Transitie Dienst Landelijk Gebied afgerond

Per 1 maart 2015 is de Dienst Landelijk Gebied (DLG) opgeheven en zijn medewerkers en 400 formatieplaatsen overgegaan naar de 12 provincies. De opheffing van de dienst vloeit voort uit het Onderhandelingsakkoord Decentralisatie Natuur dat rijk en provincies op 20 september 2011 overeenkwamen. In dit akkoord is afgesproken dat de provincies in 2015 verantwoordelijk worden voor het ‘provinciaal aandeel’ van de werkzaamheden van DLG. Een deel van de taken en medewerkers van DLG is overgegaan naar de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) van het ministerie van Economische Zaken. Andere medewerkers van DLG hebben elders werk gevonden of worden daar naar begeleid.

Tijdens een slotbijeenkomst op Kasteel Groeneveld stonden staatssecretaris Sharon Dijksma van Economische Zaken en Bart Krol (gedeputeerde Utrecht) namens de 12 provincies stil bij de overdracht van taken en mensen naar de provincies. De Dienst Landelijk Gebied zorgde voor de ontwikkeling van landelijk gebied van Nederland met als doel de natuur en de landbouwstructuur te versterken. Het gaat om complexe projecten die meerjarig zijn en bij de overgang naar de provincies ook doorlopen.

De afgelopen maanden hebben het ministerie van Economische Zaken, DLG en provincies veel geïnvesteerd in een zorgvuldige overgang van de 400 fte en daarbij horende mensen, taken en middelen, zoals archieven en data, naar de provincies. In september 2014 sloten het ministerie van EZ en het IPO al een convenant met afspraken over de ‘transitie DLG’. De daaropvolgende maanden heeft de directeur DLG in samenspraak met de provincies de plaatsing van de medewerkers bij de 12 provincies bepaald. Dit is gebeurd op basis van met de vakbonden en Ondernemingsraad vastgestelde plaatsingsregels.

Het transitieproces was complex. Niet alleen vanwege de grootte van de groep medewerkers, maar ook vanwege de vele betrokken partijen en de financiële belangen. Ondanks deze complexiteit is de transitie relatief snel verlopen, in goede samenwerking tussen DLG, provincies en het ministerie van EZ.

Het ministerie van EZ en het IPO hebben aan het bureau Twynstra Gudde gevraagd te onderzoeken welke factoren van betekenis zijn geweest bij het transitieproces. Het evaluatierapport werd vandaag door Dijksma en Krol in ontvangst genomen.