Gemeente Breda

06-09-2001

Wijk Heuvel krijgt extra financiele impuls
Opnieuw is er geld beschikbaar voor bewonersinitiatieven, dit maal in de wijk Heuvel. Bewoners en samenwerkende organisaties krijgen 2 ton voor het Lusten en Lasten-plan. Het geld is door de provincie Noord Brabant ter beschikking gesteld en door het college akkoord bevonden. Het Lusten en Lastenplan past namelijk goed in de ontwikkelingsvisie voor Heuvel.

De ontwikkelingsvisie Heuvel behelst stadsontwikkelingsplannen voor de lange en korte termijn. Bij alle plannen worden bewoners zoveel mogelijk betrokken. Bewoners krijgen de gelegenheid om projecten te bedenken en medeverantwoordelijkheid te dragen voor de uitvoering. De keuze of de bewoners dat willen doen maken zij zelf. Dit sluit nauw aan bij de Lusten en Lasten-aanpak. De lusten slaan namelijk op de voordelen van initiatieven voor de bewoners zelf, maar de lasten slaan op de (gedeelde) verantwoordelijkheid voor de uitvoering.

Bij het Lusten en Lasten-project zullen bewoners uit de wijk Heuvel uitgenodigd worden om ideeën aan te geven rondom vier themas: veiligheid, jeugd en jongeren, vervuiling/schoonhouden van de buurt en herstructurering. Deze themas corresponderen met de onlangs vastgestelde nota sociaal en fysiek beheer. Door de koppeling te leggen met sociaal en fysiek beheer hoopt de gemeente dat bewoners zich meer betrokken zullen gaan voelen met hun directe woonomgeving. Het is de bedoeling dat de bewoners uit de ingeleverde ideeën zelf een keuze maken voor de uitvoering van deze plannen. Vervolgens zullen zij deze plannen ook zelf gaan uitvoeren. Daarbij worden zij ondersteund door de gemeente, de woningbouwcorporaties en de stichting Vertizontaal.

In Breda Noordoost loopt als onderdeel van het project Samenwerken aan Leefbaarheid reeds een experiment Lusten en Lasten. Het succes van de aanpak in Breda Noordoost heeft er toe bijgedragen dat dit nieuwe initiatief wordt opgezet. Het project heeft een looptijd van een jaar. Na de evaluatie van de resultaten zal besloten worden of het project een vervolg krijgt.

Breda, 6 september 2001