Toespraak van minister Van Engelshoven bij uitreiking Johannes Vermeerprijs, 25 september 2019

Ivo Van Hove ontving uit handen van minister Van Engelshoven de Johannes Vermeerprijs 2019 en zij sprak de winnaar toe.

Beste mensen, gasten uit binnen- en buitenland, beste Ivo,
 

't Werd tijd [...zeggen ze dan in Antwerpen].

Hoeveel internationale prijzen moeten er pronken op je schouw, voordat je in Nederland vol in de spotlights staat?

Wat was er met je gebeurd als we nog langer hadden gewacht met het toekennen van één van de grootste prijzen in de Nederlandse kunst- en cultuur?

Zou zelfs deze welbespraakte Vlaming dan te verleiden zijn tot bijvoorbeeld… de destructieve neigingen van, ik noem maar iemand... Howard Roark?

Want laten we eerlijk zijn: na het horen van het juryrapport verbaast het bijna dat we uit jouw mond nooit een schreeuw om erkenning hebben gehoord [… zoals die van Roark in The Fountainhead].

Je bent er de mens niet naar.
De bescheiden Belg tussen de nuchtere Nederlanders.

Gelukkig, zeg ik, kwam die erkenning voor een breder publiek deze zomer ook dankzij jouw optreden in Zomergasten.

Enkele weken geleden mocht de NPO-kijker drie uur lang genieten van een theaterman die de mooiste zinnen met speels gemak aan elkaar rijgt.

Vanavond is de beurt aan mij. Ik zal geen poging wagen je retorisch naar de kroon te steken.

En wees gerust – ik zal er ook geen drie uur voor uittrekken.
Al zou een lofzang van die lengte niet misstaan.

Afgelopen zondag ben ik ook weer overrompeld.

In de nieuwste Van Hove werd ik meegenomen in het getormenteerde leven van Freud. En met een aardige dosis zelfonderzoek naar huis gestuurd.

Indrukwekkend.

Nadat ik in mijn eerste week de mode mocht feliciteren met deze prijs [in de persoon van Iris van Herpen], en een jaar later de klassieke muziek [voor Janine Jansen], ben ik dan ook vereerd om de prijs nu toe te kennen aan een ander machtig middel in de kunst:

Het theater.

Maar hoe kan je iemand die altijd de regie heeft nog verrassen?

Een ingekorte 4’33, geïnspireerd op John Cage, leek mij geen gek idee.

Dus kijk eens om je heen hier in de zaal. Naar bekende, vertrouwde gezichten, vrienden van het eerste uur.

Waarschijnlijk zie je ook aardig wat gezichten die je niet kent. Bewonderaars die dit moment niet willen missen.

En kijk ook eens omhoog. Naar de spanten van de Ridderzaal.
Niet zomaar een gebouw dat z’n deuren openstelt, voor dit moment.

Ze hebben hier een Versweyveld-waardig decor nagestreefd…

Dus laat eens even op je inwerken wat zich hier voltrekt.
Dan houd ik ook even m’n mond.

[…]

Beste mensen,

Ik ga hier geen gesproken CV presenteren.

U krijgt van mij geen opsomming van alles wat Ivo Van Hove voor het theater heeft betekend.

Dat heeft u in het juryrapport gehoord.

Ik vraag vanaf hier een minuut of zes van uw gehoor, om juist de belofte van onze winnaar te verkennen.

Het past de man die niet stilstaat het best.

En ik vind het horen bij iemand die op de première van z’n ene stuk begint te praten over de repetities voor het volgende.

Wat ligt er nog vóór hem – met deze prijs in handen?
Welke betekenis kan hij blijven spelen, voor hemzelf, voor andere makers, en voor ons land?

Maar voordat we samen die vragen verkennen, richt ik mijn blik eerst op iemand anders:

Jan.


Geen mens komt in z’n eentje tot het winnen van een prijs als deze.

Daar ben jij het levende bewijs van en Ivo zal de eerste zijn die dat bevestigt.

We mogen de liefde dankbaar zijn dat ze een creatief huwelijk als dat van jullie heeft gesmeed.

De creatieve kracht die jullie hebben ontwikkeld is ongekend.

Sinds het einde van jullie tienerjaren hebben jullie samen de wereld veroverd. 

