Toespraak minister-president Mark Rutte tijdens Nationale Herdenking MH17

Toespraak van minister-president Mark Rutte op de Nationale Herdenking van de slachtoffers van de ramp met MH17, Amsterdam 10 november 2014.

Wat als…?
Wat als de vakantie een dag later was begonnen?
Wat als het vliegtuig vertraging had gehad?
Wat als ik straks wakker word en het blijkt allemaal een boze droom te zijn geweest?
(…)
Dames en heren, en vooral u, familieleden en vrienden van de slachtoffers: wie heeft het zich na 17 juli niet afgevraagd?
Wat als?

Het is een vraag zonder antwoord.
Een vraag die zich opdringt en die meteen machteloos maakt.
Want er is geen ‘wat als’.
Er is alleen de harde realiteit van 298 doden
196 van hen waren Nederlands.
Hun levens blijven voor altijd onvoltooid.
Hun stemmen worden niet meer gehoord. 
Hun aanwezigheid, hun talenten, hun vriendschap en hun liefde – het is van u weggenomen.
Zomaar ineens.

Op 17 juli 2014 werd een onbezorgd ‘tot ziens’ een abrupt vaarwel.
Zomaar ineens.
Zomaar ineens waren ze voorgoed op reis: de 298 kinderen en kleinkinderen, vaders en moeders, broers en zussen, opa’s en oma’s, echtgenoten en vrienden van vlucht MH17.
Precies vandaag zou Ina Kroon uit Woudrichem 53 jaar zijn geworden.
Precies vandaag zou Sanjid Singh uit Kuala Lumpur zijn 41e verjaardag hebben gevierd.
Het is compleet onwerkelijk dat hun levenslijn en die van zoveel anderen plotseling is gestopt.
‘Twintig keer naar het journaal gekeken’ schreef Dichter des Vaderlands Anne Vegter.
‘Twintig keer naar het journaal gekeken en het is nog steeds waar: zomaar in het web gevlogen van de oorlog van anderen.’

Iedereen die na 17 juli een geliefde moet missen, beleeft dat op zijn of haar eigen manier.
Want voor omgaan met verdriet bestaan geen regels.
Persoonlijk verlies past niet in een mal of een schema.
Er is geen stappenplan voor rouw.

Maar er is wel de saamhorigheid en de onderlinge verbondenheid waarlangs het gedeelde verdriet in de dagen en weken na de ramp een uitweg vond.
We hebben het gezien en ervaren: als de dood plotseling zo massaal zo dichtbij komt, houden mensen elkaar vast.
Dan zijn we samen verbijsterd, samen boos, samen stil.
Zoals we dat waren op de dag van nationale rouw.
Ik hoop vurig dat daar voor u, die met het persoonlijk verlies moet leren leven, een begin van troost en verwerking in schuilt.
Dat het u helpt de moed en kracht te vinden om door te gaan.
Om de draad op te pakken en het leven verder te leven.
Morgen, overmorgen en daarna.
Met alle onzekerheid, alle tranen en alle moeilijke momenten die nog komen.
De eerste Kerst, de eerste vakantie, de eerste keer weer 17 juli.
En steeds die ene vraag: ‘wat als?’
(…)

Niemand van ons kan die vraag beantwoorden.
Maar wat wij wel kunnen doen, is blijven werken aan een waardig afscheid voor elk van de slachtoffers.
Dat laatste moment van vaarwel, waarop sommigen van u nog steeds wachten, dat zo belangrijk is om verder te gaan.
Met alles wat in ons is, willen wij dat er recht wordt gedaan aan deze 298 mensen.
Ook na deze Nationale Herdenking, waarop wij ons respect betuigen en hun nagedachtenis eren.

Vandaag spreken wij hun namen hardop uit.
Zij worden niet vergeten.
De mooie, warme en ontroerende herinneringen zijn voor altijd.
Uw eigen unieke herinneringen aan unieke mensen, die misschien wel dit gemeen hadden.
Zij leefden in het hier en nu en zaten vol levenslust en plannen.
Bijna alle persoonlijke verhalen die we na 17 juli hoorden en lazen getuigen daarvan.
Hoe mooi zou het zijn om iets van die kracht mee te nemen in onze eigen toekomst?
Zo blijven zij voortleven.
Zo blijven zij een bron van inspiratie.
Zo blijven zij dichtbij.

Dames en heren,
Wat als dat lukt?
Wat als het lukt om troost en hoop te vinden in al het goede en mooie dat zij nalaten?
Wat als de moed om door te gaan schuilt in de liefdevolle herinnering, die blijvend is?
Ik wens u dat toe.
Wij wensen u dat toe.
Met heel ons hart.