Toespraak van minister Bussemaker bij de opening van de 6e ASEM-conferentie in Rotterdam

Toespraak van minister Bussemaker (OCW) bij de opening van de 6e ASEM-conferentie in Rotterdam op 20 oktober 2014.

Koninklijke hoogheid
Excellenties
Dames en heren

In 1889 tijdens de beroemde wereldtentoonstelling in Parijs, hoorde de jonge componist Claude Debussy voor het eerst van zijn leven de muziek van de Javaanse Gamelan. Het hielp de componist bij zijn zoektocht naar een nieuw klankidioom en een nieuwe benadering van harmonie en structuur. Debussy brak met de muziektraditie voor hem en legde met zijn 'impressionistische muziek' de grondslag voor de moderne muziek van de twintigste eeuw en de ambientstijl die later in de popmuziek zou worden opgepakt.

Dit is zeker niet het enige voorbeeld van vernieuwing die tot stand komt door het onverwachts samenkomen van verschillende werelden – in dit geval het Oosten en het Westen. Of het nu gaat om muziek, of beeldende kunst, om architectuur of design: het doorbreken van bestaande grenzen tussen werelden, disciplines en stijlen, en op basis van die onverwachtse combinatie iets nieuws creëren. Dat is de kracht van creativiteit.

En die kracht brengt ons - Ministers en afgevaardigden van landen uit Europa en Azië - samen. En die ervoor zorgt dat we de creatieve industrie tijdens deze zesde ASEM-conferentie tot hoofdthema hebben gemaakt. De concrete verbinding van kunstenaars en creatieven met andere maatschappelijke en economische werelden is één van de meest veelbelovende ontwikkelingen van deze tijd.

Vandaag en morgen zullen we ons grotendeels in dit imposante gebouw van Rem Koolhaas ophouden. Een architect die velen van u zullen kennen. omdat zijn gebouwen staan van Seattle tot Berlijn en van Peking tot Qatar, zou je een early adapter kunnen noemen.

Eind jaren negentig al richtte hij naast zijn vaste ontwerpbureau een nieuw bureau op, waar de denkkracht van ontwerpers wordt ingezet voor de samenleving. Terwijl de reguliere architecten die voor Koolhaas werken hun creativiteit omzetten in gebouwen van staal, glas en steen, denken de medewerkers van zijn andere bureau mee over een nieuw ontwerp van de Europese vlag, en de grotestedenproblematiek in India en Afrika.

En wat bij Koolhaas nog gescheiden bureaus zijn, zie je binnen de huidige generatie in de creatieve industrie steeds vaker in elkaar vloeien.

Tijdens de Eindhovense Designweek vorig jaar was werk te zien van een kunstenares Jalila Essaoudi. Onderzoek wees al eerder uit dat de ijzersterke zijdedraad, die gesponnen wordt door een tropische spin, kan worden geproduceerd via de melk van een geit – wanneer je het DNA van die spin in die geit transplanteert. Dat draad zou kunnen worden gebruikt in kogelwerende vesten.

De kunstenares vroeg zich vervolgens af waarom je dat draad dan niet direct in menselijke huid kon aanbrengen. En ging samen met biotechnologen aan de slag. Zij wilde dit artistieke onderzoek inzetten om vragen te stellen over het begrip veiligheid. Maar het product dat eruit voortkwam leidde tevens tot het produceren van nieuwe huid die kan worden toegepast bij het behandelen van brandwondenpatiënten.

En ik zie dat steeds vaker om mij heen.

Modeontwerpsters die ook nadenken over energiebesparende maatregelen, en samenwerken met technologen. Mensen uit de gamingindustrie die samen met chirurgen lesmethodes voor studenten ontwikkelen in de vorm van serious games. Als moderne kunstenaars de werelden van verbeeldingskracht, kennis en technologie met elkaar verbinden krijgen ze vleugels. Tijdens deze conferentie wil ik samen met u onderzoeken hoe we dat kunnen stimuleren, en naar een hoger plan kunnen tillen.

