Centraal Bureau voor de Statistiek

Conjunctuurbericht

Centraal Bureau voor de Statistiek september 2001

l Algemeen: grote onzekerheid
l Aandelenkoersen: sterke dalingen na aanslagen
l Consumentenvertrouwen: na aanslagen fors gedaald

Algemeen Economische groei Het conjunctuurbeeld in september is sterk beïnvloed door onzekerheid % over de gevolgen van de terreuraanslagen in de Verenigde Staten (VS). In de maanden vóór de aanslagen liep de economische groei in Nederland, 6 de VS en veel andere landen terug. Een aantal landen balanceerde zelfs 5 op het randje van een recessie. De inmiddels bekende effecten van de aanslagen maken een spoedig herstel van de economie onzeker. Zo zijn 4 de beurskoersen sinds de aanslagen internationaal scherp gedaald en is het consumentenvertrouwen in Nederland en de VS na de gebeurtenis- 3 sen fors omlaag gegaan. Een aantal eerder deze maand beschikbaar ge- komen indicatoren wees op een stabilisatie, na een periode waarin de 2 cijfers steeds minder gunstig werden. Met name de inflatie en het pro- 1 ducentenvertrouwen zijn vrijwel stabiel gebleven. Bij de producenten- prijzen is zelfs sprake van een teruglopend tempo van prijsstijgingen. 0 Enkele andere indicatoren zijn echter minder positief. Zo is bij de uitvoer I II III IV I II III IV I II III IV I II 1998 1999 2000 2001 opnieuw sprake van een afnemende waardestijging. Bij de werkloosheid vindt geen verdere daling plaats. Nederland Eurozone Verenigde Staten

Aandelenkoersen
De terreuraanslagen in New York en Washington op dinsdag 11 septem- Aandelenkoersen Nederland en VS ber hebben direct hun weerslag op de aandelenkoersen op de Amster- damse beurs. Dezelfde dag daalt de CBS-herbeleggingsindex met 5,6% 1 600 11 000 en vervolgens is er op vrijdag 14 september weer een forse daling met 6,6%. Op maandag 17 september heropent de beurs op Wall Street. De 1 500 10 500 graadmeter van de aandelenbeurs in New York (de Dow Jones index) sluit 7% lager. De rest van de week blijven de koersen zowel in New 1 400 10 000 York als in Amsterdam dalen. Deze voortdurende daling wordt vooral veroorzaakt door koersdalingen met tientallen procenten in de zwaar 1 300 9 500 getroffen sectoren luchtvaart en (her)verzekeraars. In de VS zijn massa- 1 200 9 000 ontslagen van tienduizenden personen aangekondigd. Gerekend vanaf de slotkoers van maandag 10 september is de Dow Jones op vrijdag 21 1 100 8 500 september gedaald met 15%, de CBS- herbeleggingsindex met ruim 20%. Voorafgaand aan de aanslagen vertoonden de beurskoersen in de VS al 1 000 8 000 13 14 15 16 17 20 21 22 23 24 27 28 29 30 31 3 4 5 6 7 10 11 12 13 14 17 18 19 20 21 een dalende tendens. Vanaf eind augustus zijn de koersen door de stag- augustus september nerende economische groei en de vrees voor een mogelijke recessie bijna Ned. herbeleggingsindex VS Dow Jones index voortdurend gedaald; op maandag 10 september waren de koersen 8% '83=100 (linkerschaal) (rechterschaal) lager dan twee weken tevoren. De koersen van de aandelen op de Amsterdamse beurs volgden in het voetspoor van Amerika. De CBS- herbeleggingsindex was op maandag 10 september zo'n 10% lager dan Consumentenvertrouwen en koopbereidheid medio augustus. Saldo percentage positieve en negatieve antwoorden als % van het totaal 30 Consumentenvertrouwen
Het Nederlandse consumentenvertrouwen is ongeveer anderhalve week 25 na de terreuraanslagen van 11 september in de VS negen punten lager in 20 vergelijking met het reguliere septembercijfer van de vertrouwensindex, 15 dat betrekking heeft op de eerste helft van de maand. De vertrouwens- 10 index bestaat uit twee onderdelen: het oordeel over de economie in het algemeen en de koopbereidheid, die aangeeft hoe consumenten denken 5 over hun eigen financiën en het doen van grote uitgaven. Beide onder- 0 delen laten een vergelijkbare daling van het vertrouwen zien. Het oor- -5 deel over het economisch klimaat komt tien punten lager uit, de koopbe- reidheid neemt acht punten af. In vergelijking met eerdere crisisperioden -10 j a s o n d j f m a m j j a s is de daling van de koopbereidheid opvallend. 2000 2001 De lagere koopbereidheid hangt vooral samen met een minder gun- Consumentenvertrouwen Koopbereidheid stige verwachting over de eigen financiële situatie van huishoudens.

