Persconferentie Nationaal Programma Onderwijs

Op woensdag 17 februari 2021 om 14.00 uur gaven demissionair ministers Van Engelshoven en Slob een persconferentie over het Nationaal Programma Onderwijs.

Inleidend statement minister Van Engelshoven

Dank. Welkom, allemaal.

Minister Slob en ik zijn hier vanmiddag met goed nieuws voor het onderwijs. We hebben de afgelopen weken heel hard gewerkt aan de totstandkoming van het Nationaal Programma. Want op bijna elke school, elke onderwijsinstelling en op elke studeerkamer is door de pandemie extra werk te verzetten. Door het hele land wordt herkend hoe belangrijk onderwijs is om ook de jongste generaties perspectief te bieden, ná deze crisis. En ik wil hier vanmiddag nog maar eens een compliment maken aan elke leerling, elke student, elke docent en elke ouder die er in deze lastige periode het beste van maakt.

Met de basisscholen gelukkig weer open, kijken we reikhalzend uit naar het moment dat de middelbare scholen, de mbo-instellingen, hogescholen, en universiteiten aan de beurt zijn. Maar. Zelfs als dat moment daar is, moet er flink wat gebeuren om het onderwijs weer volledig op de rit te krijgen.

En daarom presenteren collega Slob en ik vandaag een stevig pakket aan maatregelen, voor de korte en langere termijn. De maatregelen zijn gericht op herstel en ontwikkeling van het onderwijs, op het inhalen én compenseren van vertraging, en op het ondersteunen van iedereen in het onderwijs die het moeilijk heeft.

We trekken in totaal ruim 8,5 miljard euro uit, om iedereen die nu door de pandemie in de knel komt, vooruit te helpen. En tegelijkertijd verbeteren we met dit geld het onderwijs ook structureel.

Minister Slob licht nu eerst toe wat het Nationaal Programma betekent voor het basis- en voortgezet onderwijs.

Toelichting minister Slob over plannen voor basis- en voortgezet onderwijs

Het Nationaal Programma dat we vandaag presenteren is ongekend in aard en omvang. Daarmee doen we recht aan leerlingen die door de maar voortdurende coronacrisis zwaar getroffen zijn in hun onderwijsontwikkeling en aan hun docenten die hen al die maanden al bijstaan. Voor basisscholen en scholen in het speciaal onderwijs, en middelbare scholen geldt dat we leerlingen, docenten en scholen voor in ieder geval 2½ schooljaar fors extra ondersteunen om opgelopen vertragingen weg te werken.

En om u een indruk te geven: een gemiddelde basisschool krijgt volgend schooljaar zo’n 180.000 euro extra. Bij een middelbare school gaat het om 1,3 miljoen euro. En scholen ontvangen meer als ze veel leerlingen hebben voor wie de kansen niet voor het oprapen liggen. We kiezen er heel nadrukkelijk voor om dit geld zoveel mogelijk in de scholen terecht te laten komen, zodat leraren mede kunnen bepalen hoe het geld uiteindelijk wordt ingezet. En belangrijk is ook dat er maatwerk voor leerlingen geboden wordt. Niet iedere oplossing werkt voor álle leerlingen, zelfs binnen een klas kunnen er verschillen zijn.

Ik noem enkele voorbeelden van maatregelen waar scholen gebruik van kunnen maken.

Voor de korte termijn vragen we van alle scholen om zelf of samen met andere scholen voor de komende zomerperiode extra lessen of andere ondersteuning te verzorgen, voor leerlingen die dat willen en nodig hebben.

Daarnaast kunnen middelbare scholen het geld inzetten om brede brugklassen in te richten, zoals vmbo/havo. Dit geeft leerlingen meer tijd om te kijken op welke plek ze het best tot hun recht kunnen komen.

Verder komen er extra mogelijkheden om gericht aandacht te geven aan de sociaal-emotionele ontwikkelingen van leerlingen. Extra ondersteuning en zorg voor leerlingen die zich eenzaam voelen door de vele tijd achter een scherm en de lange periode zonder klasgenoten is nu nodig. En dat is ook cruciaal voor hun verdere schoolloopbaan.

