Partij van de Arbeid

Den Haag, 22 januari 2002

BIJDRAGE VAN MARIËTTE HAMER (PvdA) AAN DEBAT INVOERING BACHELOR-MASTER IN HOGER ONDERWIJS

1.Inleiding
Dit wetsvoorstel zorgt voor een aantal fundamentele veranderingen in het Hoger Onderwijs stelsel. De grootste wijziging is natuurlijk de vorming van een nieuwe structuur van twee fasen naar het angelsaksische voorbeeld van bachelors en masters. Dit heeft grote gevolgen voor de inrichting van het Nederlandse hoger onderwijs, zowel voor het hbo als het wo. De wijzigingen zijn er op gericht studenten meer flexibiliteit en een betere internationaal georiënteerde opleiding te geven. De PvdA is het eens met deze doelen en de beoogde vernieuwing. Tegelijkertijd constateren we dat de invoering grote gevolgen heeft voor studenten en instelling. Voordat we definitief ja zeggen tegen deze wet, is het belangrijk dat we heel goed weten wat we willen en daarbij de juiste manier van invoering kiezen. Voorkomen moet worden dat studenten straks, noch de huidige als kwalitatief goed bekendstaande opleidingen in het hbo of wo, noch de internationaal vergelijkbare opleiding waar wij allemaal naar streven hebben.

Wij hebben dan ook met enige zorg vanmiddag de petitie van de scholieren, studentenbonden en jongerenorganisaties aangenomen. Zij spreken een grote zorg en op een drietal punten zelfs grote verontwaardiging uit. Maar ook uit de reacties die we de afgelopen dagen van de onderwijsorganisaties hebben gehad, blijkt dat de grote juichstemming die er een half jaar geleden nog was, gedempt is. Eerlijk gezegd, kregen wij nogal wat tips voor amendementen en moties. Als we die vandaag allemaal willen invoegen, dan verandert er nogal wat aan het wetsvoorstel.

1. De werkelijke vernieuwing
Veel gehoorde kritiek op het wetsvoorstel is de typering: "oude wijn in nieuwe zakken" is. De Raad van State uitte deze kritiek al in het Nader rapport. Dat risico is natuurlijk groot aanwezig: als de instellingen onvoldoende ruimte krijgen om vernieuwing te plegen bij de omzetting, of studenten onvoldoende keuzemogelijkheden krijgen, dan zal deze vrees werkelijkheid worden. Want laat ik heel helder zijn. De PvdA is voor invoering van bachelor-masters omdat het meer garanties biedt op kwaliteit, internationale vergelijking en uitwisseling en last but not least meer keuzemogelijkheden voor studenten. De PvdA gaat het dus nadrukkelijk niet om meer of een zwaardere selectie. Maar juist om een versterking van kenniscirculatie.

De minister geeft drie elementen aan waardoor de studenten meer keuzemogelijkheden krijgen en ik zou hem willen vragen dit verder toe te lichten: 1. Er ontstaat meer ruimte voor zij-instroom en overstap, hoe is dit gegarandeerd? 2. Er ontstaan brede bachelor naast verdiepte masters, welke garanties heeft de minister daarvoor? 3. Er ontstaan meer differentiatie tussen de opleidingen en de selectiviteit wordt groter, waarom verwacht de minister dit, waaruit bestaat de selectiviteit, schaadt deze selectiviteit de toegankelijkheid?

2. Verbeteringen
Via de wijzigingen in het wetsvoorstel is de minister op een aantal terreinen tegemoet gekomen aan de eerdere kritiek van de PvdA-fractie. Zo wordt er in het nieuwe voorstel de mogelijkheid geboden om: · voor studies die nu 4 jaar duren onder bepaalde voorwaarden, in plaats van een eenjarige een tweejarige master te bekostigen van overheidswege, · komen ook maatschappelijk relevante HBO-masters in aanmerking voor overheidsbekostiging (uitvoering motie Hamer cs. 27496, nr. 4) · Ook geeft de minister een traject aan waarin de huidige opleidingen worden omgezet in bachelor en master opleidingen zonder dat er oneerlijke concurrentie ontstaat tussen het WO en het HBO. Toch bevat het wetsvoorstel nog steeds een aantal knelpunten. In het vervolg van mijn inbreng zal ik de belangrijkste knelpunten naar voren brengen die naar de mening van de PvdA fractie nog moeten worden opgelost om met het wetsvoorstel te kunnen instemmen.

