Rechtspraak toegankelijker door eenvoudigere procedures en digitalisering

De rechtspraak moet toegankelijker, eenvoudiger en doelmatiger worden. Door de rechtspraak te digitaliseren en de procedures bij de civiele rechter en de bestuursrechter te vereenvoudigen, kan beter worden ingespeeld op de behoeften van rechtzoekenden. Zo blijft de kwaliteit van de rechtspraak ook in de toekomst op een hoog niveau. Dat schrijft minister Opstelten van Veiligheid en Justitie vandaag in een brief aan de Tweede Kamer.

Samen met de Raad voor de Rechtspraak wil minister Opstelten procedures minder formeel maken en meer nadruk leggen op de mondelinge behandeling van zaken. Ook krijgen rechters meer mogelijkheden om de regie te voeren in zaken. Op die manier kan de rechter beter inspelen op de behoeften van de rechtzoekenden. De digitalisering van de rechtspraak, het vereenvoudigen van civiele procedures en het meer harmoniseren van civiele en bestuursrechtelijke procedures moeten verder zorgen voor kortere doorlooptijden in de rechtspraak. Vooral de tijd dat zaken stilliggen, kan worden verkort.

Digitalisering

De digitalisering van de rechtspraak wordt vanaf 2015 stapsgewijs doorgevoerd. Digitale toegang tot de rechtspraak zorgt ervoor dat burgers en bedrijven en hun procesvertegenwoordigers eenvoudig vanuit hun eigen digitale omgeving kunnen communiceren met de rechter. De digitalisering betekent ook dat rechters en griffiers minder tijd kwijt zijn met bureaucratische werkzaamheden. De rechters kunnen zich daardoor meer richten op de inhoud van de zaak. Eind dit jaar wil minister Opstelten de voor de digitalisering noodzakelijke wetsvoorstellen voor advies voorleggen aan de Raad van State.

Naast de digitalisering moet de vereenvoudiging van procedures bij de civiele rechter en het harmoniseren van procedures bij de civiele en bestuursrechter leiden tot een meer toegankelijke en snellere rechtspraak. De mondelinge behandeling wordt het centrale punt in de procedure. In civiele zaken wordt een nieuwe basisprocedure ingevoerd: het indienen van een eis, het indienen van een reactie door de wederpartij, een mondelinge behandeling en tot slot de uitspraak. Extra processtappen zoals re- en dupliek of pleidooi zijn niet langer standaard onderdeel van de procedure. Tijdens de mondelinge behandeling kunnen partijen hun standpunten toelichten. De rechter kan de mondelinge behandeling nog beter inrichten met de mogelijkheden die het nieuwe procesrecht biedt. In de basisprocedure krijgen partijen heldere termijnen om bijvoorbeeld verweer te voeren en nadere stukken in te dienen.  Als de rechter vindt dat voor een complexe zaak meer tijd of meer processtappen nodig zijn, dan kan hij beslissen om van het basismodel af te wijken.

Regeringscommissaris

Om deze veranderingen mogelijk te maken is een omvangrijk pakket aan wetgeving en andere maatregelen noodzakelijk. Eind dit jaar wil minister Opstelten de wetsvoorstellen voor advies voorleggen aan de Raad van State. De wijziging van het burgerlijk procesrecht vergt bijzondere juridische expertise en praktijkervaring op het terrein van het burgerlijk procesrecht en het bestuursprocesrecht. Minister Opstelten heeft daarom prof. mr. A. Hammerstein voorgedragen voor benoeming tot regeringscommissaris voor de voorgenomen wijziging van het burgerlijk procesrecht.

In de brief schrijft Opstelten dat ook op korte termijn al een aantal vernieuwingen wordt ingevoerd. Zo start in het najaar het project e-Kantonrechter bij de rechtbanken in Rotterdam en Den Bosch waarbij verzoeker en verweerder hun processtukken digitaal kunnen aanbrengen via de beveiligde pagina loket.rechtspraak.nl. Er wordt eerst ervaring opgedaan met zaken waarin rechtsbijstandsverzekeraars optreden als gemachtigde. Daarna volgen zaken met andere procesvertegenwoordigers. Vervolgens wordt de procedure ook toegankelijk voor burgers, bedrijven en andere procespartijen. Verder schrijft de minister dat gerechtsdeurwaarders in de loop van dit jaar de mogelijkheid krijgen om een deel van de dagvaardingen digitaal bij de rechter aan te leveren. Vanaf volgend jaar kan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) digitaal stukken indienen bij de centrale vreemdelingenkamers. Daarnaast wil minister Opstelten het mogelijk maken om personen zonder bekende woon- of verblijfplaats op te roepen door een publicatie in de digitale Staatscourant. Dit levert forse besparingen op voor rechtzoekenden die dan niet langer een advertentie in een dagblad hoeven te betalen.