Ministerie van Algemene Zaken


1red10589
15-02-02, NOS, Met het oog op morgen, Radio 1, 23.07 uur

GESPREK MET MINISTER-PRESIDENT KOK, NA AFLOOP VAN DE WEKELIJKSE MINISTERRAAD, OVER PUBLIEKE ARMOEDE EN DE WAO

PUBLIEKE ARMOEDE

GREYN:
Het ziet er naar uit dat u de eerste premier bent na de Tweede Wereldoorlog die twee volle periodes heeft vol gemaakt. Wat deed u beter dan al die vorige ministers- presidenten?

KOK:
In de eerste plaats is het heel belangrijk om de dag niet te prijzen voordat het avond is. Anders gezegd, van een bananenschil kun je lelijk op je bek gaan. Je ziet hem niet altijd liggen.

GREYN:
Nee, maar als er een kabinetscrisis aankomt, zie je dat over het algemeen toch wel aankomen?

KOK:
Nee. Nee, dat kan zeer onverwachte vormen aannemen, een conflict. Wat dat betreft, iedere dag alert blijven. Scherp blijven. Aan de bal blijven, is de beste manier. Dan is het beter om vragen die al uitgaan van het feit dat je dat al vol maakt, te bewaren tot het ogenblik waarop het echt zo is.

GREYN:
Het ging in de coalitie allemaal redelijk goed. Intussen blijkt uit allerlei peilingen dat we weer te maken hebben met ontevreden kiezers. Dat is een groter aantal dan ooit. Het is een beetje raar dat je het ene moment moet constateren dat iemand een historisch moment gaat bereiken en dat er intussen in het land van alles aan de hand is wat kennelijk ontevredenheid heeft opgewekt.

KOK:
Er is wel wat aan de hand. Er is zeker ook het nodige in beweging onder de kiezers in de vorm van niet weten wat men stemt of soms op bijzondere partijen stemmen. Het is te vroeg voor een eindoordeel daarover, want juist een campagne, we hebben nu nog drie maanden voor de kamerverkiezingen zijn, heeft het kenmerk van uitleg, verantwoording, maar ook van het agenderen van de ambities voor de toekomst. Dat hele proces moet nog beginnen. Ik denk dat er heel veel nog op de mensen afkomt in termen van informatie, waarbij men ook zelf betrokkenheid kan tonen. Ook daarvan kan pas de balans worden opgemaakt als we zover zijn.

GREYN:
Als we terugkijken, er is vaak discussie geweest over het begrip publieke armoede. Toen dat opdook, heeft u zich daar een beetje tegen verzet, zo van, ja dat wordt overdreven en feitelijk ziet het er anders uit. Heeft u dat onderwerp, de publieke armoede en het tekort aan geld voor onderwijs, volksgezondheid en misschien veiligheid, niet een beetje onderschat?

KOK:
Als we toch over uitleg en verantwoording beginnen, laten we om te beginnen kijken naar wat er wel is gebeurd. Er is een ongelofelijke hoeveelheid geld besteed. Ook in de tijd dat het economisch wat minder gaat zoals nu, wordt er ongelofelijk veel meer besteed aan zorg, onderwijs en veiligheid. U noemt nu het tekort aan geld. Het is net als bij ieder gezin thuis, u hebt altijd een tekort aan geld. Het is niet alleen een kwestie van geld. Het is ook een kwestie van organisatie. Van hoe richten we de zorg in. Hoe richten we het onderwijs in. Hoe geven we de veiligheid vorm. Op dat punt staan we voor een aantal noodzakelijkheden die verband houden met nieuwe ontwikkelingen. De vergrijzing slaat toe. Dat betekent dat de zorgbehoefte toeneemt. Het onderwijs wordt zwaar beproefd door bijvoorbeeld de eisen die aan onderwijskrachten worden gesteld vanwege de veranderende bevolkingssamenstelling. Veiligheid, iedereen ziet dat normen niet steeds worden gehanteerd. Dat ook het waardepatroon van, soms kleine, groepen toch zodanig verstoord is dat dat andere mensen heel veel overlast bezorgd. Er moeten nieuwe accenten worden geplaatst die soms in geld kunnen worden vertaald, maar soms ook op een totaal ander terrein liggen.

GREYN:
Zeg u daarmee dat al die klachten over te lange wachtlijsten, bijvoorbeeld in de volksgezondheid, eigenlijk maar praatjes voor de ...(onverstaanbaar) zijn?

