Nieuw convenant bestrijding besmettelijke dierziekten

Vertegenwoordigers van de veehouderij en het ministerie van Economische Zaken (EZ) hebben 30 april 2015 het vierde Convenant bestrijding besmettelijke dierziekten ondertekend. De overeenkomst omvat afspraken over het (verplicht) bestrijden van dierziekten door het ministerie van EZ en de manier waarop dit door de betrokken sectoren en de overheid wordt gefinancierd. Sinds 2000 worden de convenanten met de sectoren afgestemd.

Financiering bestrijding dierziekten

Om met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2015 de afspraken rondom de financiering van de bestrijding van dierziekten vast te leggen, zijn de veterinair inhoudelijke en financiële wensen met de sector afgestemd. Ook is er, omdat de productschappen (PBO’s) zijn opgeheven, een nieuwe basis vastgesteld voor het dekken van de kosten van de PBO-heffing: een heffing van EZ op basis van de gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Het convenant werkt terug tot en met 1 januari 2015 om de continuïteit van de afspraken te waarborgen en loopt tot en met 2019.

Er zijn ook afspraken gemaakt over de financiering van overgenomen PBO-taken  zoals de basismonitoring, de kosten Stichting Diergeneesmiddelen Autoriteit en de kosten voor de preventie en bestrijding van diverse dierziekten. Het convenant beschrijft wie, de sector en/of overheid, voor welke kosten verantwoordelijk is. Daarnaast bepaalt het hoeveel de deelsectoren maximaal zelf moeten betalen, de zogenoemde 'plafondbedragen' per sector.

Vertegenwoordigers

De vertegenwoordigers van de veehouderij zijn de vereniging ZuivelNL, de stichting Brancheorganisatie Kalversector, de Stichting DGF Kalversector, de stichting AVINED, de Producenten Organisatie Varkenshouderij, de vakgroep Schapenhouderij van LTO Nederland, de Landelijke Werkgroep Professionele Schapenhouders, de Vereniging Gescheperde Schaapskuddes Nederland, de vakgroep Melkgeitenhouderij van LTO Nederland, de vakgroep Vleesveehouderij van LTO Nederland en het platform Kleinschalige Schapen- en Geitenhouders.