Inlichtingen: (045) 570 70 70 ­ Fax: (045) 570 62 68 ­ E-mail: Infoservice@cbs.nl l ISSN 0920-9743 l © Bronvermelding is verplicht l Verveelvoudiging voor eigen of intern gebruik is toegestaan l Actuele CBS-informatie wordt ook geboden via: NOS-teletekst, conjunctuurpagina 506, nieuwspagina 507 en internet: http://www.cbs.nl l Afsluitdatum gegevensverwerking 25 september 2001 l De kwartaal- en maandcijfers zijn nog niet aangepast aan de Nationale rekeningen 2000.



Kerngegevens recente ontwikkelingen
Procentuele mutaties t.o.v. dezelfde periode het jaar daarvoor, tenzij anders aangegeven

1994/98 1999 2000 2000 2001 gemidd. 3e kw. 4e kw. 1e kw. 2e kw. mei juni juli aug.

Economische kernvariabelen (volume)
Bruto binnenlands product 3,3 3,7 3,5 3,5 2,8 1,6 1,5 ­ ­ ­ ­ Invoer goederen en diensten 7,3 6,3 9,4 8,2 8,8 6,7 2,4 ­ ­ ­ ­ Consumptie 2,7 3,9 3,2 3,0 3,9 1,9 2,0 ­ ­ ­ ­ Overheid 1,5 2,8 1,9 3,1 3,0 2,8 2,5 ­ ­ ­ ­ Gezinnen 3,2 4,5 3,8 2,9 4,3 1,4 1,8 ­ ­ ­ ­ w.o. Individuele consumptie binnenland ­ 4,0 3,5 3,4 3,9 1,5 1,7 2,0 2,7 ­ ­ w.v. Voedings- en genotmiddelen 1,6 1,2 1,2 ­0,8 ­0,5 1,5 ­2,0 ­0,3 0,6 ­ ­ Duurzame consumptiegoederen 4,3 8,3 5,4 3,6 5,9 ­3,3 0,8 1,0 4,3 ­ ­ Overige goederen ­ 3,5 2,1 3,4 1,5 2,5 3,1 3,5 3,4 ­ ­ Diensten ­ 3,3 3,6 4,2 4,7 2,8 2,4 2,5 2,4 ­ ­ Bruto investeringen in vaste activa 4,8 7,8 3,8 2,5 1,1 0,1 ­2,5 ­ ­ ­ ­ Bedrijven 5,1 7,8 3,1 2,7 0,8 ­0,3 ­3,1 ­ ­ ­ ­ Overheid 3,3 7,7 8,1 1,7 3,3 3,3 1,7 ­ ­ ­ ­ Uitvoer goederen en diensten 6,8 5,4 9,5 9,5 8,3 6,6 2,6 ­ ­ ­ ­

Productie (volume)
Delfstoffenwinning 0,9 ­8,2 ­2,1 ­2,9 ­4,9 0,9 5,9 0,1 1,2 ­ ­ Industrie 3,1 2,9 4,7 2,4 2,0 0,7 0,9 ­2,1 0,6 ­ ­ Openbare nutsbedrijven 0,5 6,2 1,6 2,1 1,0 1,3 0,8 0,5 1,0 ­ ­ Bouwnijverheid 1,0 5,5 3,8 0,8 1,0 ­1,4 ­1,5 0,2 ­ ­ ­

