleiden. Studenten die in bepaalde sectoren een deeltijdopleiding willen volgen krijgen voortaan een beurs. Ze kunnen zich daarmee inschrijven bij de instelling die het beste aanbod heeft.

De beurzen zijn beschikbaar voor studenten in sectoren met een bijzonder maatschappelijk en economisch belang, zoals onderwijs, zorg en de topsectoren. Het budget blijft gelijk: het geld dat nu nog voor bekostiging is gereserveerd wordt dan uitgekeerd in beurzen. Omdat de uitwerking tijd vergt wordt de invoering van vraagfinanciering niet voorzien voor het studiejaar 2017/18. Dat is ruim na afloop van de periode waarop de huidige hoofdlijnenakkoorden betrekking hebben. Na invoering van vraagfinanciering vallen deeltijdstudenten niet meer onder de langstudeerdersmaatregel.

Op korte termijn komt het kabinet deeltijdstudenten tegemoet die vanwege bijzondere, individuele omstandigheden in aanraking komen met de langstudeerdersmaatregel. Zij kunnen voortaan een beroep doen op de profileringsfondsen van de instellingen. Tot nu toe staan die alleen open voor voltijdstudenten. De instellingen krijgen voor deze groep tot en met 2016 jaarlijks € 10 miljoen extra.

De instroom in het deeltijdonderwijs is de afgelopen jaren ingezakt. In 2001 meldden zich nog 19.000 studenten aan, vorig jaar waren het er iets meer dan 9.800. De daling is vooral te zien in het bekostigd deeltijdonderwijs. Hogescholen en universiteiten richten zich voornamelijk op voltijdsopleidingen en jongeren. Als ze deeltijdonderwijs aanbieden sluit dat vaak onvoldoende aan op de wensen en behoeften van werkende volwassenen. Doordat het aantal aanmeldingen van deeltijdstudenten terugloopt, worden kleinere deeltijdopleidingen onrendabel met als gevolg dat instellingen ze sluiten.