KOK:
In ieder geval zijn ze veel te algemeen. Er wordt volstrekt voorbij gegaan aan de prestaties die op bepaalde deelterreinen wel zijn geboekt en waar werkelijk van ingrijpende verkortingen van wachtlijsten sprake is. Evenzeer is er sprake, als we praten over de arbeidsvoldoening, de satisfactie van mensen die werkzaam zijn in het onderwijs of de zorg, dat het goede nieuws maar weinig aandacht krijgt. Ik zag vijf weken geleden een bericht op teletekst dat tachtig procent van de werkers in de zorg tevreden was over het werk daar. Nu kan een zuurpruim zeggen, twintig procent dan niet. Maar tachtig procent tevreden. Het heeft wel geteld twee journaals even kort gehaald in het korte nieuws. Het heeft de andere ochtend heel even in een ochtendblad gestaan, ook weer zo'n klein bericht ergens op pagina zeventien. Ik probeer daarmee de kritiek niet te ontzenuwen, want er is wel degelijk zorg over bijvoorbeeld de lengte van wachtlijsten of andere werkdruk. Maar ook het positieve nieuws wat daarnaast moet worden gezien om het tenminste gelijkwaardig te maken, krijgt weinig aandacht. Dat is niet erg sexy om het zomaar te noemen.

WAO

GREYN:
Dan komen we bij een ander onderwerp wat ook niet heel sexy is, maar wat u wel uw hele carrière gevolgd heeft, de WAO. U heeft er in al die tijd veel over gesproken, maar niet echt een fundamentele wijziging in het aantal WAO-ers kunnen aanbrengen.

KOK:
In de eerste plaats hebben we zeer fundamentele wijzigingen aangebracht in 1991 waar echt grote effecten uit zijn voortgevloeid. Het was een ingreep die nogal wat stof heeft



doen opwaaien. Vervolgens zijn er een aantal niet onbelangrijkere bijstellingen van het beleid gekomen in de twee Paarse periodes. Er is wel degelijk het nodige gebeurd.

GREYN:
Maar we blijven op het miljoen aan gaan.

KOK:
Het is waar dat de keuringspraktijk er vaak toe leidt dat mensen die best wat anders zouden kunnen, die zeker niet altijd in staat zijn om het bestaande werk te blijven verrichten, maar wel een andere arbeidsplaats kunnen vervullen, dat de keuringspraktijk vaak inhoudt dat die mensen in de WAO verdwijnen. In Nederland is nu een klimaat aan het groeien, dat is ook goed, om op dat punt ingrijpender maatregelen te nemen die tot een ingrijpende instroombeperking kunnen leiden, naast het vergroten van de reïntegratiemogelijkheden voor mensen die nu nog in de WAO zitten en eigenlijk weer kunnen werken. Op die punten zijn nieuwe doorbraken nodig. Het is op zichzelf positief dat de SER daarover bezig is en dat ook in een zekere mate van eensgezindheid doet.

GREYN:
Maar dat zal niet meer tijdens uw premierschap gebeuren.

KOK:
Het SER-advies zal binnen een paar weken zijn afgerond. Er is gisteren een CPB- berekening geweest die wat betreft de uitkomsten niet erg bemoedigend was. Daar zal men aanleidingen vinden om een verfijningen of preciseringen in het SER-advies aan te brengen. Wij werken in het kabinet parallel aan de eindfase van het SER-advies aan het opstellen van een eigen hoofdlijnennotitie, een standpuntbepaling, een positiebepaling. Het zal toch zaak zijn om een aantal elementen gereed te maken in deze periode die ook mee ter beoordeling liggen van de formateur, de formatieperiode, ter behoeve van de nieuwe periode. Wij moeten echt, omdat dit probleem moet worden aangepakt, een aantal lijnen zetten naar de toekomst. Dat hoort aan dit kabinet toe. Dat gaan we ook doen.

GREYN:
Maar uw opvolger zal het dan vervolgens moeten regelen?

KOK:
Zeker niet alleen. Als één ding wel duidelijk is, is dat je werkgevers, werknemers, de hele keuringspraktijk, keuringsartsen, de organisaties die samen de economie dragen en schragen daarbij moet betrekken. Dat is de winst van de SER-advisering en alles wat er om heen gaat. Daar wordt soms wel een beetje misprijzend over gedaan, maar ik denk dat het van grote betekenis is dat mensen in hun verantwoordelijke positie waarin men verkeert, ook zelf daarop aangesproken worden. Het kan niet door een regering alleen. Laat staan, alleen de minister-president. (letterlijke tekst, ongecorrigeerd, JBr)