CDA

Van der Hoeven over onderzoek van ISO en CDJA naar wel en wee PABO-studenten

"Ik vind het hartstikke goed dat vanuit jongerenorganisaties onderzoek wordt gedaan naar de positie van jongeren in het onderwijs en op de arbeidsmarkt. Wanneer jongeren iets over jongeren zeggen, geeft dat toch een andere dimensie aan het vraagstuk. Het doet mij ook deugd dat het imago van de PABO onder PABO studenten positief is. Ik zet alleen wel vraagtekens bij de conclusie dat het aantal studenten niet verder afneemt. Ik heb daar andere gegevens over", aldus Tweede Kamerlid Maria van der Hoeven. Zij reageert daarmee op het onderzoek van het ISO (Interstedelijke Studenten Overleg) en het CDJA naar het wel en wee van PABO-studenten.

"Wat ik ook positief vind, is dat 91% van de PABO-studenten na de PABO daadwerkelijk les gaat geven, maar ik moet wel opmerken dat na één of twee jaar een deel hiervan daar toch mee stopt. Samen met de 9% die niet het onderwijs ingaat, is dat uiteindelijk ongeveer 20 à 25%. Dat is wel zorgelijk. Daarom vind ik ook dat we meer aandacht moeten (gaan) besteden aan zij-instromers, het bestrijden van ziekteverzuim en het handhaven van de arbeidscapaciteit door leerkrachten langer te laten doorwerken."

Van der Hoeven: "Wat betreft het aanvangssalaris van leerkrachten, op dat gebied heeft minister Hermans goed werk verricht. Het aanvangssalaris is verbeterd en vrijwel gelijk getrokken met het aanvangssalaris in het bedrijfsleven.

Over het uitblijven van een vergoeding bij het merendeel van de stages van PABO-studenten merkt Van der Hoeven op: "Ik ben het eens met de conclusie dat PABO-studenten op deze wijze goedkope arbeidskrachten zijn. Alleen LIO (Leraar in Opleiding) - stageaires krijgen op dit moment een stagevergoeding. Dat is geen goede zaak en daarom zal minister Hermans moeten gaan bekijken hoe PABO-studenten voor hun stage-activiteiten financieel gecompenseerd kunnen worden."