3 Toelating en Selectiviteit van de master
In de motie die ik maart j.l. indiende en die door de Kamer werd aanvaard heb ik de Minister gevraagd te garanderen dat elke student die een WO bachelor studie afrondt de garantie heeft dat hij of zij ook kan doorstromen naar een master-opleiding. Dat is in het belang van de student, want in de meeste gevallen zal de WO bachelor-opleiding op zichzelf weinig waarde hebben voor de arbeidsmarkt. De Minister heeft nu in de wet geregeld dat deze doorstroom-master er moet zijn. Maar de universiteit kan besluiten deze Master als het ware uit te besteden aan een andere universiteit. Ik kan mij voorstellen dat er in uitzonderlijke gevallen hiertoe een voorziening moet worden getroffen, maar niet dat zoals het wetsvoorstel nadrukkelijk beoogt dit een logische weg is. Dit heeft zowel grote risico's voor de student als voor sommige universiteiten. De student die bij wijze van spreken in Maasstricht begint, zal zich zonder dat hij of zij dat goed heeft gerealiseerd, zijn studie moeten afmaken in Amsterdam of Groningen. De universiteiten die zich verantwoordelijk voelen om studenten ook een diploma voor de arbeidsmarkt mee te geven, zullen meer dan anderen zich genoodzaakt voelen om de doorstroom-master aan te bieden. De PvdA is een groot voorstander van differentiatie, maar wel binnen de grenzen van waarborgen van kwaliteit en toegankelijkheid van de hele universitaire structuur. Dat is in het belang van onze kenniseconomie. Daar waar de Ministers om het hard roepen dat kennis beter moet circuleren, gaat het niet aan een "ivoren torentje" op een enkele plaats in het land te bouwen. Wij zullen daarom een amendement indienen waarmee het principe van een bachelor-master route aan de universiteit van wordt vastgelegd (amendement "doorstroming")

Het wetsvoorstel spreekt naast bovenstaande problematiek van toelating voor overige masteropleidingen in het WO en masteropleidingen in het HBO als studenten in het bezit zijn van een bewijs van toelating voor die opleiding. De eisen voor het bewijs van toelating worden vastgesteld door het instellingsbestuur en opgenomen in het onderwijs- en examenregelement. Daarbij wordt de verplichting gesteld dat studenten van tevoren via voorlichting op de hoogte zijn van de toelatingseisen zodat zij daarop kunnen anticiperen. Er zijn volgens de minister echter geen redenen om voorschriften ten aanzien van inhoud van de eisen te stellen anders dan anti-discriminatiebeginselen. Dit betekent dat de instellingen volledig worden vrijgelaten in het opstellen van eisen. De PvdA vindt deze procedure te veel mogelijkheden open laten om op oneigenlijke gronden te selecteren. De leden van de PvdA vinden dit geen goede ontwikkeling. Vanuit de proef met decentrale selectie blijkt dat er op een aantal instellingen op oneigenlijke gronden wordt geselecteerd. De PvdA stelt daarom voor dat alleen geselecteerd mag worden op relevante voorkennis, inzicht en vaardigheden en niet op cijfers of andere oneigenlijke gronden (amendement "selectie"). Ik heb begrepen dat de Minister dit ziet als kern van het wetsvoorstel. Ik begrijp dat eerlijk gezegd niet zo. Het gaat er toch om studenten met voldoende motivatie en kennis naar de masterfase van hun keuze te krijgen? Wannneer is die doelstelling van selectie er in geslopen?

Ook is de PvdA van mening dat studenten die bijvoorbeeld een bachelor volgen die niet direct aansluit de kans moeten krijgen om via zelfstudie of extra studieblokken bepaalde deficiënties weg te werken. (amendement "deficienties")

De PvdA stelt voor een begeleidingscommissie in te stellen die de ontwikkeling volgt van de overstap-mogelijkheden van bachelor naar master en daar waar problemen ontstaan adviezen geeft en rapporteert aan de minister. (eventueel motie)

