Grootste plus voor middengroepen

Bijna iedereen gaat er de komende jaren op vooruit, gemiddeld zo’n 1,1% per jaar. Werkende middengroepen kunnen de grootste plus tegemoet zien. Dat blijkt uit een toelichting op de koopkrachteffecten van het regeerakkoord die minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

De economie draait volop, de werkloosheid bereikt in 2018 het laagste punt sinds 2008 en de overheidsfinanciën staan er goed voor. Maar teveel mensen merken hier nog te weinig van. Het kabinet investeert daarom de komende jaren fors in koopkracht en lastenverlichting; deze kabinetsperiode dalen de lasten voor burgers met 5,2 miljard euro.
 
Zo gaan veel mensen minder inkomstenbelasting betalen door de overgang naar twee belastingschijven en door de verhoging van belastingkortingen als de algemene heffingskorting en de arbeidskorting. Door de verhoging van het lage btw-tarief wordt wel een deel van de boodschappen duurder, ook vallen aftrekposten straks in het laagste belastingtarief. Maar dit wordt gecompenseerd door de lagere inkomstenbelasting. Door de combinatie van maatregelen heeft 95% van de mensen de komende jaren meer geld in de portemonnee.
 
Werkenden hebben het meeste voordeel van de maatregelen in het regeerakkoord zoals de lagere belastingschijven en de hogere belastingkortingen. Ruim 98% van de werkenden in loondienst krijgt extra te besteden, 1,4% per jaar. Meer werken of werken vanuit een uitkering wordt aantrekkelijker. Ook gaat de kinderopvangtoeslag omhoog.
 
Werken moet lonen, maar het kabinet hecht ook aan een evenwichtig koopkrachtbeeld. 90% van de uitkeringsgerechtigden en 88% van de gepensioneerden gaan er op vooruit, gemiddeld met respectievelijk 0,6 en 0,7%. Ook deze groepen profiteren van de belastingmaatregelen. Daarnaast hebben ouderen voordeel van het verhogen en langer doorlopen van de ouderenkorting. De koopkrachtvooruitgang van gepensioneerden wordt beperkt doordat de aanvullende pensioenen nauwelijks geïndexeerd worden, de koopkracht van 12% van de ouderen met vooral hoge aanvullende pensioenen blijft hierdoor gelijk of daalt.
 
De koopkrachtstijging zal voor de meeste mensen vanaf 2019 echt voelbaar zijn als de meeste maatregelen van het nieuwe kabinet worden ingevoerd.