Ingezonden persbericht


Modernisme
4 september 2001 | 16.00 uur
Mw. J.M.L. Kint | licentiaat in de Oudheidkunde en Wijsbegeerte, KU Leuven, België
Promotor | prof.dr. J.W. Drukker (fac. OCP)
Toeg. prom.| dr. C.J. Overbeeke (UHD-fac. OCP)

Expo 58 als belichaming van het humanistische modernisme
Met het onderzoek van Kint wordt een wereldmanifestatie, met name die van 1958 of Expo 58, exhaustief toegelicht. Deze strekt zich met de vele voorbereidingen uit over een tijdspanne van tien jaar en heeft de aandacht getrokken van Kint omwille van de paradox hoe de Europese samenleving, met de somber ingestelde maatschappijkritische, literaire en artistieke houding die het onmiddellijke gevolg zijn van de oorlog, desalniettemin haar vertrouwen stelt in een technologisch Utopia. Kenmerkend voor de 20ste eeuw is immers haar Janushoofd, met somber gestemde Europese intellectuelen zoals Aldous Huxley en George Orwell. Na de Tweede Wereldoorlog creëerden zij een ideologische leegte die door de irrationele oorlogsjaren meer dan ooit werd bevestigd. Ondanks de impact van hun waarschuwingsdystopieën ontstond er in de fifties wel degelijk een utopie van een betere wereld waarin alle noden zijn op te lossen door middel van wetenschap en technologie. De voornaamste verdediger ervan is Sir Julian Huxley, wiens visie op mens en samenleving de naam meekreeg van evolutionair humanisme en de ideologie van Expo 58 weerspiegelt. Deze ideologie werd zowel geschraagd door een gematigd, aan de realiteit van de tijd aangepast optimisme, als door consolidatie op wereldschaal vanuit een economische samenwerking met een nieuw Verenigd Europa dat, als stad van de internationale samenwerking, tevens een sociaal-economische en culturele inleiding vormde tot de geest van solidariteit en vreedzame wetenschappelijke samenwerking op mondiaal vlak, die de boventoon voerde in het prestigieuze Internationaal Paleis van de Wetenschap. Daarmee gaven de organisatoren te kennen deze wereldtentoonstelling te plaatsen in het teken van de mens, de wetenschap en de technologie en, in de lijn van het modernistisch humanisme, het rationalisme, de universaliteit van de wetenschappelijke waarheid en de technologische vooruitgang te claimen als hoofdmoto van dit wereldgebeuren. De vorderingen inzake vreedzaam gebruik van kernenergie waren in die jaren als thema brandend actueel en weerspiegelden zich in de strategie van de organisatoren om de aandacht van het publiek af te wenden van het schadelijk imago van de wetenschap en de techniek als drager van oorlog en vernieling en, tegen de achtergrond van het op politiek, cultureel en technologisch vlak bijzonder gespannen klimaat dat de Koude Oorlog met zich heeft meegebracht, van Brussel het nieuwe symbool van het atoomtijdperk te maken. Het onderzoek van Kint blijft echter niet beperkt tot een rits vragen in de trant van: hoe bewerkstelligde Expo 58, in het nieuwe atoomtijdperk, de belofte van een betere en meer humane toekomst? Het onderzoek handelt eveneens over EXPO 2000 die, net zoals Expo 58 destijds, de tentoonstelling wordt van de maakbare dromen en tegelijkertijd de eerste blik werpt op het derde millennium van onze jaartelling. In het jaar 2005 zal Japan nog een stap verder zetten in het driemangesprek tussen mens, techniek én natuur en levert meteen het bewijs dat Hannover een gevoelige maatschappelijke snaar heeft geraakt die meer is dan louter trendgericht en die haar tijd een spiegel wil voorhouden.

Voor verder lezen:

* Humanisme vandaag, 1987

* Lanham, R.A.: literacy and the survival of humanism, 1983
* Tageson, C.W. humanistic psychology: a synthesis, 1982
* Praag, J.P. van: grondslagen van het humanisme, 1978