4. top-masters
De fractie van de PvdA vindt het een interessant idee om meer differentiatie in het hoger onderwijs aan te brengen. Meerdere niveaus en specialisaties sluiten goed aan bij de individuele leerweg van studenten. De minister geeft aan dat Top-masters daar een goede bijdrage aan kunnen leveren. En dat zijn wij in principe met hem eens. Maar opvallend is echter dat in het wetsvoorstel niets geregeld is over deze top-masters. De wettekst noemt de naam niet eens. De wet spreekt alleen over masteropleidingen met extra onderwijsfaciliteiten, bovenop de normale onderwijsvoorzieningen Wel wordt duidelijk dat er voor deze laatste masters vijf keer zoveel collegegeld mag worden gevraagd. De fractie van de PvdA wil echter eerst helderheid over wat een topmaster precies inhoudt, over de randvoorwaarden waaraan een topmaster moet voldoen en wat de positie is van het accreditatieorgaan in deze? Worden er bijvoorbeeld speciale accreditatie-criteria opgesteld?. Daarom stelt de fractie van de PvdA voor om een werkgroep in te stellen die een onderzoek gaat verrichten naar de positie van de topmaster en de condities en randvoorwaarden waaraan een topmaster moet voldoen. Deze werkgroep moet bestaan uit onafhankelijke deskundigen, studenten en vertegenwoordigers van de instellingen. Aan de hand van de resultaten van dit onderzoek kan er verder worden gesproken over de financieringsmogelijkheden van de topmaster.(motie 1)

5. collegegelddifferentiatie
Ondanks het verweer van bijna de gehele kamer blijft de minister bij zijn voorstel om collegegelddifferentatie in te voeren voor topmasters. Ook het veld is grotendeels tegenstander van collegegelddifferentiatie. In het nieuwste voorstel van de minister is voor de universiteiten de verplichting opgenomen een financiële voorziening te treffen ter ondersteuning van studenten voor wie zonder steun de toegang tot de opleiding zou worden belemmerd. Daarnaast moet de instelling het hogere collegegeld verantwoorden op grond van extra faciliteiten die geboden worden aan de student. De financiële ondersteuning wordt verder in zijn geheel overgelaten aan de instellingen. Het is daardoor aan de instelling om te bepalen welke studenten wel en welke niet in aanmerking komen voor ondersteuning en hoeveel ondersteuning zij krijgen. Ondanks de voorzieningen die de minister voorstelt is de PvdA van mening dat er in het kader van de toegankelijkheid van het hoger onderwijs op dit moment geen differentiatie van collegegelden mag of behoefte te worden ingevoerd. Laten we eerst maar de benodigde helderheid over de top-masters verkrijgen. En als we daadwerkelijk zo'n belang hechten aan top-masters dan zijn er misschien ook nog andere financieringsbronnen dan alleen de portemonnee van de student. (Amendement collegegeld. Eurlings/Hamer)

6. de structuur in het wo: bachelor, duur en breedte en master duur en toegang Er is door o.a. de VSNU bezwaar gemaakt naar wat zij noemen de dogmatische houding om bachelor opleiding altijd uit 126 studiepunten te laten bestaan. De minister heeft aangeven dat er in Europa een tendens is de bachelorfase niet verder uit te breiden. Kan hij dit nader toelichten. En is het niet in bijzondere gevallen denkbaar dat er naast het 3+1 model of het 3+2 model ook een 4+1 model zou kunnen ontstaan? Wat zijn hier de voor en nadelen voor studenten van? Is er ruimte om dit in de praktijk te ontwikkelen als daar in een enkel geval behoefte aan zou zijn? Wat voor afspraken zijn er inmiddels met de medische sector gemaakt?

Ook heeft de VSNU er op gewezen dat het voorstel om het wel of niet toestemming verlenen voor een tweejarige master afhankelijk te maken van de accreditatieperiode geen rekening houdt met de samenhang tussen bachelor en master. Bovendien geeft men aan dat een aantal universiteiten tweejarige masteropleidingen eerder willen starten dan het studiejaar 2005-2006. Graag wil ik hier een nadere toelichting op van de Minister. Kan de procedure worden versneld? Op welke termijn kunnen instellingen zekerheid krijgen. Maar ook anderzijds zijn er garanties voor de Minister dat niet over de hele linie twee jarige wo-masters worden aangevraagd? Op welke wijze is gewaarborgd dat voor die instellingen waarvoor we dat willen studiefinanciering en bekostiging beschikbaar is?

Verder stellen wij voor dat bij de omzetting van de huidige opleidingen naar ba-ma opleidingen programma-onderdelen uit het voorgaande studiejaar maatgevend zijn. Nu is dat in de wet op het niveau van de onderwijseenheid vastgelegd, maar dat lijkt ons te detaillistisch. (amendement programmaeenheden)

7. de structuur in het hbo: uitbreiding doorstroom mogelijkheden Wij zijn uiteraard verheugd dat de minister zijn toezegging op basis van de motie Hamer is nagekomen om maatschappelijke relevante HBO-masters mogelijk te maken. Wel vraag ik mij af zeker met de commotie die nu is ontstaan over fraude met de HBO-master welke stappen er worden gezet om hier toe te komen. Ik hoop van harte dat de invoering van maatschappelijke relevante HBO-masters niet door het fraude onderzoek stagneert! Wat is er derhalve uit het onderzoek naar maatschappelijke relevante hbo-masters gekomen, waarin ik u in mijn motie heb gevraagd? En op welke gronden kunnen studenten voor studiefinanciering in aanmerking komen?