Wat begon met een paar voorzichtige bezoekjes aan Parijs om daar de kunst af te kijken, eindigt in weken waarin jullie producties op drie of vier verschillende continenten te zien zijn.


Dat zal na vanavond onveranderd blijven. En juist dat aspect hoop ik de komende jaren te blijven zien.

Baanbrekende kunst die over grenzen heen kijkt.

Want cultuur en kunst werken als een spiegel voor onze samenleving.

Laat een kunstenaar zich beperken door landsgrenzen – of door welke grens dan ook – dan loop je het risico dat die die spiegel vrij smal wordt.

Cultuur, en zeker ook toneel, is één van de manieren waarop wij de dialoog voeren met de wereld om ons heen.

Een Europeaan die een toneelstuk maakt in New York is ook het Europa van nu in dialoog met de Verenigde Staten van president Trump.

Op het moment dat relaties tussen landen en continenten veranderen, wanneer er ruis en verstoring op de loer liggen – dan houden kunst, cultuur en wetenschap de dialoog open.

Maar dat mogen we niet alleen aan individuele kunstenaars als Ivo overlaten.

De kunstenaar die te horen krijgt dat hij of zij teveel in het buitenland werkt, verdient onze rugdekking.

Want juist in wat je vreemd of onbekend is, kun je inspiratie vinden.

Dat mag nooit op de tocht komen te staan.

Ivo, ik maak me er absoluut geen zorgen over dat jij je laat beperken.

Daar heb je inmiddels een te rijke ervaring voor.

Maar één van de rollen die ik in de toekomst voor je zie weggelegd, is die van mentor en rolmodel voor jong talent.

Ik weet dat er nu al velen zijn die naar je opkijken en van je leren.

Ik bied daarnaast nog een andere optie.
Eén van je vertrouwelingen wierp een treffende mogelijkheid op.

Ik citeer, en je mag straks bij de borrel raden wie:

'Ivo zou ook een uitstekende advocaat zijn. Want een advocaat begint waar het recht ophoudt. Hij is daarmee net als een kunstenaar maatgevend. Als moreel kompas voor de samenleving.'

Een quote als deze is je misschien wel net zoveel waard als een schouw vol Nederlandse prijzen, stel ik me voor.

En het is een rol die ik je met liefde toevertrouw.

Ik hoop dat veel van je toekomstige werk die morele functie blijft hebben.

Blijf ons naar huis sturen met de noodzaak onszelf te bevragen.

Beste Ivo,

We groeiden op in twee dorpjes op nog geen zeventien kilometer van elkaar.

Maar we liepen hele verschillende wegen.

Vorig jaar heb ik met een rolletje in Sign of the Times kort mogen proeven aan het toneel.

In aanloop naar vanavond vroeg ik me af wat er was gebeurd als jij mijn weg was gegaan.

Wat was er gebeurd als Ivo Van Hove mijn schoenen droeg, of staatsrechtelijk misschien iets eenvoudiger…
die van mijn Vlaamse collega Sven Gatz?

Ik denk dan aan drie dingen.


Één:

Volgens mij zou die advocaat in je een grondswetwijziging bepleiten.

Eentje die stelt dat kunst en cultuur niet onderhandelbaar is. Een basisbehoefte zoals de gezondheidszorg, waar we óók allemaal een zakcentje aan bijdragen.


Twee:

Je zou ons de garantie geven dat onder jouw bewind, ieder kind vanaf z’n geboorte, minstens twee keer per week thuis wordt opgehaald om het theater te bezoeken.


En drie:

Iedereen die het belang van de kunst in vraagvorm zou stellen, stopte je weg in de diepste kerker die je kon vinden.

Niet te lang. Tien minuutjes. Gewoon om ze even de grauwheid van een wereld zonder cultuur te laten ervaren.

En woonde ik dan ook nog eens in Vlaanderen, dan had je m’n stem.

Beste Ivo,

We gaan over naar het moment dat je toekomt – en waar je lang op hebt moeten wachten…

Ivo Van Hove, ik feliciteer je van harte met het ontvangen van de Johannes Vermeerprijs 2019.

Kom je naar voren zodat ik je de bokaal kan overhandigen?