Den Haag, 12 maart 2001

SP-Kamerlid Harry van Bommel vindt dat onderwijsminister Hermans de gedupeerde aio's en oio's financieel tegemoet moet komen. Door een gewijzigd uitkeringsregime mogen de promovendi na vier jaar niet meer doorwerken aan hun proefschrift omdat zij geen onbetaalde werkzaamheden mogen verrichten. Van Bommel: "Deze regelverharding maakt het voor een grote groep wetenschappers praktisch onmogelijk om nog aan promotieonderzoek te beginnen. Slechts twaalf procent slaagt erin het proefschrift binnen de contracttijd af te ronden. De rest mag borden gaan wassen als ze na vier jaar nog niet klaar zijn." Het verbaast Van Bommel dat de minister niets gedaan heeft om dit te voorkomen, ook omdat onlangs is gebleken dat er de komende tien jaar een groot tekort aan onderzoekers ontstaat. "Ik ging ervan uit dat de minister de omstandigheden voor promovendi zou verbeteren maar niets is minder waar. Ik raak er inmiddels wel aan gewend dat Hermans zich niet hard maakt voor het onderwijs", aldus het Kamerlid.


1. Kent u het bericht "Duizend aio's zonder geld door controle"
2. Is het juist dat promovendi na het verstrijken van de vierjarige contracttermijn sinds 1 januari 2001 onder de Werkloosheidswet vallen, dat zij geen onbetaalde werkzaamheden mogen verrichten en dat zij daardoor hun proefschrift niet kunnen voltooien, mits zij dit niet binnen de contracttijd hebben afgerond?
Zo ja, wat is hierover uw oordeel, mede gezien het feit dat een ruime meerderheid van de aio's en oio's na vier jaar nog niet klaar is met zijn of haar promotieonderzoek?

3. Hoe oordeelt u over de gewijzigde uitvoering van het uitkeringsregime voor promovendi als gevolg van de aanpassingswet OOW? Bent u van mening dat begeleiders en promovendi tijdig op de hoogte zijn gesteld van de veranderingen?
Kunt u uw antwoord toelichten?

4. Bent u bereid om in overleg te treden met de VSNU en andere betrokkenen teneinde tot een oplossing te komen van het probleem waarmee de promovendi te maken hebben gekregen?

5. Deelt u de mening van het Laioo, dat verlenging van de contracten van de promovendi als tijdelijke oplossing nodig is? Zo nee, waarom niet?

6. Bent u van mening dat de vrijgekomen middelen die vóór 1 januari 2001 nog besteed werden aan de wachtgeldregeling, thans ingezet zouden kunnen worden voor een aparte regeling die rekening houdt met de bijzondere omstandigheden van de promovendi?
Zo nee, bent u bereid om de voor promovendi nu geldende WW-regelgeving aan te passen?