Prijzen
Consumentenprijsindex 2,2 2,2 2,6 2,7 3,0 4,4 4,7 4,9 4,5 4,6 4,7 Producentenprijzen industrie afzet 1,1 0,2 11,6 12,1 11,4 6,4 4,9 4,9 3,6 1,4 ­ Producentenprijzen industrie verbruik 1,1 1,9 19,4 18,8 17,6 7,2 5,5 5,8 3,5 0,7 ­ Aardolie, North Sea Brent (in $ per barrel) 17,17 17,99 28,53 30,59 30,07 26,42 27,61 28,50 27,83 25,47 25,87 Amerikaanse dollar (in gld) 1,81 2,07 2,39 2,44 2,54 2,39 2,52 2,52 2,58 2,56 2,45 Goud (in gld per 1 gram fijn) 20,92 18,94 21,88 22,13 22,36 20,72 22,10 22,70 22,41 22,55 21,94

Cao-lonen
Particuliere bedrijven 2,0 2,8 3,1 3,3 3,1 3,2 4,4 4,4 4,8 5,2 5,3 Overheid 1,5 3,2 2,8 2,8 2,9 4,1 5,5 5,9 5,8 4,4 4,2 Gepremieerde en gesubsidieerde sector 1,1 3,0 2,9 4,0 2,6 2,8 3,9 3,4 4,8 6,2 6,3

Stemming 1) (in %)
Producentenvertrouwen industrie 3,2 3,0 6,7 7,8 5,8 1,8 ­1,2 ­0,9 ­2,3 ­1,4 ­1,6 Consumentenvertrouwen 6,0 14,0 24,0 24,8 19,6 10,5 ­0,5 2,6 ­3,6 ­2,4 ­5,4 Economisch klimaat 4,6 5,2 24,1 23,9 16,1 ­1,3 ­25,0 ­19,7 ­29,1 ­28,2 ­35,3 Koopbereidheid 7,0 19,9 23,9 25,3 21,9 18,3 15,8 17,4 13,3 14,7 14,6

Arbeidsmarkt
Aantal banen van werknemers (x 1 000) ­ 7 099 7 293 7 330 7 354 7 401 ­ ­ ­ ­ ­ Arbeidsvolume werknemers ­ 3,1 2,7 2,7 2,6 2,6 ­ ­ ­ ­ ­ Aantal vacatures (x 1 000) ­ 172 203 183 204 216 ­ ­ ­ ­ ­ Geregistreerde werklozen 2) (x 1 000) 410 221 188 176 186 176 132 132 132 136 ­ Aantal uren uitzendkrachten 18 ­14 ­13 ­11 ­18 ­ ­ ­ ­ ­ ­ Uitgesproken faillissementen 3) ­6 ­6 13 27 33 28 34 43 20 40 11

Geld en krediet
CBS-herbeleggingsindex 4) 25,9 30,6 ­2,1 0,6 ­4,9 ­10,8 3,5 1,0 ­3,1 ­3,9 ­4,1 Europese liquiditeitenmassa (M3) ­ 7,6 6,3 7,5 6,8 7,2 8,2 8,1 9,3 ­ ­ Spaartegoeden 4,4 7,4 3,9 3,6 3,3 7,2 10,3 10,2 10,7 11,0 ­ Verstrekt consumptief krediet 9,5 9,1 3,0 0,0 ­0,5 ­5,6 ­ ­6,3 ­ ­ ­

Rente (in %)
Depositorente ECB ­ 1,71 3,08 3,33 3,75 3,75 3,58 3,50 3,50 3,50 3,25 Daggeldrente 3,7 2,7 4,1 4,4 4,8 4,8 4,8 4,7 4,5 4,5 4,5 Rendement op staatsobligaties 5,7 4,4 5,3 5,4 5,2 4,8 5,0 5,1 5,0 5,0 4,8 Hypotheekrente 6,4 5,1 5,9 6,0 6,2 6,0 5,9 5,9 5,9 ­ ­

1) Saldo van positieve en negatieve antwoorden in procenten van het totaal. 2) Driemaandsgemiddelden opgenomen onder de middelste maand. 3) Bedrijven en instellingen exclusief eenmanszaken. 4) Mutaties t.o.v. voorgaande periode.
­ = gegevens zijn (nog) niet beschikbaar.