Zo’n tien jaar geleden is in onze landen het besef doorgedrongen dat de creatieve industrie een economische factor van betekenis is. In Nederland draagt de creatieve industrie zo’n 2,2 procent bij aan de totale omzet in Nederland, het is ons grootste exportproduct en de snelst groeiende sector wat betreft werkgelegenheid. En het besef groeit wereldwijd dat die kracht veel verder kan gaan dan directe economische opbrengsten.

We staan voor grote, complexe problemen op het gebied van gezondheid, milieu en de leefbaarheid van steden. Met de bekende oplossingen redden we hier niet. Het moet slimmer, anders, beter. Technologie helpt om die nieuwe oplossingen te vinden. Maar het komt aan op menselijk vernuft en creativiteit om die grenzen open te breken. En om er verstandig mee om te gaan. Daarin kan de creatieve sector voorop lopen.

In ons land maakt de creatieve industrie daarom sinds drie jaar deel uit van het topsectorenbeleid: dat draait om voor ons land economisch kansrijke sectoren, die ook maatschappelijk verschil maken.

De inzet van de overheid is vooral gericht op internationalisering, op kennistoename en op samenwerking – met bedrijven, kenniscentra en overheden. En tussen disciplines. Om een voorbeeld te noemen: op dit moment werkt een team van ingenieurs, technologen en ontwerpers in New York om samen met lokale overheden en de bevolking een duurzaam plan te maken tegen overstromingen. Onze overheid is daar actief bij betrokken.

Ik ben heel benieuwd wat we van elkaar kunnen leren als het gaat om stimuleren van onze creatieve industrie. Vandaag doen we dat aan de hand van thema’s.

We gaan het bijvoorbeeld hebben over hoe we de benodigde creative skills van onze bevolking kunnen vergroten.  Hoe bereiden we onze jongeren op school daarop voor? En hoe geven we cultuureducatie op die scholen de plek die het verdient?

We buigen we ons ook over het onderwerp 'creative cities'. Steden zijn niet alleen plekken waar complexe, actuele problemen zich concentreren. Vanwege hun ‘urban fabric’ zijn ze ook de plaats waar oplossingen worden gevonden. Juist in steden ontstaan broedplaatsen van creatief talent en onderzoekers. Juist in steden nemen burgers steeds meer zelf het initiatief om zaken te veranderen, vaak aangejaagd door creatieven.

Hoe stimuleren we dat als overheden, landelijk en lokaal? En hoe zetten we de creatieve industrie in om van succesvolle steden ook inclusieve, gezonde en duurzame steden te maken?

En tot slot gaan we praten over creatief ondernemerschap.

Op dit moment ondersteunen we de creatieve industrie vooral in het ontwikkelen van hun artistieke potentieel. Maar hoe zorgen we ervoor dat kunstenaars ondernemender worden en ondernemers de creatieve industrie beter begrijpen?
Doen we dat in de vorm van leiderschapsprogramma’s, of het aanleren van ondernemersvaardigheden tijdens de opleiding? Of moet de overheid veel meer een intermediair zijn tussen kunstenaars en ondernemers?

We gaan erover praten. Ik kijk daarbij heel erg uit naar uw ervaringen, bijvoorbeeld die van Singapore, dat voorop loopt in het stimuleren van creatieve vaardigheden in het onderwijs. En van Engeland, dat hoge kwaliteit cultuureducatieprogramma’s aanbiedt.

En om samen echt die 'next step' te zetten, hebben we dit zesde ASEM-programma een Dutch design meegegeven.

Tijdens deze conferentie ontmoeten wij - Ministers en afgevaardigden van regeringen - niet alleen elkaar. We nemen u ook mee de creatieve steden in, en we halen we kunstenaars en creatieven binnen onze vergaderruimtes. Na mij spreekt Daan Roosegaarde, één van Neerlands meest maatschappelijk betrokken en visionaire kunstenaars.

Zaterdag trapten we af met een netwerkbijeenkomst voor kunstenaars uit onze landen. Gister bezocht u de Designweek in Eindhoven en morgen gaat u naar het Rijksmuseum in Amsterdam. Die mix van werelden en ontmoetingen tussen zoveel mogelijk verschillende mensen moet ook ons de creativiteit en inspiratie geven om de creatieve industrie in Oost en West nog beter in hun kracht te zetten.

Ik wens u allen een mooie conferentie toe.