Doorstroming van HBO kan binnen het HBO maar ook van HBO naar WO-masters. Wij zijn verheugd dat de minister dit als een normale route erkent. Wij zijn het eens met de minister dat de voorbereiding hiervoor zowel door het hbo als het wo kan worden georganiseerd. Wij vinden de minister tamelijk afhoudend in de rol die hij daarvoor voor de overheid kiest. Immers daar waar we allemaal ons zou hebben uitgesproken voor de weg van de beroepskolom zou juist ook deze koninklijke route in het kader van het zo gewenste leven lang leren - geëffend kunnen worden. (amendement Hamer 4) Hoe staat het met de korte opleidingen in het HBO (onderzoek Smets en Hover)?

8. studiepunten
Een van de belangrijkste doelstellingen van het nieuwe bachelor master systeem is het vergroten van de mobiliteit van studenten. In Bologna is daarom afgesproken dat de landen zoveel mogelijk gaan werken met het European Credit Transfer System (ECTS) om vergelijkbaarheid van de systemen en internationale mobiliteit van studenten te vergroten. Volgens de minister is het op dit moment nog te vroeg om al over te gaan op het ECTS systeem. De reden daarvan is zijn zorg dat het mogelijkerwijs te veel van het veranderingsvermogen van de instellingen zou vergen. Deze hebben de komende twee jaar nog nodig om het onderwijs aan te passen aan het nieuwe bachelor master systeem. De fractie van de PvdA blijft desalniettemin voor de invoer ECTS. Zij stellen daarom voor om ECTS op te nemen in de bachelor masterwet en de instellingen een overgangstermijn van twee jaar te geven om hun systemen aan te passen. Nieuwe opleidingen die in de tussenliggende periode van start gaan dienen bij de invoering al met ECTS van start te gaan. Daardoor zal het huidige puntensysteem van 42 punten per jaar vanaf studiejaar 2004-2005 niet meer worden toegepast.(amendement)

9. titulatuur
Ik moet constateren dat er nog geen oplossing is waar alle partijen mee tevreden zijn.

10. invoering
Studentenorganisaties en docentenorganisaties waarschuwen ons voor problemen bij de invoer van bachelor master. Sommigen spreken zelfs van chaos. Studenten zijn bang dat er onvoldoende garanties zijn dat zij het oude programma kunnen afmaken en vinden art.17.6 een breekbare laatste strohalm. Kan de minister garanderen dat deze strohalm niet zal breken? Ook vinden we het van groot belang dat studenten en docenten voldoende inspraak hebben bij de invoering. Samen met collega Lambrechts dien ik daarom een amendement in om deze inspraak te regelen.

Invoering heeft alleen zin als er voldoende middelen zijn. Daarover hebben we al bij de onderwijsbegroting onze zorgen uitgesproken. Mijn motie daarover wil ik nog eens in herinnering brengen om het gesprek aan te gaan met de instellingen en de studenten. Hoe wordt daar nu uitvoering aan gegeven? (evtl. Motie 2e termijn) Bij de begroting heeft de minister een bedrag van 45 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de invoer van bachelor master in het wetenschappelijk onderwijs. Mijn vraag is of dit geld ook bestemd is voor opleidingen die pas in 2003 0f 2004 van start gaan met bachelor master en dus niet meer in dit begrotingsjaar.

Slotwoord
pm

Amendementen

1. amendement: aan elke universiteit tenminste 1 volwaardige bama-route 2. amendement: alleen inhoudelijke selectiecriteria voor alle masters 3. amendement: mogelijke deficienties kunnen wegwerken 4. motie begeleidingscommissie
5. motie werkgroep top-masters
6. amendement: differentiatie collegegeld
7. amendement: programma-eenheden
8. evtl. Amendement: bachelor meer dan 126 punten 9. evtl motie: 2 jarige master voorrang bij accreditatie 10. amendement: ondersteuning hboérs bij doorstroming 11. amendement met Ursi over medezeggenschap
12. motie geld bij invoering