Gegevens Nederland over de periode eerste kwartaal 1992-tweede kwartaal 1993 en de periode eerste kwartaal 2000-tweede kwartaal 2001 Procentuele mutaties t.o.v. dezelfde periode het jaar daarvoor, tenzij anders aangegeven

1992 1993 2000 2001

1e kw. 2e kw. 3e kw. 4e kw. 1e kw. 2e kw. 1e kw. 2e kw. 3e kw. 4e kw. 1e kw. 2e kw.

Bruto binnenlands product (BBP) 4,0 1,6 1,7 1,0 ­0,4 1,0 4,9 4,3 3,5 2,8 1,6 1,5 Invoer goederen en diensten 4,7 1,0 0,8 1,9 ­4,4 ­3,2 8,9 10,5 8,2 8,8 6,7 2,4 Consumptie gezinnen 1,5 2,1 1,2 2,2 ­1,4 2,4 5,1 3,5 2,9 4,3 1,4 1,8 Bruto investeringen in vaste activa 9,1 ­3,7 ­2,5 0,4 ­5,2 ­3,6 5,4 7,1 2,5 1,1 0,1 ­2,5 Uitvoer goederen en diensten 5,9 3,2 0,8 1,6 ­4,9 ­0,2 8,7 9,7 9,5 8,3 6,6 2,6

Productie-index industrie 0,1 ­0,1 ­0,2 ­2,1 ­1,9 ­2,6 2,2 4,3 3,9 4,0 1,8 ­0,1 Consumentenprijsindex 4,2 4,2 3,3 2,9 2,4 2,2 2,0 2,4 2,7 3,0 4,4 4,7 Producentenprijzen industrie afzet ­0,9 0,3 ­1,1 ­1,8 ­1,5 ­2,0 10,8 12,3 12,1 11,4 6,4 4,9 CAO-lonen particuliere bedrijven 3,9 4,4 4,2 4,3 3,9 3,5 3,3 3,4 3,3 3,1 3,2 4,4 Producentenvertrouwen industrie 1) ­1,0 ­2,8 ­3,6 ­8,4 ­8,8 ­7,8 6,1 6,9 7,8 5,8 1,8 ­1,2

Consumentenvertrouwen 1) ­15,3 ­13,2 ­7,3 ­18,9 ­21,7 ­25,2 25,6 27,7 24,8 19,6 10,5 ­0,5 Aantal vacatures (x 1 000) 89 77 58 45 47 44 201 202 183 204 216 ­ Geregistreerde werklozen (x 1 000) 329 323 341 353 391 394 217 173 176 186 176 132 CBS-herbeleggingsindex 1983=100 290 301 292 294 329 349 1 743 1 764 1 775 1 688 1 506 1 559 Spaartegoeden 5,2 4,8 10,0 9,5 9,1 9,0 4,0 4,4 3,6 3,3 7,2 10,3

Verstrekt consumptief krediet 15 5 13 7 ­4 ­1 10 4 0 ­1 ­6 ­ BBP Verenigde Staten 2,3 2,7 3,3 4,0 3,0 2,6 4,2 5,2 4,4 2,8 2,5 1,2 BBP Duitsland 2,5 1,9 2,1 0,7 ­2,2 ­1,5 2,6 4,0 3,3 2,6 2,0 0,7

1) Saldo van positieve en negatieve antwoorden in procenten van het totaal.