Ook krijgen scholen geld om leerlingen die het nodig hebben voor een langere periode bijles aan te bieden. Zo voorkomen we dat dit alleen beschikbaar is voor kinderen van ouders die dat kunnen betalen.

Uiteraard is ons er veel aan gelegen de druk op docenten te verminderen. Zij moeten zich echt kunnen richten op het lesgeven. Extra vakleerkrachten, onderwijsassistenten en ander ondersteunend personeel kunnen hier uitkomst bieden.

U zult begrijpen dat er met dit Nationaal Programma alles aan gedaan wordt om de jongste generaties in ons land dezelfde kansen te bieden als de generaties die zonder pandemie naar school gingen, en nog zullen gaan. Daarom gaan we heel gericht ook kijken wat elke leerling nodig heeft om de pijn van deze pandemie zoveel mogelijk te verzachten.

En tegen alle leerlingen zou ik willen zeggen: het land zat het afgelopen jaar misschien wel op slot, maar met dit Nationaal Programma houden we jullie toekomst open.

Dan geef ik graag het woord aan mijn collega Van Engelshoven, die u mee zal nemen in de plannen voor het middelbaar- en hoger beroepsonderwijs, en de universiteiten.

Toelichting minister Van Engelshoven over plannen voor middelbaar en hoger beroepsonderwijs, en de universiteiten

Dank.

Ik heb heel veel studenten gesproken het afgelopen jaar, en hun verhalen over eenzaamheid en wanhoop bereiken mij nog elke dag. En je zal in dit jaar maar  eerstejaars student zijn, in een vreemde stad, in je eentje begonnen. Je krijgt amper de kans om nieuwe vrienden te maken, en je zit nu al een jaar voornamelijk achter een scherm in plaats van in die collegezaal. Of misschien zou je dit jaar wel je mbo-opleiding afronden, met een stage waarin je alles wat je hebt geleerd kunt bewijzen, en nu is die stageplek er niet.

Het Nationaal Programma is er daarom ook voor alle mbo-, hbo- en wo-studenten, vanuit dezelfde gedachte als zojuist door collega Slob omschreven: corona mag voor niemand leiden tot minder kansen. Al onze maatregelen zijn hier op gericht, en zijn direct ook na deze persconferentie terug te lezen op de website van de Rijksoverheid. Maar ik wil er hier alvast vijf uitlichten.

En ik begin met het mbo. Meer dan 500.000 mbo-studenten zijn samen de motor van ons land. En we zien nu dat door gebrek aan stages en werkplekken die motor begint te haperen. En dat mogen we niet laten gebeuren. Daarom verhogen we de subsidies op praktijkleerbanen, en maken we het voor bedrijven voordeliger om toch, in het belang van studenten en hun bedrijf, vakmensen voor de toekomst te behouden.

Ten tweede. Om alle studenten, op mbo-instellingen, hogescholen en de universiteiten financieel, maar ook mentaal te helpen, krijgt elke student die nu studeert, volgend jaar 50% korting op het collegegeld.

Ten derde worden alle onderwijsinstellingen komend studiejaar al volledig en structureel gecompenseerd voor de veel grotere studentenaantallen van dit jaar en volgende jaren. Want we zien dat jongeren massaal voor een vervolgopleiding kiezen in plaats van een tussenjaar, een mooie reis, of iets anders wat nu tijdens corona even geen optie is. Dat leidt tot veel extra werk op de instellingen. Het extra geld moet er voor zorgen dat er meer mensen in dienst kunnen komen, en dat de werkdruk voor het personeel afneemt.

Als vierde maatregel zetten we stevig in op meer mentale ondersteuning voor studenten, bijvoorbeeld door meer studentendecanen en studiebegeleiders aan te stellen.

En tot slot zorgen we ervoor dat er 20.000 arbeidscontracten van jonge wetenschappers, waarvan het onzeker was of ze konden blijven, worden verlengd. Dat geeft zekerheid. Zij kunnen daarmee hun onderzoek afronden, maar ook onderwijs blijven geven.

Minister Slob en ik zijn er van overtuigd dat er met dit plan en met de hulp van iedereen die hier bij betrokken is, een stevige investering kan worden gedaan in de toekomst van die miljoenen kinderen, leerlingen, en studenten, maar ook de onderwijsprofessionals in het hele land.

Dank u wel.