Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek

Herders en landbouwers Syrië vormden één volk
3 januari 2002
De half-nomadische herders in het noorden van Syrië en de boeren die er tarwe verbouwden, vormden zo'n vierduizend jaar geleden één cultuur. Archeologen van de Universiteit Leiden hebben tot hun eigen verrassing ontdekt dat stamleden vaak over beide groepen waren verspreid.

De archeologen hebben met ondersteuning van NWO de stad Hammam al Turkman opgegraven. De stad lag op de grens van een relatief nat deel van Syrië en een droog steppeachtig gebied. In het natte deel werden tarwe en gerst verbouwd. In het droge deel was geen landbouw mogelijk. Het tarwe en de gerst dienden als voedsel. De gerst daarnaast ook voor het brouwen van bier. Over de droge steppe trokken herders met kudden schapen en geiten.

De opgravingen gaven aanwijzingen dat de stedelingen zowel tarwe en gerst aten als vlees van schapen en geiten. Afhankelijk van het seizoen domineerde het graan of het vlees. Daarnaast bleek dat de gerst ook diende als diervoeding. De opgravingen ondergroeven het beeld dat er twee culturen waren; een cultuur van de herders die vooral van dierlijke producten leefden en een cultuur van landbouwers die vooral granen aten.

Nadat de onderzoekers hun veronderstelling hadden geformuleerd vonden zij aanwijzigen in al bekende oude teksten dat de rondtrekkende herders en de landbouwers bij elkaar hoorden. Vaak behoorden beiden tot één stam. Een deel van de stam ging op pad met de schapen en de geiten. Een ander deel bleef dicht bij huis om het land te bewerken. Nu konden de onderzoekers ook verklaren waarom de meeste steden in het gebied zich bevonden op de vrij scherpe overgang van nat en droog klimaat. De stad was de plaats waar de stamleden elkaar weer ontmoeten.

Bij het begin van de opgravingen van Hammam al Turkman was deze ontdekking niet verwacht. De onderzoekers wilden aantonen dat de kleine stad op een handelsroute lag van centraal Turkije naar het zuiden van Syrië. Overigens staat deze hypothese nog steeds. In een dorp vlakbij het stadje zijn ezelsbotten gevonden die deel uitmaken van slachtafval. Ezels in karavanen transporteerden in die tijd goederen over lange afstanden.

Nadere informatie bij

* dr. Diederik Meijer (UL, Faculteit Archeologie, vakgroep Niet Westen/Nabije Oosten)
* tel. 071 5272444 (werk), 071 5157431 (privé)
* fax 071 5272429

* e-mail d.j.w.meijer@arch.leidenuniv.nl
* Internet http://archweb.leidenuniv.nl/fa/onderzoek/projecten/hammam_al_turkman.html De archeologen zijn enige weken geleden teruggekomen uit Syrië en werken op dit moment aan publicatie van de resultaten