Buitenlandse goederenhandel: groei uitvoer neemt af Uit de nu beschikbare definitieve uitkomsten van de huurenquête In juli van dit jaar is voor 42 miljard gulden (19 miljoen euro) aan blijkt dat de stijging van de woninghuren per 1 juli van dit jaar is uit- goederen uitgevoerd. Dit is 7 procent meer dan in dezelfde maand gekomen op 2,7%. van vorig jaar. In de eerste zes maanden van dit jaar bedroeg de groei In de achterliggende twaalf maanden deed zich de sterkste stijging van de waarde van de uitvoer nog 13 procent. Ook de waardestijging van de inflatie in ons land voor tussen december 2000 en januari 2001. van de invoer liep terug, zei het in mindere mate. In juli is voor een Toen ging de geldontwaarding van 2,9% naar 4,2%. Sinds januari van bedrag van 40 miljard gulden aan goederen ingevoerd. Dit is 8 pro- dit jaar ligt de inflatie steeds tussen de 4,5% en 4,9%. De gemiddelde cent meer dan in juli 2000. inflatie in de eerste acht maanden van dit jaar bedraagt 4,6%. In 2000 Over het eerste halfjaar groeide de waarde van de import iets sterker was dit in dezelfde periode nog 2,3%. en wel met 9 procent. De lagere groeipercentages in juli van zowel De inflatie volgens het Europees geharmoniseerde prijsindexcijfer export als import worden deels veroorzaakt doordat de prijzen min- komt in augustus voor ons land uit op 5,2%. Dat is een daling met der sterk zijn gestegen dan in de eerste helft van dit jaar. Het handels- 0,1 procentpunt ten opzichte van juli. In de Eurozone als geheel daal- overschot bedroeg in de eerste zeven maanden van dit jaar 29 miljard de de inflatie eveneens met 0,1 procentpunt en wel van 2,8% in juli gulden. naar 2,7% in augustus. Binnen de Eurozone heeft ons land wederom de hoogste inflatie, gevolgd door Griekenland en Portugal met een Producentenvertrouwen: in augustus iets verslechterd geldontwaarding in augustus van 4,0%. De laagste inflatie wordt ge- Het vertrouwen van de Nederlandse industriële ondernemers is in meten in Frankrijk (2,0%). augustus iets verslechterd ten opzichte van juli. Nadat in juli het ver- trouwen van de ondernemers zich enigszins herstelde na een lange Producentenprijzen: prijsdaling industrie zet door reeks van dalingen neemt het vertrouwen in augustus weer wat af. Voor de tweede achtereenvolgende maand zijn de afzetprijzen van de De eventuele invloed van de terreuraanslagen in de Verenigde Staten Nederlandse industrieproducten gedaald. In juni daalden de prijzen is in dit cijfer voor augustus nog niet zichtbaar. De stemmingsindica- al met 0,7% vergeleken met de maand daarvoor. Tussen juni en juli tor van de Nederlandse industrie komt hiermee in augustus uit op zijn de afzetprijzen wederom gedaald en wel met 1,8%. De uitvoer- ­1,6 tegen ­1,4 een maand eerder. Deze afname van het vertrouwen is prijzen daalden iets sterker (­2,0%) dan de prijzen van goederen be- toe te schrijven aan een lagere verwachting van de ondernemers ten stemd voor de binnenlandse markt (­1,4%). De daling van de afzet- aanzien van de bedrijvigheid voor de periode september­november prijzen kan voornamelijk worden toegeschreven aan het goedkoper en een negatiever oordeel over de voorraden. Het oordeel over de worden van aardolieproducten en producten van de vleesverwerken- orderpositie is daarentegen iets minder negatief, waardoor de afname de industrie. Als gevolg van deze ontwikkelingen lagen de prijzen in van het vertrouwen beperkt is gebleven. De orderportefeuille is in juli gemiddeld nog slechts 1,4% boven het niveau van een jaar ge- augustus voor de negende achtereenvolgende maand teruggelopen, leden. In het eerste halfjaar lagen de prijzen nog 5,6% hoger dan in doordat er in augustus opnieuw minder orders zijn binnengehaald. dezelfde periode van vorig jaar. Over het gehele jaar 2000 lag het Een lagere orderontvangst is echter gebruikelijk in deze tijd van het prijsniveau gemiddeld 11,6% hoger dan in 1999. jaar. Rekening houdend met deze seizoeneffecten zijn de onder- De prijzen van de in de industrie verbruikte grondstoffen en half- nemers per saldo iets minder negatief over de werkvoorraad dan in fabrikaten daalden van juni op juli met 2,6%. Deze daling vindt voor juli het geval was. een belangrijk deel zijn oorzaak in de lagere prijzen voor ruwe aard- olie en vlees en dan met name varkensvlees. Het niveau van de ver- Consumentenvertrouwen: reguliere cijfer september stabiel bruiksprijzen ligt in juli van dit jaar nog slechts 0,7% boven dat van Het consumentenvertrouwen van september volgens de reguliere juli 2000. Vorig jaar stegen de verbruiksprijzen, vergeleken met 1999, meting is even hoog als in augustus (­5). Het overgrote deel van de gemiddeld met maar liefst 19,2%. Dit was voornamelijk het gevolg antwoorden voor dit onderzoek stamt van vóór de terroristische aan- van de prijsstijging van ruwe aardolie met ongeveer 80%. slagen in de VS. Dit cijfer geeft dus vooral de mening van de con- Arbeidsmarkt: geregistreerde werkloosheid stabiel sument weer vóór die gebeurtenissen. Deze uitkomst wees op een In de maanden juni­augustus van dit jaar waren er gemiddeld 136 aanhoudende stabilisatie van het vertrouwen, na een forse daling in duizend geregistreerde werklozen. Door seizoeneffecten is de werk- de periode december 2000­juni 2001. loosheid in deze periode van het jaar altijd lager. Na verwijdering van deze seizoeneffecten komt het werkloosheidscijfer uit op 144 duizend. Consumentenprijzen: inflatie in augustus nauwelijks veranderd Dat is tweeduizend minder dan in de maanden mei­juli. De laatste In augustus is de inflatie in ons land uitgekomen op 4,7%. Dit is vijf driemaandgemiddelden schommelen rond de 145 duizend en 0,1 procentpunt hoger dan in juli. Opgemerkt dient te worden dat bij wijzen daarmee op een stabilisatie van de werkloosheid. De lang- deze stijging van de inflatie afronding een belangrijke rol speelt. durige werkloosheid neemt nog steeds af. Het aantal werklozen dat Tabaksartikelen werden in augustus duurder. Vers fruit veranderde langer dan een jaar staat ingeschreven daalde de afgelopen twaalf deze maand nauwelijks in prijs, vorig jaar ging de prijs van vers fruit maanden met bijna 30 duizend tot net onder de 50 duizend. De daling in augustus juist omhoog. Verder is er geen artikelgroep die voor een van de langdurige werkloosheid in een tempo van 2,5 duizend per echte verandering van de inflatie zorgde. maand vindt al plaats sinds 1999.

