Toespraak van minister Dijkgraaf bij uitreiking Spinoza- en Stevinpremies, 5 oktober 2022

Beste mensen,


Een bijzonder hartelijk welkom aan u allen. In het bijzonder aan de 6 laureaten die hier vandaag zitten, omringd door hun trotse familie, vrienden en collega’s.

Precies 19 jaar geleden zat ik op jullie stoel, ook met een trotse familie, inclusief drie jonge kinderen. Zij plaatsten deze feestelijke bijeenkomst in een ander perspectief. Want toen mijn voorganger Maria van der Hoeven in haar toespraak uitweidde over haar wetenschapsbeleid, onderbrak onze oudste zoon haar op luide toon met: “Wanneer komt dat beeldje nou?”

Waarop de minister zeer sportief haar betoog onderbrak met de woorden: “Je hebt helemaal gelijk, laten we maar naar de uitreiking overgaan.” Als u het goed vindt, wil ik vandaag graag toch iets langer stilstaan bij dit bijzondere moment. De schijnwerpers iets langer richten op de wetenschappers die wij vandaag vieren.

Beste laureaten,

Jullie hebben stuk voor stuk uitzonderlijke prestaties geleverd met baanbrekend onderzoek. Maar niet met het uiteindelijke doel om op een dag een beeldje te mogen ontvangen. Jullie blik reikt verder dan prijzen en publieke erkenning.

Ik heb nog nooit karate gedaan, maar er is me verteld dat om door een muur heen te slaan je op een punt achter de muur moet mikken. Alleen dan raak je de bakstenen met volle vaart. Ben je pas echt baanbrekend. Op zoek naar de geheimen die achter de muur schuilgaan. Naar antwoorden op vragen die buiten het zicht liggen. Dat vereist focus, vastberadenheid en durf.

En een lange aanloop.

Met diepgravende studies, gedurfde experimenten en jarenlange ervaring. Maar ook met tegenslagen en teleurstellingen. Twijfel en frustratie.  Al die momenten dat je niet in de schijnwerpers op een podium staat.

Als ik aan de laureaten van vandaag denk, zie ik ook een groepsportret. Met naast hen alle jonge mensen die ze begeleiden en inspireren. De studenten, promovendi en postdocs die in hun voetsporen treden. En de generaties die daarna komen.

Want hoe zit het over 10, 20 of 30 jaar? Kunnen we dan hier in Nederland nog steeds zulke talenten op het podium zetten? Krijgen die volgende generaties ook de lange aanloop om de successen te bereiken die we vandaag vieren? Wordt het ook hun gegund om te mikken op een punt ver voorbij de muur?

Ik hoop waarachtig van wel.

Om dat vooruitzicht veilig te stellen, investeert dit kabinet fors in onderwijs en wetenschap. De komende 10 jaar wordt daar meer dan 10 miljard euro voor vrijgemaakt. En deze financiële impuls gaat bovenal naar het ondersteunen en stimuleren van nieuw talent.

Zonder enige voorwaarden vooraf.  Opdat de jonge onderzoekers van nu ook de kans krijgen om hun eigen ontdekkingen te doen. En de rust en ruimte vinden om hun gedachten te laten dwalen. Om tot nieuwe inzichten te komen en hun eigen weg en bestemming vinden.

We moeten in jong talent investeren om in de wereldtop van de wetenschap te blijven. Maar dat is niet het enige. Want je kunt een top nooit in isolement zien.

Weet u waar de top van de Mont Blanc ligt? Niet in de Franse Alpen, op bijna 5 kilometer hoogte. Maar in Teylers Museum in Haarlem, op zeeniveau. Daar vind u een bescheiden rotsblokje afkomstig van de eerste wetenschappelijke beklimming van de hoogste berg van Europa in 1787 door de Franse onderzoeker de Saussure.

Toen was dit stuk steen een spectaculaire vondst.  Een grote gebeurtenis in de wetenschap. Maar daar in de vitrine in Haarlem is het best wel een zielig steentje. 

Of een Zen koan — wat is de top zonder de berg? Want het imposante alpenlandschap ontbreekt. Daarvoor moet je het volledige plaatje zien.

Net als in de wetenschap. Ook daar moeten we het geheel beschouwen.  Om te zien wat we met z’n allen in onderwijs en onderzoek doen. Tot welke nieuwe hoogtes we elkaar weten te brengen. Van eerstejaars studenten tot de prijswinnaars van vandaag. Zo zie ik jullie ook.

Niet als geïsoleerde kroonjuwelen van de wetenschap, uitgestald in een chique vitrine.  Maar als voorbeeldige leden van die grotere gemeenschap. Uitgelichte toppen van het bergmassief dat jullie draagt. En waaraan jullie zoveel teruggeven. Iedere dag weer.

Een ding valt mij op van hen die tot grote hoogte zijn gekomen: een natuurlijke bescheidenheid. Want vanaf de top wordt pas echt goed zichtbaar hoe ver het landschap strekt. Hoeveel hogere toppen er nog te beklimmen zijn. Dat na de doorbraak het avontuur eigenlijk pas begint. Dat er nog zoveel moois en verrassends in het verschiet ligt. Dat vandaag niet meer is dan een tussenstation. Om even van het panorama te genieten.

Dat vergezicht geeft ons allemaal hoop en verwachting voor de toekomst.

Alle succes op jullie verdere reis.  Voorwaarts en opwaarts.  Bon voyage!