Toespraak staatssecretaris van Huffelen (Koninkrijksrelaties en Digitalisering) op Curaçao

Tula warda, no wak ahinda
Ya ku nos tin algun kos di drecha
Kere ku nos ta trahando duru

Ekselensia, 
apresiabel presentenan, 
apresiabel abitantenan di Kòrsou,

Deze zinnen uit het lied ‘Tula Warda’ van Maestro Doble R 
klinken in aanloop naar deze belangrijke dag in mijn hoofd.

Want:
de excuses die de Nederlandse regering 
vandaag heeft aangeboden, 
zijn een belangrijke eerste stap op de weg naar herstel.

Alle mensen die ik het afgelopen jaar 
over dit beladen onderwerp heb gesproken, 
hebben me geleerd, 
dat excuses hand in hand gaan 
met erkenning en maatschappelijk  herstel.

Zij vertelden me keer op keer: 
we hebben samen nog een weg te gaan. 

En die boodschap heb ik gehoord. 
En die heb ik gevoeld.

Onder een Tamarindeboom, 
in de tuin van het Curaçao’s Museum,
vertelde Maria Liberia-Peters 
over een jongen. 

Hij maakte een tekening van zijn zwarte moeder, 
Maar gaf hij haar een wit gezicht.
Waarom?
Omdat hij wenste dat zijn moeder wit zou zijn.

Verschillende jonge mensen – twintigers, dertigers
vertelden me hoe ze last hebben van het trauma 
dat al generaties lang opgeslagen zit in hun DNA.

En op de Juan Pablo Duarte school ontmoette ik leerlingen 
die mij op hun huidskleur wezen…

en iets hartverscheurends zeiden:
‘Wij voelen ons tweederangsburgers.’

Mi deseo ta,
ku nunka mas, 
ningún mucha den nos reino, 
lo krese ku e sentimentu aki.

Daarom ben ik dankbaar dat we hier vandaag bij elkaar zijn. 
Op deze bijzondere plek ter nagedachtenis aan Tula.
Want om dat doel te bereiken, 
zijn de excuses, 
die de minister-president 
namens de Nederlandse regering aanbood, 
een onmisbare eerste stap.  

Lagami papia klá: 
sklabitut ta un krimen kontra humanidat. 
Siglonan largu,  a malhusá i maltratá hende 
den nòmber di estado Hulandes.
Laat ik duidelijk zijn: 
slavernij is een misdaad tegen de menselijkheid. 
Eeuwenlang zijn mensen uitgebuit en mishandeld,
in naam van de Nederlandse staat.


Dat gebeurde ook op Curaçao. 
Op een vreselijke manier 
werden mensen hier tot handelswaar gemaakt.

Vanwege de ligging 
was Curaçao vooral een tussenstation 
om tot slaafgemaakte Afrikanen door te verkopen 
aan Spanjaarden, Engelsen, Portugezen en Fransen.
Een tot slaaf gemaakte man 
leverde gemiddeld 200 gulden op, 
tegen een inkoopprijs van 40 gulden. 
Een even onthutsend als absurd feit.

Maar een aantal tot slaafgemaakten 
werd ook hier verkocht. 

Van hun waardigheid, vrijheid en autonomie beroofd, 
werden ze gedwongen 
op het land, op het water of in de zoutpannen te werken.

Ze kregen te weinig te eten 
en moesten steeds langer werken, 
in de brandende zon. 
Eigenaren mishandelden en verkrachtten hen. 
Wie niet luisterde, werd gemarteld of vermoord.

Maar 17 augustus 1795 was anders dan andere dagen.

Vanaf die dag kwam deze man, Tula, 
in opstand tegen zijn plantage-eigenaar, 
Casper Lodewijk van Uytrecht. 

Gesteund door Bazjan Carpata, Pedro Wacao en Louis Mercier, 
sloten zo’n tweeduizend slaafgemaakten 
zich bij de opstand van Tula aan.

In de dagen ná de opstand, 
werd pater Jacobus Schinck 
als bemiddelaar naar Tula gestuurd. 

Uit zijn aantekeningen weten we wat Tula tegen hem zei: 

‘Nos a wòrdu demasiado maltratá. 
Nos no ta buska pa hasi ningun hende daño, 
ma nos ta buska nos libertat!’

Wij zijn al teveel mishandeld. 
Wij zoeken niemand kwaad te doen, 
maar zoeken onze vrijheid.’


En ook:

Ai pader, nan ta sòru mihó pa un bestia. 
Si un bestia kibra un pata, e ta wòrdu kurá.

Tula en de zijnen voerden een ongelijke 
en oneerlijke strijd. 

Na een paar weken mislukte de missie: 
de opstand van deze helden werd neergeslagen.

Op 3 oktober 1795, 
werden Tula, Bazjan Carpata en Pedro Wacao 
op gruwelijke wijze geëxecuteerd. 
Toen Ik de details hiervan hoorde,
 werd ik er stil van. 