Producentenvertrouwen en productievolume industrie Inflatie en hypotheekrente
---

10 6 7

8 5 6 6 4 5 4 3 4 2 2 3 0 1 2
-2 0 1
-4 -1 j f m a m j j a s o n d j f m a m j j a s o n d j f m a m j j a 0 j f m a m j j a s o n d j f m a m j j a s o n d j f m a m j j a 1999 2000 2001 1999 2000 2001 Producenten- Productie industrie % mutatie voortschr. Inflatie Hypotheekrente vertrouwen (linkeras) 12 maandsgemiddelde (rechteras)



FOCUS Economische groei
---
G De economische teruggang begin jaren negentig

---
In het tweede kwartaal van dit jaar groeide de economie met 1,5% ten 5 opzichte van het tweede kwartaal van vorig jaar. Dat is het laagste groei- cijfer sinds het vierde kwartaal van 1993. Het tempo waarmee de groei 4 vanaf begin 2000 is afgenomen is opmerkelijk. In amper zes kwartalen is de economische groei van bijna vijf naar anderhalf procent teruggelopen. 3 De laatste keer dat zich een dergelijke snelle terugval voordeed was 2 negen jaar geleden. Toen nam in de vier kwartalen van 1992 de stijging af van vier naar één procent en kromp de bedrijvigheid in het eerste kwar- 1 taal van 1993 met 0,4%. Uit een analyse van de beide perioden blijken 0 echter ook verschillen. Dit maakt een exacte bepaling van de huidige fase in de conjunctuurcyclus op basis van die in 1993 moeilijk. -1 1990 1991 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 '01 Overeenkomsten voortschrijdend 4-kwartaalsgemiddelde economische groei Bij een vergelijking van de ontwikkeling van een aantal conjunctuurge- gevens in deze twee perioden is er een aantal overeenkomsten. Net als in 2000 liepen de groeipercentages van de buitenlandse handel en de in- Economische groei vesteringen in de loop van 1992 terug en begon de consument minder te % lenen en meer te sparen. In de industrie liep de bedrijvigheid in beide perioden sterk terug, namen de prijzen van afgezette industriële produc- 8 ten minder snel toe of namen ze zelfs af en verslechterde het vertrouwen 6 van de ondernemers. Ook de consumenten werden in beide tijdvakken een stuk pessimistischer. 4

