Toespraak minister Schreinemacher tijdens Srebrenica-herdenking in Den Haag

Toespraak van minister Liesje Schreinemacher (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) tijdens de Nationale Srebrenica-herdenking op 11 juli 2023 in Den Haag.

Het gesproken woord geldt.

Dames en heren,

Excellenties,

Dobor Dan.

8372 namen. 8372 namen staan er op het herdenkingsmonument in Potočari. 8372 namen van onschuldige slachtoffers. Sommigen waren nog geen 15 jaar oud. In koelen bloede, en met voorbedachten rade, werden zij vermoord in de heuvels rond Srebrenica. De reden was geen andere dan blinde, nietsontziende haat. Haat jegens een bevolkingsgroep die al eeuwen in Bosnië woonde. Nog altijd schieten woorden tekort om uitdrukking te geven aan de verbijsterende omvang van deze genocide. 

Srebrenica is een ultieme waarschuwing voor wat er kan gebeuren als polarisatie, racisme en etnisch nationalisme onze samenlevingen vergiftigen. En het boek Srebrenica, met zijn inktzwarte bladzijden, is nog altijd niet dicht. De pijn wordt nog steeds gevoeld. Vandaag zijn wij bij elkaar om de slachtoffers van de genocide in Srebrenica te herdenken, en ons respect te betuigen. We zijn met onze gedachten bij al die vaders, zonen, broers, neven en vrienden die er niet meer zijn.

We denken terug aan de machteloosheid van onze VN-soldaten tegenover de Bosnisch-Servische agressie. En we staan stil bij het falen van de internationale gemeenschap om de mensen van Srebrenica te beschermen. Zo voltrok zich de grootste genocide in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog.

Als onderdeel van de internationale gemeenschap deelt de Nederlandse regering in de verantwoordelijkheid voor de situatie waarin dit kon gebeuren. Hiervoor bood Minister Ollongren vorig jaar op 11 juli namens de Nederlandse regering haar diepste excuses aan. Deze excuses wil ik hier graag onderstrepen met een moment van stilte.

Beste aanwezigen,

Wij allen dragen de littekens van Srebrenica met ons mee. En u, Bosniakken in Nederland, natuurlijk het meest van iedereen. Maar op deze plek wil ik u op het hart drukken: u staat er niet alleen voor. Een generatie na de genocide in Srebrenica is onze belangrijkste opdracht om deze nachtmerrie samen een plek te geven. De excuses die de Nederlandse regering heeft aangeboden, dragen daar hopelijk aan bij. Essentieel is ook het werk het Joegoslavië Tribunaal en het Internationaal Restmechanisme voor Straftribunalen, hier in Den Haag.

Dankzij hun inzet zijn niet alleen schuldigen gestraft en veroordeeld; het Joegoslavië Tribunaal heeft ook onomstotelijk aangetoond wat er van uur tot uur in Srebrenica is gebeurd. Erkenning van deze feiten draagt bij aan heling van ons gezamenlijke trauma, en geeft richting voor de toekomst. En ik zie meer aanknopingspunten die ons hoop en perspectief bieden.

Het belangrijkste aanknopingspunt bent u, de Bosnische gemeenschap in Nederland. Veruit de meesten van u kwamen door de oorlog naar Nederland. Beroofd van alles wat u liefhad, zonder tijd om te huilen of te rouwen. In de woorden van Emir Suljagic, directeur van het Srebrenica Memorial Center: iedere herinnering was een litteken. Maar u heeft met grote moed en veerkracht weer een nieuw bestaan opgebouwd. Uw kinderen gingen hier naar school of naar de universiteit, en werken nu hard aan een eigen toekomst. Ik kijk hier met groot respect en bewondering naar. 

Wij vinden elkaar in onze wil om de herinnering aan Srebrenica levend te houden. Er is geen beter voorbeeld om dit te illustreren dan uw initiatief voor een monument in Nederland voor de genocide in Srebrenica. Het monument, dat hier komt in Den Haag, laat zien wat er mogelijk is als Bosniakken en Nederlanders samenwerken aan één doel. Het geeft de genocide een permanente, en zichtbare plek in het Nederlandse straatbeeld. En het maakt eens te meer duidelijk dat Srebrenica ook Nederlandse geschiedenis is. Een lang gekoesterde wens van uw gemeenschap gaat daarmee in vervulling.

Op deze dag, 11 juli, vind ik het belangrijk dat u weet dat Nederland naast u staat. Juist nu, nu Bosnisch-Servische leiders opnieuw het voortbestaan van Bosnië en Herzegovina ter discussie stellen. Velen van u maken zich hier zorgen over. En met u delen wij die bezorgdheid. We zien dat genocide-ontkenning en etnische retoriek in Bosnië weer toenemen. En dat de Republika Srpska onder president Dodik het vredesakkoord van Dayton blijft ondermijnen. Laat ik hier heel duidelijk over zijn: dat is niet acceptabel.

Het kabinet staat voor de soevereiniteit en territoriale integriteit van Bosnië en Herzegovina. Daarom heeft de Nederlandse regering, met steun van de Tweede Kamer, besloten Nederlandse militairen te sturen naar de EUFOR-missie Althea. En zo bij te dragen aan de veiligheid en stabiliteit in de regio.

Nederland blijft voor altijd verbonden aan Bosnië en Herzegovina. Dat zijn we verplicht aan u, en aan de meer dan achtduizend jongens en mannen die 28 jaar geleden zijn vermoord. Wat met hen is gebeurd, kunnen we niet vergeten of laten rusten. Juist nu niet, nu elders op het Europese continent weer oorlog woedt, en de lichamen van vermoorde burgers weer in de straten liggen.

Als Nederland hebben wij een plicht om de herinnering aan Srebrenica levend te houden. Om woorden te geven aan wat er is gebeurd. En om te blijven vertellen over de levens die werden uitgedoofd vanwege een haatdragend waanidee. Want dat is de les van Srebrenica: Aanwakkeren van intolerantie is spelen met vuur. Als we niet tijdig stelling nemen, dan geven we een onvoorstelbaar kwaad opnieuw de kans om toe te slaan.

En daarom zeggen wij ook nu: nooit meer Srebrenica. Never again.

Nikada više.

Dank u wel.