Ik vraag me altijd af,
hoe Curaçao de volgende dag wakker werd.
Ging het leven op de plantages weer op oude voet door?
Alsof er niets gebeurd was?
Was er nog iets blijven hangen 
van de strijdlust en volharding van Tula? 


En niet alleen van hem. 
Maar van alle mensen die zo moedig waren geweest 
zijn voorbeeld te volgen; 
wetend wat de prijs was als het misging?
Wij zullen nooit weten hoe het voelde, 
toen met Tula zelf 
ook de hoop die hij bracht 
stierf.

De officiële afschaffing van de slavernij

Volgde pas zeventig jaar later.

Op 1 juli 1863.

Met zijn heldendaad heeft Tula ons geleerd
dat het belangrijk is om te strijden voor je principes.
Voor vrijheid, gelijkheid en broederschap.

Awor nos ke hasi hustisia na Tula. 
Pa e motibu aki, 
gobiernu Ulandes, 
– meskos ku gobiernu di Kòrsou a hasi kaba – 
ta bai rehabilitá Tula 
formalmente.

Omdat we de geschiedenis recht willen doen, 
gaat de Nederlandse regering 
– in navolging van de regering van Curaçao – 
Tula formeel,
eerherstel geven. 

Het moment en de wijze waarop we dat doen, 
gaan we samen met u vormgeven.

Daarmee geven we gehoor 
- ik mag wel zeggen eindelijk -
aan deze terechte wens, 
waar velen van u lang voor hebben gestreden.

Zoals Tula een waardig eerherstel verdient, 
verdienen veel mensen die na hem zijn gekomen 
Erkenning en waardering. 
Al tijdens mijn eerste reis als staatssecretaris Koninkrijksrelaties 
heb ik velen ontmoet die zich al jaren inzetten
voor meer erkenning voor het slavernijverleden 
en voor de doorwerking ervan.

en velen van u zijn hier vandaag aanwezig.

Deze gesprekken hebben diepe indruk op mij gemaakt. 
Ze hebben me laten zien 
hoe belangrijk het is dat we ons verzoenen.
Met het verleden én met elkaar. 
Want alleen dan,
kan onze gezamenlijke toekomst vorm krijgen.

De tekst van ‘Tula Warda’, 
waarmee ik begon, 
vertelt dat het niet eenvoudig is 
om dat te bereiken.

In die verzoening wil ik mijn ziel en zaligheid steken. 
In mijn hart geloof en voel ik dat we het kunnen. 

Ik heb gezien hoe het slavernijverleden 
ook nu nog doorwerkt op Curaçao. 
Voor mensen persoonlijk, 
in hoe we samenleven 
en in de relatie met Nederland.

De weg naar verzoening en herstel 
is geen keurig geasfalteerd pad.

Het zal eerder lijken op het steile pad vol rotsen 
richting de top van de Christoffelberg. 
Waarover je voorzichtig aftastend 
en ploeterend 
steeds een stukje dichter bij de top komt. 

Wanneer we daar aankomen, kan ik u niet vertellen.
Maar vandaag zetten we de eerste stap.

Laten we sámen de volgende stappen zetten. 
Op basis van wederzijdse waardering en respect. 
Waarbij we uitgaan van onze gezamenlijke kracht. 

Ik kijk ernaar uit 
om er de komende jaren 
samen met u hieraan te werken

Te beginnen met het eerherstel van Tula.
En door een onafhankelijk comité op te richten 
dat een waardige herdenking 
van het slavernijverleden organiseert.

Volgend jaar, vanaf 1 juli, 
herdenken we in het hele koninkrijk 
tijdens het Herdenkingsjaar Slavernijverleden. 
We gaan dat samen doen. 
Ik nodig het Platform slavernijverleden van harte uit 
om dat met ons te doen.

Investeren in educatie, onderwijs en onderzoek 
is hard nodig.
Niet alleen in het Herdenkingsjaar, maar voor altijd.

Zodat we ook daarna 
blijven bouwen aan een toekomst 
die is gestoeld op 
erkenning, verzoening en gelijkwaardigheid. 

Een toekomst waarin iedereen 
Onze geschiedenis kent en erkent.

Een toekomst waarin we het cultureel erfgoed van Curaçao, 
zoals het mooie Papiamentu,
en de prachtige Tambu en Tumba, 
beschermen.
I un futuro 
kaminda tur hende den reino 
tin mesun chèns 
I den kuá 
nos no ta laga ningún hende 
keda patras. 
Kaminda no ta importá 
unda bo a nase

En een toekomst, 
waarin iedereen in het Koninkrijk 
gelijke kansen heeft.
En we niemand achterlaten. 
Waarbij het niet uitmaakt 
in welk deel je geboren bent.

Ya ningun mucha na kolegio Juan Pablo Duarte, 
ni na niún otro kaminda, 
ta sinti nan mes 
mènos ku un otro.

We  laten Tula niet meer wachten
Nos no ta laga Tula warda mas.
Tula wak!

Masha danki.