Afwijkende internationale ontwikkelingen 2 Daarentegen is er in de twee perioden ook een aantal verschillen. Wat het meest in het oog springt is het verschil (in de twee tijdvakken) van het 0 verloop van de economische groei in Nederland, Duitsland en de Ver- enigde Staten (VS). Vanaf 1996 tot 2000 loopt deze in de drie landen vrij- -2 wel parallel, waarbij de groei in Duitsland ongeveer 2%-punt achterblijft bij de twee andere landen. Vanaf medio 2000 liggen deze cijfers dichter -4 1990 1991 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 '01 bij elkaar. Dit staat in contrast met het verloop van de economische groei in de eerste helft van de jaren negentig. Door de effecten van de her- Nederland Duitsland Verenigde Staten eniging was de groei in 1990 en 1991 in Duitsland nog bijzonder hoog, terwijl in de VS de economie juist afgleed in een recessie. Toen in Duits- land de bestedingsimpuls door de hereniging medio 1992 was uit- gewerkt kwam er ook in dat land alsnog een (uitgestelde) recessie. In Nederland kan de sterke terugval in de loop van 1992 dan ook gezien Consumptie gezinnen, investeringen en uitvoer worden als het laatste deel van een langer tijdvak van economische neer- Procentuele volumemutaties t.o.v. voorgaand jaar gang, die al begint in het eerste kwartaal van 1990. Deze neergang wordt in 1991 tijdelijk gestopt door de positieve economische impulsen van de 10 Duitse hereniging op de bedrijvigheid in ons land. 8 Het timingverschil in economische groei tussen de drie landen in beide 6 perioden is goed te zien bij de ontwikkeling van de beurskoersen. De koersen op de Amsterdamse beurs, die sterk zijn georiënteerd op die in 4 New York, volgen in de loop van 2000 de daling van de aandelenkoersen 2 in de VS en lopen dus min of meer synchroon met de afnemende be- 0 drijvigheid in de VS en bij ons. Maar in 1992 en 1993 volgden de Amster- -2 damse koersen de sterk stijgende koersen in New York, omdat op dat -4 moment de Amerikaanse economie zich met succes uit de recessie van 1991 trok. De conjuncturele neergang in Nederland in 1992 en 1993 is -6 I II III IV I II daarom niet in de aandelenkoersen terug te vinden. 2000 2001 Consumptie gezinnen Verschillende ontwikkelingen op de arbeidsmarkt Uitvoer goederen en diensten Bruto investeringen in vaste activa Het feit dat de snelle neergang in Nederland na begin 1992 een deel is van een wat langere periode van afnemende groei is te zien bij een ver- gelijking van de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en het loonfront. Zo Consumptie gezinnen, investeringen en uitvoer is de geregistreerde werkloosheid in 1992 en de eerste helft van 1993 met Procentuele volumemutaties t.o.v. voorgaand jaar 65 duizend gestegen, het aantal vacatures met 45 duizend gedaald en liep de procentuele stijging van de CAO-lonen ieder kwartaal terug. In 12 de periode na begin 2000, die wordt voorafgegaan door vier jaren van 10 hoogconjunctuur, zijn deze effecten niet zichtbaar. De werkloosheid 8 daalde vanaf begin vorig jaar met 85 duizend, het aantal vacatures nam 6 met 15 duizend toe en de loonstijging liep op. 4 Mede door het eerdere herstel in de VS is de economische dip na het eerste kwartaal van 1992 in ons land beperkt gebleven tot vier kwartalen. In het 2 tweede kwartaal van 1993 groeide de economie weer met 1%. Het waren 0 de uitvoer en de gezinsconsumptie die in dat kwartaal het eerst opveer- -2 den. Opvallend is dat het vertrouwen bij producenten en consumenten -4 pas later verbeterde. De achterliggende verschillen in de twee perioden I II III IV I II maakt een schatting over de lengte van de huidige dip op basis van die in 2000 2001 1992 niet goed mogelijk. Door de dramatische gebeurtenissen in de VS Consumptie gezinnen deze maand is een dergelijke vooruitblik nog moeilijker geworden. Uitvoer goederen en diensten Bruto investeringen in vaste activa